
Liedjes, aldus generaal Charles de Gaulle, zijn als rozen en jonge meisjes. Ze bloeien slechts één morgen. Dat is niet altijd het geval. Soms zijn liederen over loopgraven en dood, over liefde en oorlog kunst met een grote K. Cynisch is het natuurlijk wel, dat je dood en vernieling moet zaaien om tot kunst te komen. Een aantal soldatenliederen die langer dan één morgen gebloeid hebben vind je vooral in het Duitse taalgebied. Ich hatt’ einen Kameraden, door Luwig Uhland geschreven in 1809 en getoonzet door Friedrich Silcher, hoor je nog altijd bij begrafenisplechtigheden. Het ontroerende Morgenrot, Morgenrot, leuchtest mir zum frühen Tod, 1824 door Wilhelm Hauff gedicht, en eveneens door Silcher op muziek gezet, heeft zelfs een Nederlandse versie gekregen die tot ver na de Tweede Wereldoorlog gezongen werd.
Een klassieker is ook Argonnerwald um Mitternacht van Hermann Albert von Gorden uit 1914-1915 waarin de zware gevechten in L’Argonne, de streek tussen Champagne en Lotharingen, bezongen worden. In de Eerste Wereldoorlog ontstond ook het Totentanzlied Aus Flandern met het vers Flandern in Not, in Flandern reitet der Tod. Vlaanderen in nood, in Vlaanderen rijdt de dood. Het werd in 1917 geschreven door Elsa Laura von Wolzogen, en gezongen op de wijze van een dodendanslied uit de 16de eeuw.
Altijd opnieuw is de kracht van het lied gebruikt, en vooral misbruikt. Een typisch voorbeeld hiervan is het Wenn alle untreu werden dat door het Hitlerregime schaamteloos geëxploiteerd werd. Het lied werd beschouwd als de opperste loyauteitsbetuiging aan Hitler, zelfs als iedereen hem ontrouw werd. Daarom durft niemand dit lied meer zingen, ook al gaat het om een oorspronkelijk religieus lied, in 1802 geschreven door Georg Friedrich Philipp Freiherr von Hardenberg, beter gekend als Novalis. In 1814 dichtte Max von Schenckendorf de tekst om tot een minnelied. De muziek werd ontleend aan een Frans jachtlied uit 1724.

In de oorspronkelijk laatste strofe klinkt er al een toon door die niet past bij het opgefokte militaire heldendom. De soldaat zegt dat hij, liever dan terug naar zijn kazerne te keren, bij zijn Lili Marleen wil blijven. De vierde en vijfde strofe heeft Leip later aan zijn tekst toegevoegd. In de vierde strofe vraagt de soldaat, intussen aan het front, zich af op wie Lili Marleen nu wel mag wachten aan de poort. En in de laatste strofe komt de dood om het hoekje kijken, verrijst de soldaat aus der Erde Grund, en staat niet Lili Marleen maar hijzelf aan de kazernepoort. Een simpel verhaaltje, de vermaarde Amerikaanse auteur John Steinbeck noemde het gedicht het mooiste liefdeslied van alle tijden. Maar het bleef totaal onopgemerkt. Pas in 1937 nam Leip het op in zijn gedichtenbundel Der kleine Hafenorgel. De componist Rudolf Zink zag er iets in en zette het gedicht op noten. Maar dat werd niets, zijn muziek was te gecompliceerd. Een jaar later waagde de pianist Norbert Schultze zich aan de tekst. Hij had nog een melodietje liggen uit 1936, eigenlijk gemaakt voor een reclamefilmpje waarin tandpasta werd aangeprezen, dat met enig paswerk geschikt leek voor de tekst.

Een van de sterretjes waarmee Goebbels een affaire had was Lida Baarova, van Tsjechische afkomst. Lida, en haar partner de acteur Gustav Fröhlich, waren directe buren van Goebbels. En toen Fröhlich Goebbels met zijn Baarova in flagranti delicto, in de vlammen van het delict, betrapte trakteerde hij Goebbels op een klinkende oorvijg. Het voorval was snel mondgemeen in Berlijn, maar Goebbels had geen verweer tegen zoveel majesteitsschending. Fröhlich voor de rechter dagen zou de zaak alleen maar erger maken. Nu al zong heel Berlijn luidkeels de schlager van die jaren Ich möchte einmal fröhlich sein. Bedoeld werd uiteraard, ik zou graag eens… Fröhlich zijn.



Bij radio Belgrado kwamen per dag 10.000 soldatenbrieven toe geadresseerd aan Lili Marleen. Overigens ontstond al snel de mythevorming. Wie was Lili Marleen ? Zowat 300 dames pretendeerden dat het lied aan hen gewijd was. Leip zei dat de naam Lili Marleen kwam van een vriendinnetje Lily en een Rode Kruis-zuster Marleen. Misschien is de naam ook ontleend aan Lilly Marlé, een nichtje van Sigmund Freud, gehuwd met Leip’s vriend Arnold Marlé. Was Goebbels daarom tegen het lied, gewijd aan een Jodin ? Overigens ontsnapte Lale Anderson ternauwernood aan het concentratiekamp, omdat ze een relatie had met de joodse komponist Ralf Liebermann. Zijn populariteit dankt het lied ongetwijfeld aan Andersen, Leander en Dietrich. Maar nog meer aan het feit dat het een sprankeltje menselijkheid bracht in een ontredderd en monsterachtig Derde Rijk.
Jan Huuf – www.vosnet.org
Oorspronkelijke Duitse tekst
vor der Kaserne
vor dem großen Tor
Stand eine Laterne
und steht sie noch davor
So woll’n wir uns da wieder seh’n
bei der Laterne wollen wir steh’n
wie einst Lili Marleen
Unsere beiden Schatten
sah’n wie einer aus
Daß wir so lieb uns hatten
das sah man gleich daraus
Und alle Leute soll’n es seh’n
wenn wir bei der Laterne steh’n
wie einst Lili Marleen
Schon rief der Posten
sie blasen Zapfenstreich
Das kann drei Tage kosten
Kam’rad ich komm sogleich
Da sagten wir auf Wiedersehen
wie gerne wollt ich mit dir geh’n
mit dir Lili Marleen
Deine Schritte kennt sie
deinen zieren Gang
Alle Abend brennt sie
doch mich vergaß sie lang
Und sollte mir ein Leids gescheh’n
wer wird bei der Laterne steh’n
mit dir Lili Marleen
Aus dem stillen Raume
aus der Erde Grund
Hebt mich wie im Traume
dein verliebter Mund
Wenn sich die späten Nebel drehn
werd’ ich bei der Laterne steh’n
wie einst Lili Marleen
Wie einst Lili Marleen
Nederlandse tekst
Onder de lantaren,
bij de groote poort,
vrijen vele paren
bij avond ongestoord.
Als ik van boord kom,
ga ‘k meteen
terstond naar
die lantaren heen,
met jou Lili Marleen,
met jou Lili Marleen!
Onder de lantaren,
heel dicht bij elkaar…
dat verliefd wij waren,
zag wel een ieder daar!
En elk die glimlacht
– naar ik meen –
gaat hij langs die
lantaren heen:
om ons Lili Marleen,
om ons Lili Marleen !
Onder de lantaren,
werd een sein gehoord,
dat kwam van de baren
en riep mij weer aan boord!
Ik zei vaarwel
en ging toen heen,
bij de lantaren
stond alleen,
mijn schat Lili Marleen,
mijn schat Lili Marleen!
Onder de lantaren,
loop jij nu mijn kind…
Ik ben weer gaan varen
en zwalk door weer en wind.
Soms is mijn hart
zoo zwaar als steen
en dan gaan mijn
gedachten heen
naar jou Lili Marleen,
naar jou Lili Marleen !
Filmpjes :
- Lili Marleen : propagandafilm Duitse Wehrmacht : http://www.youtube.com/watch?v=ip31ji9PHpw
- Ich hatte einen Kameraden : http://www.youtube.com/watch?v=ehl6F90rj3U
- Morgenrot, Morgenrot, leuchtest mir zum frühen Tod : http://www.youtube.com/watch?v=uMf-VI2aRbU
- Argonnerwald um Mitternacht : http://www.youtube.com/watch?v=zaKTMa7nY1A
- Totentanzlied Aus Flandern : http://www.youtube.com/watch?v=6QMLJY3EwhQ
- Wenn alle untreu werden : http://www.youtube.com/watch?v=ZjKMAsd4NwI
- Erika : http://www.youtube.com/watch?v=fc-DgRO1SrQ

