Met de crisis op de Krim staat de natiestaat terug op de voorgrond. Militaire dreigementen, diplomatieke akkoorden, en de schaduw van de Balkanoorlogen doet Harry De Paepe terugkijken in het verleden, dat plots weer erg actueel blijkt.
Het moet een goed observator niet ontgaan zijn dat de Europese Unie een slecht figuur slaat wat de situatie op de Krim betreft. De blauwe vlag met gele sterren mag dan voor vele niet-EU’ers een vlag van hoop zijn, ze is voor de realpolitiekers van de wereld een symbool van zwakte. Wie beweert dat de natiestaat dood en begraven is, wordt keihard door de feiten tegengesproken. Voor de zoveelste keer lijkt het conflict in Oekraïne vooral een spel van natiestaten en hun belangen te zijn, met Rusland als hoofdrolspeler.
Gaskraantje
Binnen de Europese Unie heb je de klassieke houding van het Verenigd Koninkrijk dat aanschurkt bij de grote Atlantische buur, de Verenigde Staten. De Britten, die op het politieke voetbalveld ook graag hoog en ver spelen, spreken van meet af aan al stoerdere taal tegenover Rusland. De voorbije dagen neemt de tot nog toe voorzichtige Bondsrepubliek Duitsland, een zelfde rol aan. Niet toevallig gebeurde dit kort na een nauw overleg tussen David Cameron en Angela Merkel.
De Duitsers zijn in hoge mate afhankelijk van het Russische gas en alleen Polen scheidt hen van Rusland. De Poolse premier Donald Tusk vindt die Duitse (en West-Europese) afhankelijkheid overigens zeer verontrustend. Want hoezeer de EU en de VS ook staan te zwaaien met sancties tegen de Russen, de vrees leeft dat het gaskraantje in Moskou wordt dichtgedraaid.
‘Militair optreden is geen uitweg, de enige oplossing ligt in de diplomatie. Als Moskou blijft weigeren om onderhandelingen aan te gaan die tot resultaten leiden, riskeert het op lange termijn zware economische en politieke gevolgen’, verklaarde Merkel op 13 maart voor de Duitse Bondsdag. ‘In tijden van grote onduidelijkheid in Oekraïne toonde Rusland zich niet als stabiele partner van het historisch, cultureel en economisch nauw verbonden buurland, maar buitte het die zwakte juist uit.’ Die laatste uitspraak doelt uiteraard op Oekraïne, maar gaat evenzeer op voor Duitsland. De Duitsers zijn al eeuwen verbonden met Rusland en daarbij moet men niet alleen denken aan het niet-aanvalsverdrag van 1939 of de DDR. Zo onderhield het Duitse keizerrijk in de 19de eeuw al nauwe contacten met Rusland (de banden gaan al terug tot in de middeleeuwen – HDP) en tekende rijkskanselier Otto von Bismarck geheime verdragen met de op dat moment effectief nog grote oosterbuur. Zo probeerde de staatsman het jonge Duitse Keizerrijk te behoeden voor oorlog.
Berlijnse diplomatie uit de oude doos

Bismarck = hip

Het verdrag van Berlijn uit 1877 is een modelexemplaar van een 19de-eeuwse oplossing waar de huidige Duitse kanselier, in dezelfde toespraak voor de Bondsdag, naar verwees. Angela Merkel, ooit een meisje uit een vazalstaat van de Sovjet-unie, hoopt op een diplomatieke uitkomst. Ze kent de rampzalige gevolgen van een oorlog voor een land maar al te goed. Berlijn kan als vanouds fungeren als ideale ontmoetingsplaats tussen de mogendheden van het Westen en het Oosten. Merkel kan voorlopig nog doorgaan voor ‘eerlijke bemiddelaar’, net als haar verre illustere voorganger Otto von Bismarck. Ze stelde al voor om Oekraïne verregaand te federaliseren waardoor de regio’s een grote autonomie genieten. Maar het ziet er naar uit dat Vladimir Poetin de Krim zich op klassieke wijze zal toe-eigenen, zonder dat daar een diplomatieke conferentie iets aan zal kunnen doen. Sebastopol is vandaag, net als in de jaren 1800, strategisch veel te belangrijk voor de Russische leider. Misschien worden dergelijke ouderwetse internationale conflicten de nieuwe politieke uitdaging van de 21ste eeuw ? Otto von Bismarck wordt plots als een ware hipster weer heel modern.
Harry De Paepe – www.doorbraak.be




