Houd u maar vast aan uw bretellen !
Bij het aantreden van Bourgeois I, uitte het ABVV meteen zijn bezorgdheid. Maar wanneer de nieuwe federale regering zich zal aandienen (in het najaar misschien ?), wordt de strijd als vanouds gevoerd.
Op 21 juni 2014 liet een Vlaamse partijbron in De Tijd weten dat indien de PS echt op een tripartite mikte, ze de MR niet zo zwaar zou afbranden. In de verkiezingsnacht, minder dan een maand voordien, tweette Rik Van Cauwelaert a l: ‘Volgens Brusselse PS’ers bestaat er een akkoord tussen PS en cdH.’ In de Franstalige L’Echo verklaarde het kersverse stemmenkanon Frédéric Daerden, zoon van, doodeerlijk : ‘cdH is in Wallonië onze logische regeringspartner. Hun programma sluit dichter aan bij onze standpunten dan dat van MR (…) We moeten ook niet bezeten zijn door die klassieke tripartite. PS en cdH hebben samen voldoende gewicht om te regeren in Wallonië.’ De PS deed haar best om aan te tonen dat dit geen officieel partijstandpunt was, maar op 5 juni 2014 was het dan toch maar zo ver.
Samenvallende verkiezingen ? Rommel !


De PS heeft zich teruggeplooid op haar machtsbasis. In een mededeling als reactie op het nieuws van de federale ‘Zweedse’ doorbraak liet de partij kurkdroog weten : ‘We vrezen dat de nieuwe federale regering een bedreiging zal zijn voor de Franstaligen’. In die zin duiken de zinnen van Guy Spitaels op die hij op 10 september 2011 uitsprak in een interview met Le Soir: ‘België is een verloren zaak en we hebben niet veel tijd meer om op een andere entiteit te wedden’. Spitaels geloofde in een plan B voor Wallonië. ‘Het is dringend dat het gezicht van Wallonië gedefinieerd wordt. Di Rupo en Michel moeten uitleggen hoe ze de 3,5 miljoen Walen gaan leiden.’ De centrumrechtse regering die in de steigers staat biedt de PS daartoe een open forum. Dat ze daar zelf voor gezorgd heeft door onverwacht snel coalitie te vormen met cdH, en zo onder meer de Vlaamse partijen voor het hoofd te stoten, neemt ze erbij.
Rooms-blauwe regering = rode stakingen
Wanneer we naar de moderne politieke geschiedenis van België kijken, dan staan er ons vurige jaren te wachten. Walloniëkenner Pascal Verbeken verwacht een ‘Totaler Krieg’ tegen de Zweedse coalitie. ‘Als de PS federaal regeert, trekt ze voluit de Belgische kaart. Als ze in de oppositie zit, haalt ze de kanonnen boven’ (De Tijd, 26/07/2014).

De regeringen Eyskens I (1949 – 1950), een christendemocratisch–liberaal kabinet, en Duvieusart I/Pholien I, beiden volledig christendemocratisch (1950), hadden af te rekenen met de Koningskwestie. Verschillende malen legde de socialistische vakbond het land stil met indrukwekkende stakingen. In maart 1950 kwam het Waals Nationaal Congres samen in aanwezigheid van syndicalist André Renard. Links Wallonië en het wallingantisme verenigden zich nu de economie in de regio in verval was geraakt, maar ook het politieke gewicht van de Franstaligen in België afnam. Achter de coulissen werden voorbereidingen getroffen voor een eventuele afscheiding van Wallonië. Op 29 juli verklaarde Joseph Merlot, socialistisch volksvertegenwoordiger, aan La Wallonie : ‘Wij moeten voor heel binnenkort de bijeenroeping voorzien van de Staten Generaal. Met als doel de organisatie van de totale burgerlijke ongehoorzaamheid tegenover de koning en de regering.’ Men droomde van een Waalse regering. Volgens Pascal Delwit, politicoloog aan de ULB, leefde er in Wallonië ‘het idee van een Belgische overheid in handen van de Vlamingen. Dat leidde tot de geboorte van het Waalse regionalisme, en dat deed de geesten rijpen voor een staatshervorming, die uiteindelijk uitmondde in het federalisme’ (De Tijd, 26/07/2014).

Tien jaar later moest de regering Eyskens IV (1960-1961), rooms-blauw, alweer het hoofd bieden aan grote socialistische stakingen. ‘La grande grève’ tegen de Eenheidswet legde het land plat. De Standaard meldt hierover : ‘Half december braken stakingen uit, eerst bij de openbare diensten en al snel ook in de privésector, zowel in Vlaanderen als Wallonië. Het ACV deed niet mee, maar op het hoogtepunt van de stakingen, na zo’n twee weken, waren ongeveer één miljoen arbeiders aan het staken. De economie lag volledig stil. (…) De materiële schade na vier weken stakingen was enorm, en doordat bij confrontaties met de rijkswacht en bij ongelukken door wegversperringen ook enkele doden vielen, was ook de menselijke balans zwaar.’ De BSP was de leidende oppositiepartij en voerde de stakingen aan. Ook André Renard speelde opnieuw een belangrijke rol. Door de Waalse tak van het ABVV werd het een staking voor het federalisme. Later zou ABVV-topman (op het moment van de staking ACOD-leider) Georges Debunne over Renard zeggen : ‘Renard wou een nationale staking en heeft er een Waalse staking van gemaakt.


Harry De Paepe – www.doorbraak.be

