Op 11 november gedenken we de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog (1914-18) en bij uitbreiding de slachtoffers van alle oorlogen waaraan ons land deelnam. Dit jaar was het een speciale uitgave wegens de honderdjarige verjaardag van ’14-18.
Alles begon om 9.00u. ’s morgens toen een delegatie van het gemeentebestuur – de burgemeester en de schepenen Herrebout en Van den Berghe – samen met twee afgevaardigden van de NSB zich naar de begraafplaats aan de Leon Dumortierstraat begaven om er een krans neer te leggen op het erepark van de oudstrijders en gevallenen.
Om 9.30u. was er een plechtigheid in de Sint-Laurentiuskerk met een delegatie van het jeugdkoor van het Regina Pacis Instituut.
Nadien trok men in stoet naar het monument van de gesneuvelden aan het begin van de Geelhandlaan. Hier werden enkele toespraken gehouden. Nadien legden de leden van het schepencollege, gevolgd door de andere gemeentemandatarissen en vertegenwoordigers van verenigingen er een bloemstuk neer. We telden een 120-tal aanwezigen.
Na het spelen van de Nationale Liederen trok men in stoet naar de vernieuwde feestzaal Da Capo aan de Lintsesteenweg.
Hier was er een pakkend optreden voor een honderdtal toeschouwers door woordkunstenares Tine Ruysschaert en haar groep die via een aantal dialogen alle grauwe facetten van het oorlogsvoeren belichten. Ze werden bedankt met een staande ovatie.
Tijd voor de receptie en socialiseren. Na een half uurtje werden enkele leden van de Nationale Strijders Bond in de bloemen gezet met het opspelden van een medaille voor hun bewezen diensten in de vereniging.
Wat wel erg opvalt is dat er op de manifestatie in het algemeen en zeker op de zitting in “Da Capo” weinig jonge mensen aanwezig waren. Beneden de 50 jaar waren er maar enkele aanwezigen. De grootste groep van de deelnemers zat al “op tram 6, 7, 8 en zelfs 9” … Tijd om er iets aan te doen …
****************************
Toespraak bij de herdenking van de wapenstilstand van WO I, aan het monument van de gesneuvelden, in Hove, 11 november 2014.
Geachte Heer Burgemeester, Collega’s Schepenen en Gemeenteraadsleden, Beste Oudstrijders, Dames en Heren,
Wij zijn hier vandaag samen om stil te staan bij de gruwel van oorlogen en om de slachtoffers ervan te herdenken. Dit jaar is het 100 jaar geleden dat WO I, de ‘Grote Oorlog’ begon. En op vandaag, bijna honderd jaar geleden (- 96 jaar om precies te zijn -), op 11 november 1918, om 11 uur zwegen de kanonnen. Enkele uren daarvoor was in een treinwagon in het bos van Compiègne de wapenstilstand ondertekend.
Van onze Westhoek tot aan de Turkse kust in Gallipoli zijn nog steeds restanten van deze oorlog zichtbaar. De prachtige reeks ‘Ten Oorlog’, onlangs uitgezonden op VRT, illustreerde dat treffend. Het was een pakkende confrontatie met de gruwel waarin onze ouders en grootouders honderd jaar geleden zijn terechtgekomen.
De herdenkingen van WO I verhogen de interesse in en voor geschiedenis. Dat verheugt ons. Een gedegen kennis van het verleden kan helpen het heden beter te begrijpen.
Misschien, heel misschien, helpt die kennis ook voorkomen dat dezelfde fouten en domme beslissingen worden herhaald. Al hoeven we ons daarover weinig illusies te maken. De gebeurtenissen van de voorbije eeuw zowel als de brandende wereldactualiteit stemmen ons niet bijzonder hoopvol. Op amper drie uur vliegen hier vandaan, zaait wapentuig dood en vernieling. In het Midden-Oosten grijpt men zelfs terug naar chemische wapens. Een vorm van oorlogsvoering die, jammerlijk genoeg, voor het eerst in onze contreien werd toegepast. Dichter bij huis is er de dreiging van terroristische aanslagen, die als een permanente staat van oorlog kunnen worden gezien.
Het siert de Federale en de Vlaamse regering zowel als de lokale instanties dat zij de WO I – herdenking aangrijpen om de burgers te blijven wijzen op de gruwel van de oorlog. Monumenten en begraafplaatsen werden opgesmukt. Lovenswaardig. Tentoonstellingen en voordrachten worden overal georganiseerd, ook in Hove. Prachtig.
Ook boeken helpen. Wie een boekhandel binnenloopt, een boekenbeurs bezoekt, vindt tafels vol met publicaties over WO I; ook in Hove zelf, op de tentoonstelling van onze culturele verenigingen was dit zo. Over zowat elk aspect ervan : over het leven van de soldaten, over het eten, over het medische aspect, over het militaire belang, over het leven voor, achter en in de frontstreek, over moeders en kinderen in de oorlog, over kunst tijdens de oorlog, … Soms zeer ruwe verhalen, aangrijpend en beklijvend. Met soms ontroerende zaken, vol hoop op een meer vreedzame wereld.
Ook familieverhalen en oorlogsdagboeken vertellen ons pijnlijk en schrijnend wat een verwoestend effect de oorlog op mensen heeft. Vrouwen en mannen, kinderen en grootouders, die de gevolgen droegen van beslissingen ver weg en hoog boven hun hoofden genomen, konden slechts droef en treurig het noodlot ondergaan.
Ook in onze gemeente hebben wij nog sporen van deze oorlog. Dank zij de inzet van onze eigen mensen draagt onze gemeente haar bescheiden steentje bij aan de herdenkingen die in onze regio plaatsvinden. Ik denk daarbij o.m. aan de academische zitting, de tentoonstellingen in Regina Pacis en van onze Heemkundige kring, de Via Dolorosa en de Albert I bus, de uitgave van publicaties over ‘Hove en WO I’ en niet in het minst de activiteiten en voorstellingen binnen onze scholen.
Geachte aanwezigen,
11 november is uitgegroeid tot veel meer dan alleen de herdenking van het einde van WO I. Vandaag brengen we ook een boodschap van vrede, een boodschap van ‘nooit meer oorlog’. Een boodschap die geschreven staat op zovele monumenten en kerkhoven langsheen de frontlijn :
op de IJzertoren, in de Dodengang, in Vladslo, op de Menenpoort, op de Kemmelberg, in Langemark, op het Tyne Cot Cemetary en – als ik even persoonlijk mag worden – in het Onze Lieve Vrouwhoekje van Oud-Stuyvekenskerke.
Die boodschap van alle soldaten die vochten in WO I zal u ongetwijfeld samen met mij onderschrijven, de boodschap van ‘vrede, vrijheid en verdraagzaamheid’. Deze vredesboodschap erfden wij in Vlaanderen o.m. van de Frontbeweging, de beweging van Vlaamse soldaten aan het IJzerfront. Deze beweging legde de kiem van het Vlaanderen waarin wij vandaag leven, een vreedzame en zelfbewuste gemeenschap. Een gemeenschap die, in het Belgisch staatsverband en dank zij internationale organisaties als de Europese Unie en de NAVO de voorbije 60 jaar niet meer hoefde wakker te liggen van oorlog.
Het is onze opdracht er mee over te waken, ervoor te bidden, er op te hopen dat dit ook de komende 60 jaar zo blijft. Want op een dag als vandaag beseffen we dat dit niet vanzelfsprekend is. Wij, burgers en bestuurders van deze gemeente, hebben de opdracht dit te vertalen naar het samenleven in onze gemeente, met respect voor elkaar en voor de regels die ons samenleven ordenen.
Wij moeten onze vrede en onze vrijheid koesteren; bewust van de broosheid van het geluk en van het leven. En dankbaar blijven tegenover allen, van waar over de wereld zij ook kwamen, die ons de vrijheid en de vrede terug schonken. Daarom besluit ik graag met een paar zinnen uit een gedicht dat herinnert aan het offer dat zij voor ons hebben gebracht.
They shall grow not old, as we that are left grow old:
Age shall not weary them, nor the years condemn.
At the going down of the sun and in the morning,
We will remember them.
We will remember them.
(Ode of remembrance,
uit ‘For the fallen’ door Laurence Binyon)
Ik dank u allen.
Arnold Herrebout,
Schepen van cultuur, onderwijs en woonbeleid.











































