Regionale cijfers onthullen tal van transfers
De volgende federale regering staat voor een loodzware budgettaire opdracht. In de praktijk zullen toekomstige begrotingsdiscussies opnieuw draaien rond de exacte verhouding tussen nieuwe inkomsten versus nieuwe besparingen. Welke zijde van de medaille ditmaal de bovenhand haalt, hangt dan voornamelijk af van waar het ideologische zwaartepunt van de nieuw aangetreden coalitieregering zich bevindt.
Aangezien de belangrijkste vermogensbronnen verhoudingsgewijs meer in Vlaanderen liggen, komen huidige en toekomstige heffingen hierop ook voornamelijk op de Vlaamse schouders terecht. Een uitbreiding van de vermogensfiscaliteit in België brengt dan een nieuw transfer op gang.
Overigens bestaat er sinds de recessie van 2008 een algemene impliciete vermogensbelasting doordat de centrale banken hun basisrente nagenoeg op nul procent houden, terwijl zij maandelijks bijkomend geld in omloop brengen, wat de inflatie op 1,5 à 2% vastklikt. Sluipende inflatie doet de waarde van opgebouwd kapitaal subtiel verminderen en de bestaande schulden automatisch verlichten. De wijsheid te weten wie spaart en wie ontleent helpt dan verklaren waarom noordelijke landen vaak een terughoudende monetaire houding aannemen terwijl de zuiderse landen regelmatig pleiten voor bijkomende geldcreatie.
Belastingen heffen behoort tot de kerntaak van elke overheid maar moet steeds rechtstreeks verbonden te zijn met de politieke ruimte waarbinnen de belastingplichtigen functioneren. Wie betaalt die wil graag ook bepalen. ‘No taxation without representation’, riepen de Amerikanen al tijdens hun onafhankelijkheidsstrijd. In België is die link federaal vandaag deels doorgeknipt vermits wie bijdraagt maar ten dele kan beslissen wat er vervolgens met deze middelen gebeurt. Bijgevolg zal de bevolking het fiscaal regulerend kader maar als legitiem ervaren wanneer de belastingbevoegdheid volledig op het niveau van de deelstaten wordt gelegd.





