

Houvast
Liberalen en progressieven beschouwen de culturele identiteit als een keurslijf of machtsstructuur die het individu beperkt in de vrije keuze en individuele ontwikkeling. Het ironische is dat ze deze ‘beperkende’ visie delen met etnische nationalisten in Vlaanderen, zowel de Vlaamse, Berberse als Turkse. Terwijl de ‘wereldburger’ in naam van de individuele vrijheid de eigen culturele identiteit zoveel mogelijk probeert te relativeren, deconstrueren en demythologiseren, pleiten sommige Vlaams-nationalisten in naam van de sociale cohesie, traditie en overlevering ervoor om die ten koste van alles te beschermen, vast te leggen en desnoods wettelijk op te leggen. Toch denk ik dat in een steeds meer globale en onzekere wereld een identitaire en culturele houvast geen slechte zaak zou zijn.
België spiegelde zich in 1830 aan het Franse voorbeeld, en kenmerkte zich, althans in theorie, als een liberaal en progressief staats-nationalisme. Het vormde een wettelijk kader voor de democratische emancipatie van de burger. Toch bleek er al snel in de praktijk een sterk etnisch-nationalistisch aspect aanwezig te zijn. De Belgische machthebbers probeerden vooral door de tweede helft van de 19e eeuw heen, en ook daarna, de dominante Franstalige cultuur op te leggen. De wallingant Raymond Colleye schreef in 1915 de beruchte woorden : ‘La Belgique de demain sera Latine ou elle ne sera pas’. Door het verzet van de Vlaamse Beweging slaagde men er echter niet in om het land te verenigen in een ‘union morale et verbale des races’.
Gelijkschakeling

Ziek lichaam
Maar de economische depressie van de jaren ‘30, na de crash van Wall Street in 1929, veroorzaakte niet alleen een hoge werkloosheid en stijgende armoede in Vlaanderen, het besmette ook een belangrijk deel van de Vlaamse Beweging met het etnisch-nationalistische virus van de Nieuw Orde-ideologie. De socioculturele emancipatie verschoof steeds meer naar de achtergrond. De focus kwam te liggen op de strijd tegen de volksvreemde elementen, zoals de Joden of communisten. Het Vlaamse volk had als opdracht het maatschappelijke ‘lichaam’ te zuiveren van wat het ziek en zwak had gemaakt. Dit laatste werd niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk genomen, wat leidde tot de gekende vreselijke gebeurtenissen.

Risorgimento ?
Het Vlaamse economisch mirakel van de jaren vijftig en de jaren zestig zorgde voor een steeds hogere welvaart, grotere mobiliteit, en steeds meer sociale rechten en bescherming van de burger. Dit alles zorgde ervoor dat sociale en familiale banden steeds minder nodig werden, en dus aan belang inboetten. Het individu was voortaan bevrijd van een tot dan toe natuurlijk aangevoelde machtsstructuur. Voortaan gold het motto ‘Vrienden kiest men, familie niet’. Dit alles zette de deur open voor het ongebreidelde individualisme van vandaag, met de keuzevrijheid en het zelfbeschikkingsrecht als belangrijkste ideologische pijlers.

De negatie of minimalisering van de problemen die gepaard gingen met het cultuurrelativistische, en dus permissieve, migratie- en integratiebeleid, en de criminalisering van critici, zorgde in diezelfde periode echter eveneens voor de terugkeer van het etnische nationalisme. Deze keer richtte men de pijlen niet tegen joodse of communistische elementen, maar wel tegen de islamitische gastarbeiders en hun nakomelingen. Al in 1991 haalde het Vlaams Blok (6,6%) meer stemmen dan de Volksunie (5,9%). Na decennia van globalisering (en Europese eenmaking van bovenaf in plaats van onderuit), werd in 2004 het Vlaams Blok zelfs de grootste partij in het Vlaams Parlement.
Xenofoob
De definitieve doorbraak van de N-VA in 2010 ging voornamelijk ten koste van het Vlaams Belang. Deze politieke erfgenaam van de Volksunie scoorde voornamelijk door de focus op de economische voordelen van meer Vlaamse autonomie, de onwerkbaarheid van de Belgische constructie, het civiel nationalisme en het doorbreken van de progressieve taboes op vlak van integratie en migratie. In 2014 zoog de N-VA hiermee het Vlaams Belang dan wel volledig leeg. De focus lag tot dan nog op een civiele invulling, en niet op een etnische, waarbij niet de culturele afkomst telde van de Vlamingen maar wel de gedeelde democratische cultuur en de politieke emancipatie van de Vlaamse gemeenschap.
Echter, de Vlaamse regering onder leiding van Geert Bourgeois (N-VA) was zo kleurloos, het integratie- en inburgeringsbeleid van Minister Homans (N-VA) zo inspiratieloos, en het migratiebeleid van staatssecretaris Francken zo machteloos (gezien de internationale en vooral Europese dimensie van het probleem), dat een groot deel van de overgelopen VB-kiezers reeds in 2019 ontgoocheld terugkeerden naar de etnisch-nationalistische stal. De islamitische hondenfluitjes en het geroeptoeter over hoofddoeken en boerkini’s van sommige N-VA kopstukken bleek een maat voor niets, en dreigt nu zelfs het Vlaams-nationalisme volledig in het xenofobe kamp te stoppen. De Vlaamse identiteit mag en kan mensen a priori niet uitsluiten omwille van hun conservatieve of ‘volksvreemde’ religieuze beleving, of het al dan niet eten van balletjes in tomatensaus.
Canon

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Vlaamse canon, of een lijst van historische ankerpunten die onze Vlaamse cultuur en identiteit als Europese natie typeren, wordt aangevallen door de progressieve en liberale goegemeente vanuit dit cultuurrelativistisch wereldbeeld. Zij worden daarin gesteund door de etnische minderheden die zo weinig mogelijk willen integreren in de Vlaamse samenleving, en waarvan sommigen het liefst hun nakomelingen zoveel mogelijk zouden willen afzonderen van ‘Westerse’ invloeden. Daartegenover staan dan weer de Vlaamse etnisch-nationalisten met hun cultureel-absolutistische, autoritaire en reactionaire visie op de Vlaamse samenleving. Zij zien de Vlaamse canon als middel om het volk te zuiveren van onvlaamse en dus ongewenste elementen, met een sterke focus op alles wat islamitisch is.

Balletjes of polpette
In een steeds meer chaotische wereld, nu de Amerikaanse (en Westerse) militaire en culturele hegemonie op een einde loopt, lijkt het mij echter nodig en nuttig om de mensen een identitaire en culturele houvast te bieden. Echter men mag niet vergeten dat Vlaanderen altijd invloeden heeft gekend van zowel buiten- als van binnenuit. Een Vlaamse canon die dit respecteert, kan zeker een broodnodige culturele basis vormen, zowel voor degene die hier geboren en getogen is, als voor nieuwkomers.
Maar we mogen niet vergeten dat zonder kennis van de Europese en internationale geschiedenis, we de Vlaamse ook niet kunnen begrijpen. Hoe meer we van elkaar weten, hoe meer waarden we kunnen delen, hoe meer we elkaar zullen begrijpen, en hoe beter we overeen kunnen komen. Zonder het misschien te beseffen, bewees minister Demir met haar uitspraak over de balletjes in tomatensaus het historisch open karakter van Vlaanderen. Of waren het nu toch polpette al pomodoro ?
PS: Tot de veertiende eeuw is er in de Europese kookboeken geen spoor van balletjes in tomatensaus. Het woord ‘purpetta’ (of polpetta) komt in de vijftiende eeuw voor het eerst voor in het Italiaanse kookboek Libro de Arte Coquinaria van de toen belangrijkste Europese chef Maestro Martino (ook Martino de’ Rossi of Martino de Rubeis) in dienst van de bisschop van Aquileia.
PHILIP ROOSE
foto’s (c) Gazet van Hove.


