
Maar nu heeft burgemeester D’Haese (N-VA) de enige juiste beslissing genomen : zelf de UNESCO schrappen en met aandrang vragen om van die erelijst gehaald te worden. Als ze je niet moeten hebben, hoef je ook geen deel uit te maken van het gezelschap, dan zeg je gewoon foert. Vanaf nu is Aalst ont-erfd, UNESCO-vrij, en verbannen uit de kosmopolitische cultuurcanon. Doet dat er wat toe ? Van geen kanten. Uiteindelijk is de UNESCO maar een club, en is dat immaterieel werelderfgoed meer een label om toeristen te lokken. Dat hebben ze in Aalst niet nodig. Het carnaval is een volksfeest van en voor de Ajuinen, en beklemtoont zelfs zijn particulier, eigenzinnig en authentiek karakter door niet naar de pijpen van Parijs te dansen. Men kan het ergens vergelijken met een chef-kok die zijn ster terugstuurt : vooral vervelend voor de uitreikers van sterren.

Machtsapparaat
In Aalst hoeven ze er dus niet van wakker te liggen, en dat doen ze ook niet, ten bewijze daarvan de lintjes die er nu circuleren met opschriften als ‘Unesco – Wa ’n klucht’ en ‘Weir lachen mé iederiejn’… met nogmaals, wat dacht u, een pijpenkrullen-Jood in volle ornaat. Quod erat demonstrandum, dat is nu net wat de tegenstanders nodig hadden om hun dossier af te sluiten : het antisemitisme leeft in de Ajuinenstad en er moet krachtdadig tegen opgetreden worden.
Dat brengt ons op de manier hoe Joodse organisaties dit aanpakten, en daarmee eigenlijk alle clichés bevestigt die de voedingsbodem vormen voor antisemitisme : een georganiseerde hetze die wereldwijd wordt gecoördineerd, en die door D’Haese als ‘een machtsapparaat‘ wordt omschreven. Ook onze eigenste premier Sophie Wilmès, van Joodse afkomst, ging mee aandringen bij de VN op een schrapping. Foto’s van een onnozele carnavalswagen gingen de wereld rond en hebben een systeem in gang gezet van haatmails en dreigbrieven, die allemaal uit dezelfde hoek komen en een extreem intimiderend karakter hebben. Gevolg : nieuwe Jodenmoppen. Niets is zo aanlokkelijk voor humor als verbod en censuur, wist Freud al.

Het zijn deze omstandigheden die maken dat Aalst niet thuis hoort in de UNESCO-werelderfgoedlijst en daar best fier op mag zijn. Humor en satire die door een comité van weldenkers besnuffeld worden, zijn bedreigde uitingen van cultuur en moeten beschermd worden tegen de lijstjesmakers.
De paradox van het kosmopolitisch instituut dat al het particuliere wil universaliseren, eindigt in de vaststelling dat UNESCO een terminaal orgaan is dat even goed kan afgeschaft worden. Sterke tradities houden zichzelf in stand, een heel jaar door werken die carnavalisten aan hun praalwagen en steken er al hun geld en vrije tijd in. Tiens, doet me eraan denken dat de cultuursector daar nooit over repte in haar subsidie-klaagzang. Volkscultuur die zichzelf zomaar in stand houdt, stel u voor.
Johan Sanctorum

