De Veiligheid van de Staat (Staatsveiligheid of kortweg VSSE) heeft in 2018 in het kader van de opvolging van het islamitisch extremisme liefst 72 imams, 59 moskeeën en 39 vzw’s opgevolgd in België.

Geens : “In 57 van de gevallen werd wel een of meerdere keren informatie uitgewisseld met buitenlandse partnerdiensten (lees : inlichtingendiensten).”
Wettelijk kader
De VSSE volgt binnen het kader van zijn wettelijke bevoegdheden bepaalde extremistische fenomenen (artikel 8 van de organieke wet met betrekking tot inlichtingendiensten), waaronder het islamitisch extremisme.

De Staatsveiligheid stelt het zelf op de webstek (vsse.be) : “Salafisme vormt een probleem voor de Belgische samenleving.” Een belangrijk concept is ‘Al – Wala wal Bara’ (letterlijk : liefde en haat omwille van Allah). Dat concept verwijst naar het salafistische concept van de alliantie en de afwijzing. “Een moslim die God op een correcte manier wenst te dienen, moet loyaal zijn tegenover mede-gelovigen die dezelfde lezing van de islam delen. Hij moet de invloed van niet-moslims afblokken en hen zelfs als vijanden beschouwen. Sommigen gebruiken dit concept om de gewapende jihad te rechtvaardigen.’
Besluit
De cijfers van Geens over het aantal door de VSSE in België gevolgde imams zou de ogen moeten openen van de laatste Vlamingen die (nog) niet beseffen hoe gevaarlijk en ontwrichtend sommige imams zijn. Bovendien betalen we twee keer : een keer voor de imam en een keer voor de spion(nen) die deze imam in de gaten moeten houden. Dergelijke imams hebben bovendien een groot bereik. We hebben bovendien vertrouwen in de spionnen van de VSSE, maar we zouden ons toch beter als samenleving de vraag stellen of een salafistische imam die gevolgd wordt door een inlichtingendienst wel een plaats verdient in onze samenleving. Mijn antwoord kent u ondertussen.
Thierry Debels in © ’t Pallieterke.
Foto’s (c) Gazet van Hove .


