WAT IS ER VAN BELANG TER BESTRIJDING VAN EEN PANDEMIE, WAARVOOR ER TOT OP HEDEN GEEN CAUSALE BEHANDELING BESTAAT ?
De auteur is niet alleen lid van de Algemene Vergadering van de VVB, maar ook van het politiek bureau en het bestuur van afdeling Bachten De Kupe. Beroepshalve is hij internist gespecialiseerd in nucleaire geneeskunde. U kan altijd reageren via info@scinti.org of hem volgen via zijn blog op vyver.eu.
❯ Vrijdag 27 maart 2020. Gisteren verklaarde ‘de’ viroloog (in dit stadium volgens de VRT de beste gids om de Calvarieberg te beklimmen) : ‘over een jaar zal het coronavirus nog rondwaren in onze contreien.’ Dat is mogelijk : ik zou het niet weten, maar ik vond het een dwaze uitspraak. Ik was in de waan dat hij een professor was en geen profeet, maar vermoedelijk was er een verklaring, die mij ontging. De behoefte om paniek te zaaien in het belang van de volksgezondheid ? Vandaag moest hij wel toegeven, dat zijn veronderstelling misschien wat te voorbarig was geweest… misschien kan de Vlaamse omroep in de toekomst de raad van Madame Soleil inwinnen.

Zeer algemeen zijn de belangrijke stappen die moeten worden gezet bij een naderende epidemie : preventie, diagnose en therapie.
Wat de preventie betreft hebben we de eerste trein gemist. Nochtans kan er nog heel wat gedaan worden en (bij gebrek aan andere middelen) zijn de huidige maatregelen (‘le confinement’ voor de Franstaligen, van wie er sommigen het blijkbaar nog niet goed begrepen hebben !) een essentiële eerste stap. Maar er is nog heel wat meer : het voorzien van extra capaciteit in de ziekenhuizen (die er weliswaar beter voor staan dan in het buitenland, cfr. Nederland) zal geen overbodige luxe blijken. Elke ramp stimuleert medisch-technische vooruitgang, zoals de ontwikkeling en productie van beschermingsmateriaal, aanmaak van beademingstoestellen met 3D-printers, goedkope en snelle detectie van besmetting (bij voorkeur met vingerprik) en van immuniteit (immunoglobulines) en – op langere termijn – vaccinatie.

Tot op heden is er geen causale behandeling. Wel zullen in de nabije toekomst pogingen tot preventie, ondersteunende behandeling in de vroege en late fase van de ziekte en antivirale therapie worden beproefd.
Vermoedelijk berust het dodelijk effect van de ziekte op een overdreven verdedigingsreactie van het menselijk lichaam, die gelijkenissen vertoont met de koorts die optreedt bij malaria en met de ontstekingsprocessen bij auto-immuunziekten, zoals rheumatoïde arthritis. Het overlijden van patiënten uit de risicogroep wordt toegeschreven aan een zogenaamde ‘cytokine-storm’.

Met (misschien wat te veel) fantasie kunnen andere preventieve en therapeutische maatregelen worden voorgesteld:
❯ vaccinatie met een ongevaarlijk coronavirus (preventieve maatregel);
❯ andere antimalariamiddelen, b.v. sulfalazine (therapie);
❯ dexamethason i.v. (behandeling van septische shock);
❯ toediening van plasma van genezen, immune COVID-19 patiënten (tijdelijk, passief opwekken van immuniteit);
❯ hemoperfusie-hemodialyse (een techniek toegepast bij ‘andere’ intoxicaties). Om het fatale mechanisme van de COVID-19 aandoening te begrijpen, is het aangewezen de aantasting van andere organen dan de longen (b.v. bijnier en schildklier) in de late fase te bestuderen.
Frank L. Van de Vyver in © Grondvest, een uitgave van de
Foto’s © Gazet van Hove.


