De bronafbeelding bekijken

Van Sebastien Valkenberg verscheen in maart dit jaar het boek “Policor in de polder. Hoe politieke correctheid Nederland dom maakt”. Valkenberg is filosoof en publicist en schrijft onder meer voor Elsevier Weekblad en De Telegraaf.
Hij merkt op dat het vrije woord in onze Westerse samenleving steeds meer in gevaar  komt. Hij heeft het over een klamme deken van conformisme die over de samenleving hangt. Deze eis tot conformisme heeft een naam : politieke correctheid, kortweg ‘policor’.
Voor een definitie van ‘politiek correct’ verwijst de auteur in zijn inleiding naar de Oxford English Dictionary Online. ‘Politically correct’ wil zeggen ‘in overeenstemming met een progressief of radicaal gedachtegoed met name in maatschappelijke kwesties, over het algemeen gekenmerkt door het belijden van geaccepteerde idealen of zienswijzen, en vaak door het verwerpen van vermeend discriminatoire of aanstootgevende taal, houding, etc…
Valkenberg ziet in policor twee hoofdbestanddelen. Politieke correctheid is een mengsel van moralisme en intolerantie. Allereerst hebben uitingen zich te voegen naar een morele of politieke agenda, doorgaans progressief van aard volgens de Oxford Dictionary. Vervolgens verliezen ze hun bestaansrecht als ze dit onvoldoende doen. Hier verraadt zich de onverdraagzame aard van politieke correctheid. De denkbeelden van politieke correctheid zijn overgewaaid uit de VS. 

In zijn boek beschrijft de auteur uitvoerig het gevaar dat politieke correctheid ertoe kan leiden dat mensen hun mening niet meer durven geven uit angst uitgesloten, ontslagen of gestraft te worden.

In zijn essay gaat hij op zoek naar de stuwende krachten achter policor. Hij ziet er drie : het  diversiteitsbeleid, de identiteitspolitiek en de veiligheidsmaatregelen. Diversiteitsbeleid wil heersende machtsstructuren doorbreken omdat deze dominante groepen in de samenleving zouden bevoordelen; identiteitspolitiek vraagt aandacht voor perspectieven van minderheidsgroeperingen omdat die zowel uniek als verrijkend zijn; veiligheidsmaatregelen hebben als doel om het gevoelsleven van mensen te beschermen tegen uitingen die ze als bedreigend kunnen ervaren … De auteur gaat na van welke argumenten de pleitbezorgers zich bedienen, op welke bronnen ze zich baseren en waarom we beducht moeten zijn voor politieke correctheid ?

Hij probeert dit aan te tonen met voorbeelden aan de Nederlandse universiteiten, de belangrijkste epicentra van politieke correctheid. Maar hij laat eveneens zien dat haar invloed zich ook laat gelden in de media, de culturele sector en het openbaar bestuur. Deze Nederlandse voorbeelden zijn echter ook voor Vlamingen heel herkenbaar.

Ik geef hierbij enkele voorbeelden van de tientallen policor casussen die hij in het boek beschrijft.

Wat betreft de censuur : Net zoals de beruchte index van de katholieke kerk (tot in 1966) die aangaf welke boeken verboden terrein waren worden er heden nieuwe lijsten opgemaakt met titels van boeken waartegen het publiek beschermd moet worden. Dit is bijvoorbeeld zo met de roman Turks fruit uit 1969 van Jan Wolkers omdat deze seksistisch zou zijn. In de Verenigde Staten worden schoolboeken al jaren langs bias sensitivity panels nageplozen op passages die mogelijks aanstootgevend zouden kunnen zijn. Enkele voorbeelden : Micky Mouse is taboe in schoolboeken omdat kinderen van slag kunnen raken door muizen. Idem voor een passage over een blinde bergbeklimmer die er ondanks zijn handicap in was geslaagd om Mount McKinley te bedwingen. Daartegen bestonden 2 bezwaren. Allereerst bevoordeelde het fragment studenten uit bergachtige omgevingen. Verder werd het kwalijk bevonden om te suggereren dat blinden in het nadeel zijn tegenover mensen die wel kunnen zien.

Maar naast de censuur in de literatuur zijn er ook andere vormen om auteurs of ideeën te weren. Tussen 2000 en 2014 is er in de VS bijna 200 keer geprobeerd om sprekers te weren. Wie sprekers een podium ontneemt of dat bepleit maakt zich schuldig aan een speciale vorm van censuur : deplatforming. Een vorm van deplatforming – light is de ‘open brief’ waarbij men via het verzamelen van handtekeningen bezwaar aantekent tegen de komst van een spreker wiens ideeën de ondertekenaars onwelgevallig zijn. Dit is vooral aan de universiteiten in Nederland een veel gebruikte tactiek. Jonathan Haidt auteur van’ the coddling of the American Mind’ merkt op dat de deze handelswijze ons dichter bij een wereld brengt waarin academische meningsverschillen worden opgelost via sociale druk i.p.v. met argumenten en overredingskracht. 

Naast de directe censuur leidt dit eveneens tot een vorm van zelfcensuur. Een spreker gaat niet meer in op de uitnodiging voor een lezing op een universiteit of om zitting te nemen in een discussiepanel omdat de vrees voor represailles te groot wordt.

Wanneer de moraal als hefboom wordt ingezet ondergaan woorden en denkbeelden een transformatie. Ze verworden dikwijls tot kwalijke misdrijven. Hij beschrijft op welke wijze de criminalisering via de taal zich voltrekt.

Zo is er de culturele toe-eigening. Van toe-eigening is sprake als de ene cultuur elementen van een andere cultuur gebruikt of ernaar verwijst. Slechts één voorbeeld. De Britse zangeres Adele ging in de zomer van 2020 naar Notting Hill Carnaval met in haar haar Bantoe-knotjes. Dit was volgens de policor hyena’s niet anders dan diefstel van een element uit een andere cultuur.

Maar naast culturele toe-eigening zijn er raciale micro-agressies, dit zijn korte alledaagse vernederingen, soms opzettelijk maar vaker onopzettelijk. Daar is bijvoorbeeld sprake van als een zwarte student een verloren indruk maakt en je hem vraagt of hij verdwaald is. Hem aanspreken suggereert : wat doet hij daar ? Is hij iets onoorbaars van plan ? Ook riskant is het om studenten te complementeren met hun Engels. Het zou verraden dat je positief verrast bent – kennelijk veronderstelde je dat zijn taalbeheersing beperkt was.

Maar naast deze negatieve maatregelen zijn er ook de initiatieven die genomen worden om tegemoet moeten komen aan de hypersensitiviteit van de hedendaagse studenten aan de universiteiten.

Studenten blijken afgelopen jaren steeds gevoeliger en kwetsbaarder te worden. Daarom moet men hen behoeden voor afwijkende meningen. Volgens hoogleraar Ruard Ganzevoort (Vrije universiteit Amsterdam) voelt een aantal studenten zich onveilig als er polariserende sprekers komen. De universiteit wil daar terdege rekening mee houden. Ook wilde men aandacht schenken aan studenten met studiestress. In het kader daarvan kwamen de ‘puppy rooms’ tot stand. Dit zijn speciale kamers met jonge hondjes, voor wie een examen in gaat. De beesten helpen studenten sinds het najaar van 2018 om te kalmeren. Het knuffelen met jonge hondjes zorgt voor een dalend cortisonolniveau in je bloed en vermindert de studiestress aldus een medewerker van de universiteitsbibliotheek van de UvA kwam. De ‘puppy rooms’ haalden de landelijke media. .. Dichter Levi Weemoedt zag daar het symbool in van de veranderende mores op universiteiten. Vroeger waren het bastions van vrijheid, tegenwoordig kampen van orthodoxie waar andere meningen niet getolereerd worden. Je ziet ook dat jongeren voor een deel niet meer gewend zijn aan debatteren of zelf weerwoord te geven. Als zij worden tegengesproken moeten ze eerst een halfuur knuffelen met een troosthond om op adem te komen. Ondertussen werd aan de universiteit van Nijmegen op verzoek van de studenten ‘huilkamers’ geïnstalleerd om gestreste studenten bij te staan.

Deze voorbeelden zijn alleen al een aanrader om dit essay van Valkenberg te lezen en is sterk aan te bevelen aan iedereen die begaan is met het vrije woord in de media de politiek en aan de universiteiten.

 

Jan Sergooris in Knooppunt DELTA vzw.

Foto’s (c) Gazet van Hove.