Energiefactuur gaat omhoog
Er doen zich in post-coronatijden vreemde prijsschommelingen voor. Twee daarvan zijn gerelateerd aan de voorbije pandemie. Een is een verhaal van fiscaliteit en politiek geknoei.

In andere landen was de opstoot in de tweedehandsmarkt sterker dan in België. In de VS sprak men op een bepaald moment van prijsstijgingen van 30 procent of meer. Dit is natuurlijk een tijdelijk fenomeen. Wanneer de aanvoerlijnen voor de auto-industrie hersteld zijn, zal dit ook tot een correctie op de tweedehandsmarkt leiden.
Terugwinnen van marktaandelen
De coronacrisis mag dan wel een zogenaamde exogene crisis zijn – niet direct economisch gerelateerd, zoals de bankencrisis van 2008 of vroeger de oliecrisis van de jaren ’70 -, ze heeft wel degelijk een grote economische impact. Niet enkel op de automarkt. Zelfs in de supermarkt. Aanvankelijk was er sprake van prijsstijgingen, want in de grootwarenhuizen vielen kortingsacties weg. Consumenten zorgden er ook zelf voor dat de bedragen op het ticket stegen. Want ze gingen sneller naar een duurdere buurtwinkel.

Verkeerd beleid
Dat is echter niet het geval voor de energiefactuur. Dit bleef de laatste tijd onder de radar, maar hier mogen we prijsstijgingen verwachten. En dat heeft niet te maken met corona. Wel met verkeerd beleid. De obsessie van de federale Vivaldi-regering om komaf te maken met kernenergie maakt dat er – in afwachting van voldoende ‘groene’ elektriciteitsproductie – een beroep moet worden gedaan op energie uit gascentrales die voor een deel nog moeten worden gebouwd en er deels niet zullen komen door lange procedures voor de toekenning van vergunningen. Een beperkter energie-aanbod is mogelijk, met dus hogere prijzen tot gevolg.

Foto’s (c) Gazet van Hove.


