door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Met de flauwe arbeidsdeal die de federale regering afsloot, gaan we de Belgische werkzaamheidsgraad niet optrekken richting 80 procent, zeggen economen. Dat klopt. Maar als we een regionale opdeling maken, is de doelstelling voor Vlaanderen zeker haalbaar. In Wallonië en Brussel blijft de situatie hopeloos en is een hoge werkzaamheidsgraad een utopie. Het kan nooit kwaad om in de debatten te wijzen op deze gigantische verschillen.
De Gentse arbeidseconoom Stijn Baert is dezer dagen een duizendpoot. Hij komt in het nieuws omdat hij zegt de vele vergaderingen beu te zijn, hij maakt zich populair door zijn beste studenten een berichtje te sturen na de examens en op vraag van Het Laatste Nieuws reist hij Vlaanderen rond op zoek naar de lekkerste biefstuk-friet.

Kritiek op arbeidsdeal
Heeft hij nog tijd voor zijn zogenaamde ‘core business’ ? Zeker wel. Baert was een streng criticus van de arbeidsdeal die de federale regering vorige week na het zoveelste nachtelijke overleg afklopte. “Opgewarmde kost”, zo noemde hij het. Afgezien van een extra sociale bescherming voor platformwerkers zoals maaltijdkoeriers en een regeling die nachtwerk in de e-commerce gemakkelijker moet maken (tot 24 uur is er geen sprake meer van nachtwerk, nu is dat 20 uur), is het inderdaad een recyclage van wat de federale regering in oktober 2021 bij de begrotingsopmaak afklopte.
Concreet gaat het om maatregelen die het mogelijk maken een uitkering een tijdlang te behouden als men gaat werken in een knelpuntberoep, er worden meer middelen vrijgemaakt voor opleiding, tijdens de opzegperiode zou men gekoppeld aan extra opleiding sneller bij een nieuwe werkgever aan de slag kunnen, een werkweek kan in vier in plaats van vijf dagen worden gepresteerd, enzovoort.

80 procent
Dat is niet verwaarloosbaar, maar niet de grote arbeidsmarkthervorming waar men al heel lang zit op te wachten. De maatregelen zullen vooral niet voor de 80 procent werkzaamheidsgraad zorgen in 2030, nochtans een doelstelling die bij het aantreden van deze regering werd vooropgesteld. Een inderdaad absurd doel gezien de huidige werkzaamheidsgraad van 71 procent. Er zouden ongeveer 600.000 banen moeten bijkomen. Het doet wat denken aan het al even onnozele ambitieuze doel ten tijde van de regering-Verhofstadt toen men het had over 200.000 extra banen die zouden worden gecreëerd.
Stoppen we dan maar met over die 80 procent te praten ? Zeker niet. Het staat nog altijd zo beschreven in het regeerakkoord van oktober 2020. De doelstelling blijft legitiem als we weten dat referentielanden als Nederland of Zweden die kaap van 80 procent probleemloos ronden. Voor België wordt het een hele klus natuurlijk, want er zouden 65.000 werkenden per jaar moeten bijkomen terwijl er de voorbije 20 jaar een netto-banen-creatie was van 41.000.

Utopie in Brussel en Wallonië
Maar het wordt een ander verhaal als we de situatie op het niveau van de regio’s bekijken. Vlaanderen zit met 76 procent dicht bij de 80 procent. Voka-econoom Bart Van Craeynest berekende dat er in Vlaanderen tegen het einde van het decennium jaarlijks 15.000 extra werkenden nodig zijn om die kaap van 80 procent te ronden. Haalbaar, want in de periode sinds 2000 kwamen er bij ons jaarlijks gemiddeld 25.000 banen bij.

Totaal anders is de situatie in Wallonië (66 procent werkzaamheidsgraad) en Brussel (62 procent). Volgens Van Craeynest moeten er in Wallonië per jaar 32.000 nettobanen bijkomen om richting 80 procent te gaan. Tegenover 10.000 extra Waalse banen sinds de eeuwwisseling. Brussel heeft er 18.000 extra per jaar nodig, drie keer meer dan de 6.000 per jaar momenteel. 80 procent is dus een utopie voor Wallonië en Brussel.
Van Craeynest : “Als het tempo van jobcreatie van de periode 1999-2019 doorgetrokken wordt, dan zou Vlaanderen in 2030 uitkomen op een werkzaamheidsgraad van 82 procent, Wallonië op 70 procent en Brussel op 67 procent. Op Belgisch niveau zou dat neerkomen op 77 procent.”
Dat zou al een ongezien succes zijn. Maar door een gebrekkige activering in opnieuw vooral Wallonië en Brussel, en een ondermaats federaal arbeidsmarktbeleid, is het weinig realistisch dat die cijfers aan het einde van het decennium een realiteit worden.

Foto’s (c) Gazet van Hove.

