door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke .

De zoektocht naar een niet-islamitische Moslimexecutieve

Deze week heeft minister Van Quickenborne de erkenning van de Moslimexecutieve ingetrokken. Het is de laatste wending in een 25-jarige geschiedenis van mislukte pogingen om een orgaan in elkaar te flansen dat tegelijk representatief is voor de moslims en aanvaardbaar voor het bestel. Je zou denken dat men het stilaan zou opgeven deze kwadratuur van de cirkel te verwezenlijken. Maar, dan onderschat je de ideologische hardnekkigheid van onze beleidsmakers. Als Sisyphus duwen ze de rots telkens weer de berg op om die daarna onvermijdelijk weer naar beneden te zien vallen.

grote moskee van Brussel

Een van de bezwaren tegen de Executieve heeft te maken met de huidige voorzitter, Mehmet Üstün. Die wordt door de staatsveiligheid beschouwd als een ‘verspreider van extremisme’. We hebben het nooit anders geweten met deze Moslimexecutieve. De allereerste, die in 1998 werd erkend, bleek al onmiddellijk 29 (op de 68) verkozenen te bevatten die bij de staatsveiligheid als fundamentalisten bekend stonden. De fundi’s zijn sindsdien nooit weggeweest. In 2005 deed de Executieve nog mee aan de hetze tegen “de islamofobe auteurs van de racistische en xenofobe karikaturen van de profeet Mohammed” (in de Jyllands-Posten) .

Senator Kaçar van Agalev kreeg 20 jaar geleden de opdracht om een oplossing te zoeken voor de dominantie van de extremisten. Zij lanceerde toen het voorstel om de Executieve niet meer via verkiezing aan te stellen want, zo verklaarde ze, “verkiezingen zijn geen garantie op gematigde, democratisch gedragen verkozenen”.  Het voorstel kwam er niet door, maar bevatte wel een merkwaardige bekentenis. Die komt overeen met een stelling die ik hier al meer dan eens heb verdedigd : als je islam combineert met democratie loopt dat altijd uit op een overwinning van de extremisten.

De islam is gewoon de islam

Van Quickenborne geeft in grote lijnen drie redenen op voor de intrekking. Ten eerste, de huidige bestuursploeg is “niet representatief voor de moderne islam”. Ten tweede, er wordt te weinig plaats gemaakt voor vrouwen in het bestuur. Ten derde, er is te veel verdeeldheid tussen de verschillende nationaliteiten (Turken, Marokkanen, Albanezen, …) en daardoor ook te veel buitenlandse inmenging.

Van Quickenborne negeert het, maar die drie problemen zijn te herleiden tot hetzelfde : de islam die gewoon de islam is. Ten eerste, de ‘moderne islam’ waarover hij het heeft, bestaat niet. Ten tweede, vrouwen zijn minderwaardige wezens in deze religie.  Ten derde, het is ook de islamitische identiteit die in de weg staat van integratie, waardoor de nationaliteit van oorsprong altijd zal blijven doorwegen, wat meteen ook de deuren openzet voor instructies vanuit het thuisland.

Van Quickenborne geeft de indruk nu moedig een knoop te hebben doorgehakt, maar in feite is hij door de Executieve in een positie geduwd waarin er niets anders overbleef. De Executieve wil geen inmenging meer en is bereid daarvoor wat subsidies op te geven. Ze beroept zich op de scheiding van kerk en staat en zegt dat ze gewoon haar activiteiten zal voortzetten. Het orgaan dat door de staat werd gecreëerd om de islam te controleren, wordt nu door de moslims gebruikt om zich te onttrekken aan controle. “We hebben de werkingsmiddelen van de federale overheid niet meer nodig. Dan zijn we ook van de politieke bemoeienissen af”, zegt Tahar Chahbi, voorzitter van de koepel van de Marokkaanse moskeeën, aan Het Belang van Limburg.

voor de islam zijn vrouwen minderwaardige wezens

Geen ‘klassieke’ democratie dan maar ?

In de zoektocht naar een oplossing duikt onvermijdelijk de naam van de Gentse imam Khalid Benhaddou op. Deze rationele, gematigde, afgeborstelde moslim is de man die de politiek en de media bovenhalen telkens ze ons de mogelijkheid van een westerse islam willen aanpraten. Bart De Wever schreef zelfs al een boek met hem. Benhaddou is echter een etalage-moslim.

Aan De Morgen verklaart Benhaddou : “Ik denk dat we ons moeten afvragen of representativiteit nog wel mogelijk is in de klassieke betekenis van het woord. Misschien is het een idee om te evolueren naar een louter administratief in plaats van een vertegenwoordigend orgaan.” En daarmee zijn we opnieuw bij Kaçar.  Representativiteit, maar dan niet meer “in de klassieke betekenis van het woord”, is een eufemisme voor het afschaffen van de representativiteit. Het klopt dat ook de vertegenwoordigers van andere religies niet verkozen worden, maar die hebben wel een kerkstructuur om de aanstelling te doen. De islam heeft die niet, zodat er geen alternatief is voor verkiezingen, tenzij eenzijdige aanstelling door de overheid.

Op dat laatste stevenen we waarschijnlijk af. Het “administratief orgaan” kan dan een club van Benhaddou’s worden, moslims die in het uitstalraam gezet kunnen worden, maar die niet hun geloofsgenoten vertegenwoordigen.

De fata morgana van een ‘Europese islam’

“De minister wil blijkbaar zelf een representatief orgaan creëren”, zegt Mehmet Üstün, voorzitter van de Executieve. Hij voegt er in een interview met Het Belang van Limburg aan toe : “Erediensten zijn onafhankelijk en we leven nog in een rechtsstaat. Maar de minister stoort zich er blijkbaar aan dat de moskeeën de vertegenwoordigers van de nieuwe Executieve kiezen. Wie anders ? Een minister moet zich daarmee trouwens niet moeien.”

En eigenlijk heeft Üstün gelijk. Met welk recht bemoeien wij ons met hoe de islam zijn vertegenwoordigers wil kiezen ? De onaangename waarheid voor Van Quickenborne en anderen die geloven in een ‘moderne islam’ is dat Üstun en zijn ploeg misschien wel geen ideale vertegenwoordigers zijn van de moslims van België, maar in ieder geval een stuk representatiever dan Benhaddou.

Er is nooit enig probleem ontstaan rond de manier waarop de andere vijf erkende godsdiensten van dit land worden vertegenwoordigd. Bij de islam poogt men al 25 jaar een geschikt orgaan te laten verkiezen en mislukt men al even lang. Schei nu toch uit. Er scheelt niets aan de procedure om de vertegenwoordigers te laten verkiezen. Het zijn de resultaten die onze beleidsmakers niet wensen te aanvaarden. Van Quickenborne wil de realiteit over de islam niet onder ogen zien. En al zeker niet dat wij die zien.

De overmoed van politici die denken dat ze zelf een variant, specifiek geschikt voor Europees gebruik, kunnen uitvinden van een 1400 jaar oude godsdienst en dat ze die kunnen opdringen aan gelovigen die daarin niet in het minst geïnteresseerd zijn, is eigenlijk verbluffend. Al het gepraat over een ‘moderne’, ‘westerse’, ‘Europese’ of ‘verlichte’ islam zou nog enigszins begrijpelijk zijn als er ooit al een precedent zou zijn geweest of er al ergens een voorzichtige aanzet zou bestaan. Maar er is niets. Er is alleen de hardnekkige blindheid van politici voor een waarheid die hen zou dwingen tot beleidskeuzes die ideologisch uitgesloten zijn.

Foto’s (c) Gazet van Hove.