door Julien Borremans in ’t Pallieterke .
Er zijn nog zoveel vragen over de wantoestanden en het gebrek aan controles in de Vlaamse kinderdagverblijven dat er in het Vlaams Parlement een speciale onderzoekscommissie komt. De aanleiding vormt de dood van een kind van amper zes maanden dat stierf ten gevolge van een schedeltrauma in de kinderopvang ’t Sloeberhuisje in Mariakerke. In de weken daarvoor zouden minstens dertig telefoontjes naar Kind en Gezin door bezorgde ouders over dezelfde crèche zijn gepleegd. Met deze klachten werd niets gedaan. Kind en Gezin zou sommige ouders zelfs hebben afgeraden om klacht in te dienen.
Maar er is ook de kinderopvang in Schoten waarbij de verantwoordelijke veroordeeld werd wegens kindermishandeling. Bovendien trokken ouders en kinderverzorgsters voordien al aan de alarmbel. In de commissie Welzijn kregen de parlementsleden geen afdoende antwoorden op hun vragen. De minister leek zelf niet te weten hoe het kwam dat er de afgelopen maanden niet werd opgetreden.

Roestige vadsigheid
Al meer dan een jaar belooft Wouter Beke doortastend op te treden, maar er komen nietszeggende antwoorden. Zelfs leden van de meerderheid spaarden hun kritiek in de commissie niet. CD&V-partijgenote Katrien Schryvers merkte op dat er “te veel vanuit een theoretisch kader wordt gewerkt”. Volgens Freya Saeys (Open Vld) was de tussenstand van zes aangepakte crèches dan weer erg mager aangezien er zeker veertig probleemdossiers bekend zijn.
Rustige vastheid vervelt tot roestige vadsigheid. In Terzake verklaarde Beke dat er het afgelopen jaar in tal van dossiers is opgetreden, maar toch gebeurde dat niet in ‘t Sloeberhuisje. Hoe dat komt, weet de minister niet. Hij heeft een audit besteld om zijn eigen administratie door te lichten. Over zijn eigen verantwoordelijkheid als minister rept hij met geen woord.
Voordien waren er de enorme problemen met corona in de woonzorgcentra waarbij duizenden ouderlingen stierven. Dan was er de systematische fraude met contact-tracing. Maar Wouter Beke ziet geen reden om een stap opzij te zetten. Binnen zijn eigen partij werd hem voordien al een gebrek aan betrokkenheid, inlevingsvermogen en vakkennis verweten. Tijdens de onderhandelingen over de samenstelling van de Vlaamse regering trakteerde toenmalig CD&V-voorzitter Wouter Beke zichzelf op een ministerambt, terwijl de partij tijdens de verkiezingen zware electorale averij had opgelopen. Binnen zijn partij zorgde dat voor het nodige tandengeknars.

“CD&V mist visie en ruggengraat. Niemand weet nog waarvoor de partij staat”
‘Te laf’
Ook CD&V-voorzitter Joachim Coens danst om de hete brij heen : “Als de onderzoekscommissie naar de kinderopvang ten gronde zou aantonen dat er iets op de tafel van minister van Welzijn Wouter Beke lag dat hij had kunnen doen en dat vermeden heeft, dan zijn zal hij uiteraard niet aarzelen om zijn verantwoordelijkheid te nemen.” Volgens Carl Devos is Coens “te laf voor ontslag of steun aan Beke”.
Toen Joke Schauvliege drie jaar geleden door Wouter Beke – toen CD&V-voorzitter – naar de uitgang werd geleid, had hij begrepen “hoe zwaar haar uitschuiver druk legde op haar functioneren”. Deze bespiegeling heeft Beke alvast niet over zichzelf gemaakt.
Brokkenparcours
Ook de CD&V komt er andermaal bekaaid vanaf. De partij heeft binnen de Vlaamse regering een brokkenparcours achter de rug. De partij mist visie en ruggengraat. Niemand weet nog waarvoor de partij staat. Manu Ruys – voormalig hoofdredacteur van De Standaard – omschreef de CVP – de voorloper van de CD&V – als de “partij van de zelfbeschadiging”. De CD&V steekt nog een tandje bij en kan gerust als de partij van de zelfvernietiging worden beschouwd. De ‘C’ staat niet meer voor christendemocratisch, maar voor cynisch, aldus Carl Devos in Het Laatste Nieuws.

In ‘Het DNA van Vlaanderen’ omschrijft Jan Callebaut de CD&V als de partij die geen leiding meer kan geven. De partij wordt volgens Callebaut niet meer geassocieerd met open, vooruitstrevend, dynamisch, krachtig, vernieuwend, charismatisch en inspirerend. Ze wordt ook niet meer als succesvol en eerlijk beschouwd. De partij heeft intussen op communautair vlak al haar principes verraden. Volgens Callebaut werd de CD&V door de Vlamingen geassocieerd met ‘menselijk’, maar dat zal na de desastreuze doortocht van Wouter Beke op het departement Welzijn ook wel flink aangetast zijn.
Volgens Callebaut moet de CD&V “eerlijker en transparanter” zijn. De CD&V geeft de indruk dat de problemen in beperkte cenakels kunnen worden opgelost : “De achterkamerpolitiek is nefast voor de partij.” Wouter Beke vormt zowat het gezicht van de ongeloofwaardige achterkamerpolitiek.

Knokken om voortbestaan
Terwijl Koen Daniëls zijn kritiek in de commissie Welzijn ten aanzien van Wouter Beke niet onder stoelen of banken stak, behoudt Jan Jambon het vertrouwen in de minister. In De Zondag nam N-VA-voorzitter Bart De Wever de verdediging van Beke op zich : “Ik blijf Wouter steunen.” Dat klinkt heel loyaal en menselijk, maar De Wever weet dat de Vlaamse regering geen al te goede beurt maakt. Een zoveelste crisis kan ze missen als kiespijn.
De CD&V zal bij de volgende verkiezingen moeten knokken voor haar voortbestaan. Als de partij verdwijnt, rest er nog een versplintering aan lokale bastions en baronieën. De partij heeft haar ziel en principes verkocht. Daarvoor betaalt ze nu de rekening.

Foto’s (c) Gazet van Hove.

