door Redactie Politiek ’t Pallieterke .
Door vriend en vijand – en van dat laatste heeft hij er wel wat – wordt hij gevreesd voor zijn haarscherpe en onverbloemde analyses. Meestal duikt hij als een ‘deus ex machina’ op, ook wel eens nadat partijgenoten van hem standpunten hebben ingenomen of verklaringen afgelegd die controversieel of eigenzinnig of wat ongelukkig geformuleerd waren. Hij beslecht het debat en geeft er de ‘final touch’ aan. Bart De Wever (51), bijna twintig jaar partijvoorzitter van de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA), is geen katje – of is het een panda ? – om zonder handschoenen aan te pakken.

De media voeren hem op als men finaal wil weten wat nu precies het N-VA-standpunt over iets is. Binnen de N-VA gaat men er immers van uit dat de voorzitter altijd het laatste woord heeft, dat bovendien haast kracht van wet heeft. De tweede- en derderangspolitici gedogen dat met grote eerbied, want ze weten dat zijn succes ook dat van hen is. Ze overleven met graagte onder zijn vleugels. Interne kritiek of protest is er nauwelijks.

Gevreesd
Het moet gezegd dat er de jongste decennia maar bitter weinig politici van zijn kaliber in de Wetstraat hebben rondgelopen. Zelden was een politicus zo erudiet én gevreesd. Zelden hielden meerderheden zoveel rekening met wat een oppositieleider dacht en zegde. Zelden hielden meerderheden waarvan zijn partij wel deel uitmaakte zoveel rekening met een partijleider.
Vrijwel altijd spitst men de oren als hij ten tonele verschijnt. In het parlement hoort men hem nauwelijks of helemaal niet, maar als burgemeester van Antwerpen en partijvoorzitter klinkt hij als een klok. In praatprogramma’s en debatten ontziet men hem en is men achteraf blij dat hij de tegenstrever nog een sprankeltje leven deed vertonen nadat hij zijn stalinorgels vol met argumenten had afgevuurd. Vrijwel altijd gaat hij naar huis met de hem zo geliefde Latijnse uitspraak van Julius Caesar : “Veni, vidi, vici.”

Geen trouweloosheid
Wie Bart De Wever onheus behandelt of ‘tegen zijn kar rijdt’ zal het geweten hebben. Dat ondervond Egbert Lachaert, de voorzitter van Open Vld, die zijn belofte brak om samen met De Wever een paars-gele regering te vormen en De Wever in de kou liet staan om voor een paars-groene regering te gaan waarin Open Vld de premier kon leveren. Tot op de dag van vandaag gunt De Wever Lachaert nauwelijks een blik en recent in een tv-studio, gezeten aan eenzelfde tafel, keek hij hem zelfs niet aan.
In Antwerpen mocht ook een al te ambitieuze Willem-Frederik Schiltz ondervinden dat het ondermijnen van gemaakte afspraken over een schepenwissel niet echt geapprecieerd wordt. Het was snel duidelijk wie aan het kortste eind trok. En ook met de groenen komt het nooit echt goed, want onbetrouwbaar en politiek onvolwassen.
Na het akkoord over de kernuitstap stelde de N-VA-voorzitter dat minister van Energie Tinne Van der Straeten met een verborgen agenda de boel had belazerd door ‘Plan B’ bewust nooit ten gronde te hebben onderzocht, omdat ze mordicus ‘Plan A’ (de kernuitstap) wilde realiseren. Voor De Wever moet Van der Straeten dan ook ‘van dat dossier gehaald worden’.

VB of PS ?
Een ander verhaal is zijn relatie tot de andere Vlaams-nationalisten, met name die van het Vlaams Belang. Dat zijn immers zijn regelrechte concurrenten als het aankomt op standpunten over Vlaamse onafhankelijkheid, de transfers, de kernenergie, het migratiebeleid, veiligheid, defensie, enzovoort.
Bart De Wever weet dat hij hen op al die terreinen niet te hard tegen de borst mag stoten om geen kiezers in de richting van het VB te sturen en zoekt dan ook naar zwakke plekken om toch maar een onderscheid te kunnen maken. En dat speelt hij dan uit waar hij kan.
Een recent voorbeeld vond hij zo in de Oekraïne-crisis omdat enkele VB-(ex-)parlementsleden rond zijn Antwerpse concurrent Filip Dewinter zich nogal Poetin-vriendelijk hadden uitgelaten en de VB-top zelf daar onvoldoende duidelijk over was gebleven en zich niet distantieerde van die weliswaar kleine, maar hardnekkige groep. Verder vindt hij met hen samen regeren in Vlaanderen niet aangewezen omdat hij nog altijd droomt van een beslissende staatshervorming in samenwerking met de Franstaligen, bij voorkeur met de PS.

Demir op het schavot ?
Toch gunt hij enkele toppers als Theo Francken en Zuhal Demir wel hun vrijheid om hun job naar eigen inzichten uit te oefenen. Of het daarentegen nog goed zit met bijvoorbeeld Ben Weyts of Jan Jambon is niet altijd erg duidelijk. En al zeker niet als hij het zelfs niet onmogelijk acht dat Zuhal Demir de volgende minister-president van de Vlaamse regering zou zijn. “Het idee dat zij op het allerhoogste schavot zou komen, is niet vergezocht voor mij”, zei hij onlangs. Al zal hij wel ‘verhoog’ hebben bedoeld in plaats van executieplaats … Zelfs de voorzitter-panda kan zich wel eens verspreken.


Foto’s (c) Gazet van Hove.

