door Pieter Van Berkel in ’t Pallieterke .

Toen Russische troepen zich vorige week terugtrokken uit de regio rond de Oekraïense hoofdstad Kiev lieten ze een spoor van dood en vernieling achter. De Oekraïense strijdkrachten deden bij het heroveren van de voorsteden van de hoofdstad de ene na de andere lugubere ontdekking. In plaatsen zoals Boetsja lagen de lijken van burgers gewoon op straat. Sommigen leken schijnbaar willekeurig te zijn neergeschoten terwijl ze over straat liepen, anderen waren afgemaakt met hun handen op de rug gebonden.

Het zal nog even duren voordat de werkelijke schaal van de gruwel duidelijk wordt. Er zou ook sprake zijn van massagraven en het eigenlijke dodental zou in honderdtallen, niet in tientallen, te tellen zijn. De naam Boetsja staat intussen synoniem met de Russische oorlogsmisdaden, maar het is erg waarschijnlijk dat er zich nog tientallen Boetsja’s bevinden in door Rusland bezet gebied, waar zo mogelijk nog grotere misdaden gepleegd zijn.

De reactie van Moskou was voorspelbaar. Eerst werd het nieuws genegeerd, vervolgens ontkend, dan werd twijfel gezaaid door te beweren dat de beelden in scène waren gezet en tot slot werden de Oekraïners er zelf van beschuldigd de moorden gepleegd te hebben. Haast even voorspelbaar was dat een aantal nuttige idioten in Vlaanderen en in Nederland deze Kremlin-propaganda gretig deelden en onderschreven.

De roep om meer actie in het Westen is onvermijdelijk en weerklinkt nu al. Verschillende westerse regeringen willen de Russische verantwoordelijken voor een oorlogsmisdadentribunaal brengen. Er zullen strengere sancties komen en er zal zwaarder materieel geleverd worden. Misschien wordt ook Duitsland, met zijn eigen oorlogsmisdadentrauma, eindelijk over de schreef getrokken om kordaat op te treden. Tegelijkertijd is het uitkijken geblazen voor valkuilen. Er werd al eerder gepleit voor no-flyzones en vredesmissies en ook nu zal de roep om een westerse militaire interventie opnieuw de kop opsteken. Tot nu toe werd, wellicht wijselijk, aan die verleiding weerstaan.

De ongemakkelijke waarheid

Er is een ongemakkelijke waarheid die men onder ogen moet durven zien. Velen lijken te denken dat de problemen met Rusland afgelopen zullen zijn als Poetin er de brui aan geeft, of afgezet wordt in een paleiscoup. De waarheid is dat een onthutsend aantal Russen de oorlog steunt en dat er in de Russische pers en televisie ei zo na wordt opgeroepen tot oorlogsmisdaden. Boetsja is geen anomalie of vergissing, maar heeft maar al te veel historische precedenten.

De Letse minister van Buitenlandse Zaken Edgars Rinkēvičs verwoordde het afgelopen weekend treffend : “We moeten duidelijk zijn : dit is niet de oorlog van Poetin tegen Oekraïne, dit is de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en het Westen, op dit moment nog een proxyoorlog. Het niveau van chauvinisme en oorlogszucht in Rusland is zonder weerga en moet navenant worden aangepakt, er mogen deze keer geen fouten worden gemaakt.”

Zijn we voorbestemd om voor altijd op voet van (koude) oorlog met Rusland te leven ? Niets is onvermijdelijk. Er zijn natuurlijk ook tal van Russen, voornamelijk jong en stedelijk, die niets van de oorlog moeten weten. Zolang het land echter geen volwaardige, krachtige democratische instellingen heeft, lijken spanningen op termijn onvermijdelijk. Rusland heeft geen traditie van dergelijke instellingen en ze zullen ook niet magisch verschijnen als Poetin vertrekt. Zij zullen organisch, door de Russen zelf, opgebouwd moeten worden. Dat kan vele jaren in beslag nemen. We zijn ons daar best van bewust.

Foto’s (c) Gazet van Hove.