Diepestraat.
foto : © Stadsarchief Antwerpen .

Laatste greintje hoop op gentrificatie van 2060 gaat verloren

COMMENTAAR – door Lode Goukens – www.doorbraak.be .

Tunesische drugsdealers terroriseren de Antwerpse Diepestraat. De Antwerpse politie lijkt machteloos en zelfs de burgemeester Bart De Wever ziet geen oplossing.

De Diepestraat is een tragisch voorbeeld van alles wat fout liep en loopt in Vlaamse ‘grootsteden’. Een cocktail van stadsvlucht omwille van ingebeelde problemen met gastarbeiders die resulteerden in een verpaupering, huisjesmelkerij, vervuiling, een toevloed van illegale migranten en een toename van criminaliteit.

Allochtone winkeliers

De Antwerpse Diepestraat is al een week in het nieuws en beheerste zelfs een complete uitzending van Terzake op de openbare omroep. De klagers in de reportages zijn zelf allochtone winkeliers. De grote roepers op sociale media over de miserie of over het opblazen van het probleem en zogenaamde ‘angsthazerij’ zijn stuk voor stuk welstellende Vlamingen, die de straat in het beste geval enkel kennen van een passage bij de Turkse barbier of Turkse groenteboer op zondag. Deugpronken en racistische praat te over dus. Helaas geen enkele fatsoenlijke analyse.

Over de Diepestraat kan ik meepraten. Ik ben er opgegroeid en woonde er de eerste 18 jaar van mijn leven tot ik ging studeren. Een voormalige leerkracht vanop college rakelde onlangs nog de anekdote op dat ik als 17-jarige te laat in zijn eerste les kwam en hij dus kijfde dat dat enkel toegestaan was bij calamiteiten zoals een overstroming. Ik moet destijds geantwoord hebben dat ik dan ook in de Diepestraat woonde en op gevaar van eigen leven naar het college was gewaad. Omdat hij er mee kon lachen ontliep ik blijkbaar een straf.

Gevlucht

Daarna woonde ik jaren in een rustige zijstraat en later enkele straten verder in het huis van mijn grootouders om later terug te keren naar het ouderlijke huis. Ik heb de buurt zien verloederen, kort heropleven en zien afglijden naar de huidige no-go-zone. Sinds ik in 2015 in de Tuinwijk in Merksem ging wonen en later in het historisch centrum van Antwerpen ben ik telkens gechoqueerd wanneer ik nog een keer in mijn oude buurt kom.

De aimabele Turkse middenstanders die ik daar recent nog sprak waren ondertussen net als de vroegere autochtone middenstand gevlucht naar de randgemeenten en zakken met tegenzin dagelijks af naar hun bakkerij of winkeltje en huren een garage om hun auto overdag zeker niet op straat te moeten achterlaten.

Winkelstraat

De Diepestraat was ooit een zeer drukke winkelstraat met zeer degelijke winkels waar men van buiten Antwerpen naartoe kwam. Bijvoorbeeld de speelgoedwinkel Cortvriendt, de kleine Cité enzovoort. Op marktdagen op het Sint-Jansplein (woensdag en vrijdag) liep de straat vol volk.

Er waren meer winkeliers dan in om het even welk Vlaams stadje gaande van kledingzaken, hifi-zaken, drukkerijen, supermarkten (Fort en Unic), viswinkels, poeliers, crêmeries, zuivelhandels, charcuteries, groentewinkels, bakkers, opticiens, apothekers, wisselagenten, banken, café’s, een Opel-garage…

Vooral gespecialiseerde winkels zoals voor bruidskledij, dierenwinkel of de platenwinkel Moustache (voorheen de platenwinkel van Gaston Berchmans) maakten het tot een lokale Meir-as met de Sint-Gummarusstraat (met hoedenwinkel, schoenwinkels, drogisterijen…).

Zelfstandigen

De jaarlijkse braderij was een druk evenement. De stedelijke carnavalstoet bracht heel de buurt op de been en zelfs het café waar de socialistische politicus Frans Detiège dienstbetoon hield, zat alle dagen tot ‘s nacht vol en de fanfare met zeer exotische majorettes zorgden voor ons kinderen wekelijks voor hilariteit vanachter de ramen op het tweede verdiep.

De inwoners van de Diepestraat, dat waren vooral zelfstandigen die vaak al twee of meer generaties deze economische as bezetten. Geen van die zelfstandigen zou het ooit accepteren om hun Diepestraat als deel van de Seefhoek of Faboert te laten catalogeren zoals de BRT en later VRT al jaren doet.

Want in die voornoemde wijken ten noorden van de Diepestraat daar woonde vies volk. Dokwerkers en plat volk. ‘Soort’ zoals je als kind van iedereen hoorde. De Diepestraat vormde de economische grens tussen arbeiders met hun duivenmelkerscafé en de kleine burgerij. In de zijstraten met mooie herenhuizen en fraaie tuinen woonde de burgerij. Advocaten, dokters, natiebazen enzovoort.

Gastarbeiders

Toen steeds meer gastarbeiders in de sociale woningen in de Gasstraat en de opbrengsteigendommen in de Lange Beeldekensstraat (het verlengde van de Diepestraat richting Stuivenbergziekenhuis) kwamen wonen in de jaren 1980, begonnen vele van deze zelfstandigen te vrezen voor de waarde van hun vastgoed en voor de verpaupering van de buurt. Via de lokale katholieke scholen en het atheneum meenden ze reeds midden jaren 1970 te zien wat de gevolgen waren van steeds meer gastarbeiders.

Na de zoveelste epidemie van geelzucht of de zoveelste luizenplaag stuurden de zelfstandigen die dat nog niet generaties deden hun kinderen naar de betere katholieke ‘elite-scholen’ in het oude stadscentrum zoals het Sint-Jan Berchmanscollege, het Onze-Lieve-Vrouwecollege, de Dames van het Christelijk Onderwijs en Sint-Lutgardis. Dat was de eerste stap in het mentaal verlaten van hun Diepestraat.

Commotie

De tweede stap volgde einde jaren 1980 toen er wel veel commotie was over gastarbeiders, maar geen noemenswaardige sociale problemen. De Stad Antwerpen vatte ondertussen het lumineuze plan op voor een heraanleg van de winkelstraat. Bloembakken en bomen namen de plaats in van parkeerplaatsen en wisselend parkeren ging op de schop.

Meteen verloren de winkels aan de parkeerkant hun visibiliteit qua passerende auto’s en bussen van de Miva. Minder parkeerplaatsen betekende ook minder klanten en door de aanslepende heraanleg waarbij de straat veel te lang opgebroken lag was het tweede deel van de straat dat aansluit op de Lange Beeldekensstraat al stilaan doodgebloed als winkelstraat voor de heraanleg voltooid bleek. Meer dan driekwart van de winkels was verdwenen tegen 1990.

Daarop sloeg de paniek bij vele zelfstandigen in het eerste – historisch bloeiender – deel van de straat toe. Winkeliers verkochten bijna gelijktijdig hun gebouw en verkasten met of zonder nering naar Zoersel, Schilde, Schoten en andere randgemeenten (veel zaken bestaan daar nu nog onder de naam die ze destijds in de Diepestraat of Sint-Gummarusstraat hadden). Die leegloop ergerde de achterblijvers, want wat in de plaats kwam waren winkels die een kortstondig bestaan kenden en op de fles gingen.

Even begonnen Georgische joden van het Flaconplein rommelwinkels met de obligate zware jongen voor de deur, maar ook voor hen bleek de Diepestraat geen succes meer. Wat restte waren een apotheek, een bakkerij, de Kleine Cité, een speelgoedwinkel… Die hards of levensnoodzakelijke winkels.

Banken

Terwijl in de jaren 1980 elke grootbank een kantoor opende in de Diepestraat sloten de banken na deze terugval hun kantoren en vervingen ze door selfbanken die omwille van steeds duurdere verzekeringen plots om 22u sloten om uiteindelijk definitief te sluiten rond 2005. Rond die periode verdwenen ook de bankautomaten in de straat. Een beter signaal van socio-demografische achteruitgang van een buurt dan het aantal Bancontact/MrCash-automaten bestaat niet.

Door de ‘vreemden’ zou de straat economisch kapot gaan en dus vertrokken ze massaal, waardoor er bijna enkel ‘vreemden’ overbleven

In de plaats kwamen nog meer snackbars, allochtone vzw’s, belwinkels, nachtwinkels enzovoort. De stadsvlucht van de autochtone zelfstandigen was de eerste oorzaak van de teloorgang van de Diepestraat. Als er al van ‘omvolking’ sprake kan zijn dan waren het de autochtonen die eigenhandig hun straat ‘omvolkten’. Het bleek een racistische self-fulfilling prophecy. Door de ‘vreemden’ zou de straat economisch kapot gaan en dus vertrokken ze massaal, waardoor er bijna enkel ‘vreemden’ overbleven en de straat zijn economische aantrekkingskracht verloor.

Baanwinkels

De tweede oorzaak waren de baanwinkels op de invalswegen en het Wijnegem Shoppingcenter (al kwam die laatste er pas toen de Diepestraat zich al in zombiemodus bevond). De Bredabaan in Merksem en de Abdijstraat op het Kiel zijn trouwens twee andere voorbeelden van dezelfde evolutie. Het bouwvergunningenbeleid voor multinationals zoals IKEA, Carrefour enzovoort in randgemeenten met invalswegen en de lokale fiscaliteit enerzijds en de parkeerproblemen in de stad anderzijds maakten het karwei af.

Ondertussen is de Diepestraat smeriger, lelijker dan ooit door het niet naleven van bouwreglementen qua winkelpuien. Wie denkt dat alle autochtonen de buurt ontvlucht zijn vergist zich schromelijk. Het volstaat om tijdens een verkiezingszondag de stemlokalen te bezoeken om vast te stellen hoeveel Vlamingen nog steeds tegen-wil-en-dank in de buurt wonen. Niet enkel bejaarden.

Wel veel inwijkelingen die op de goedkopere huizen afkwamen en hoopten dat Park Spoor Noord een kentering zou inhouden en ze een even goede vastgoedbelegging deden als wie in de jaren 1970 een huis kocht in de achterbuurt op het Zuid. Die verhoopte gentrificatie lijkt in Antwerpen Noord compleet te mislukken door de drugscriminaliteit en illegale immigratie.

Buiten een grote kuis en aanpakken van illegalen en criminaliteit doet de burgemeester er dus ook best toe om de negatieve evolutie sedert pakweg 1987 te bestuderen om te zien hoe zoiets valt om te keren. Met prestige projecten zoals de fantastische Permeke-bib alleen zal het niet lukken. De oplossing moet zowel economisch en socio-demografisch aangepakt. Vrij vertaald door handel en wandel.

LODE GOUKENS

Lode Goukens is master in de journalistiek en docent ‘Europese en wereldinstellingen’ aan de Thomas More Hogeschool.

Foto’s (c) Gazet van Hove.