door Redactie Politiek ’t Pallieterke .

De Vivaldi-regering is sinds haar aantreden de federale coalitie bij uitstek die graag opschept met de sterkte van de partijbanden over de taalgrens heen. De politieke families zouden de toekomst zijn van het land. Meteen een manier om de Vlaams-nationalisten een neus te zetten. Maar van de eenheid binnen liberale, socialistische en zelfs groene families is steeds minder sprake.

Vorige zondag hielden de Franstalige liberalen van de MR hun jaarlijkse familiedag in Durbuy, het Ardense stadje dat zowat de speeltuin is van de Vlaamse superondernemer Marc Coucke. En naar goede gewoonte waren ook de Vlaamse liberalen van Open Vld uitgenodigd. Voorzitter Egbert Lachaert zou er zelfs een toespraak geven. Maar die stuurde zijn kat. Of beter : hij zei niet beschikbaar te zijn wegens agendaproblemen. Vorig weekeinde waren het de fractiedagen van de Vlaamse liberalen in Oostende en Lachaert zou het te druk hebben. Een drogreden, is in liberale kringen te horen. Er zit meer dan een haar in de boter tussen de liberale partijvoorzitters. Lachaert zou boos zijn omwille van een interview dat MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez vorig weekeinde aan het Nieuwsblad gaf en waarin de Bergenaar naar goede gewoonte het beleid van de regering-De Croo bekritiseerde. Voor de eerste minister zelf had hij eigenlijk ook weinig goeds te vertellen, de complimenten bleven uit.

“De mot zit in de blauwe politieke familie”

Lachaert, die bekend staat om zijn lange tenen, kon er niet mee lachen. De eenheid tussen de partijen van de liberale politieke familie is dus ver te zoeken. En zeggen dat het net de MR en de Open Vld zijn die als overtuigde belgicisten graag uitpakken met de term politieke familie. Een begrip dat nu zeer wankel is. De realiteit haalt de droom in. De liberalen zagen de band tussen partijen over de taalgrens heen lange tijd als bindmiddel van Vivaldi en vooral als een antwoord op de Vlaams-nationalisten van de N-VA. Men wou tonen dat België in de geesten nog bestaat. En het principe van de politieke families had ook een rekenkundig voordeel. Bij regeringsonderhandelingen voeg je liberalen, socialisten en groenen samen en die zijn altijd veel sterker tegenover een eenzame N-VA. En zelfs cd&v, want van een christendemocratische familie is sinds het aantreden van Joelle Milquet aan het hoofd van de cdH, nu Les Engagés, geen sprake meer. “Het is af”, zei Pieter De Crem toen cdH in 2001 vanuit de oppositie de staatshervorming met de Lambermontakkoorden goedkeurde. Ook vandaag staat geen lijn meer open tussen cd&v en Les Engagés.

Ruzie tussen makers van de regering-De Croo

Maar terug naar Vivaldi. De ruzies of spanningen tussen de liberalen zijn eigenlijk hilarisch aangezien zij als makers van de regering-De Croo gelden. In de periode dat er nog een PS-N-VA-coalitie mogelijk was, zou er één liberale partij overboord vallen. De PS wil immers niet met twee of drie (ze telt de N-VA dan mee als liberale formatie, economisch toch) liberale partijen regeren. Uiteindelijk volgde een toenadering tot de groenen en Vivaldi werd een feit.

Maar er bleef een weeffout in de regering-De Croo. Aangezien de eerste minister tot één van de kleinere partijen behoort, kon en kan de Open Vld amper een stempel drukken op het beleid. Net als de paarse regeringen onder Guy Verhofstadt blijft deze regering gewoon veel te links. De Croo moet de boel samenhouden, Bouchez kan kiezen voor de zogenaamde participatie-oppositie en is de held van veel rechtse Vlaamse liberalen, voor zover die nog op de partij van Lachaert stemmen, natuurlijk. Kortom, de mot zit in de blauwe politieke familie.

De brede kloof tussen PS en Vooruit

Enkel bij de liberalen ? Neen, ook op de lijn tussen PS en Vooruit zit er ruis. De relatie tussen Paul Magnette en Conner Rousseau is oké, maar bij de Franstalige socialisten groeit de ergernis over de vele bloemetjes die Rousseau Bart De Wever toewerpt. Bij Magnette en co leeft nog altijd de overtuiging dat men in 2024 met de N-VA moet praten, maar dan vanuit een sterk rood front. De houding van Rousseau helpt daar niet bij.

Wat de kloof tussen PS en Vooruit ook groter maakt, zijn de eerder rechtse standpunten van Conner Rousseau rond talenkennis, integratie, veiligheid, enzovoort. Vooral voor de machtige Brusselse PS-afdeling ligt dit moeilijk. De rode politieke familie staat dus onder druk.

“Wat de kloof tussen PS en Vooruit groter maakt, zijn de eerder rechtse standpunten van Conner Rousseau rond integratie en veiligheid”

Lang vervlogen is de tijd dat een André Cools vanuit Luik de Vlaamse kameraden als Willy Claes wegzette als een minderwaardige bende. Het is nog maar het begin van de herfst, maar het is nu al uitkijken naar wat Conner Rousseau op de nieuwjaarsreceptie van de PS zal komen vertellen. Als hij al opdaagt. Een afwezigheid van ‘mateke’ zou anderhalf jaar voor de verkiezingen een niet mis te verstaan signaal zijn. Neen, de unitaire politieke partijen zijn vanaf eind jaren ’60 uiteengevallen en komen niet meer terug. Ook niet onder de afgezwakte versie van de ‘families’.

Het wokisme van Ecolo ergert

Tenzij misschien bij Ecolo en Groen ? De groene partijen vormen in de federale Kamer tenslotte nog altijd één fractie. Zij lijken samen met de neocommunisten van PVDA/PTB de laatste unitaire formaties. Of quasi-unitaire formaties. Al zit er bij de groenen ook een haar in de boter. Ten eerste is Groen in Vlaanderen een kleine partij en de peilingen tonen aan dat het voor hen in 2024 een kwestie van overleven wordt. Dat ergert Ecolo, verankerd in Wallonië en zeer sterk in Brussel. Ten tweede is er de zeer links-radicale jongerenafdeling van Ecolo. Die plaatsen Groen vaak in een moeilijk parket. Niet alleen wanneer men Theo Francken (N-VA) afbeeldt als Wehrmacht-soldaat. Ook recent nog toen écolo j er niets beter op vond dan de dood van de Britse koningin Elizabeth aan te grijpen voor een woke-aanval : de Queen verheerlijken is het verheerlijken van “iemand die symbool staat voor het Europese blanke imperialisme”.

tegen Europese blanke imperialisme

Foto’s (c) Gazet van Hove.