door Julien Borremans in ’t Pallieterke .

De VDAB trok deze week aan de alarmbel. De leerkracht secundair onderwijs vormt voor alle vakken een knelpuntberoep, al blijft het voor de vakken wiskunde, Nederlands en Frans de grootste uitdaging om posities in te vullen. In Het Laatste Nieuws geeft Joke Van Bommel van de VDAB aan dat elke school in Vlaanderen met dat probleem kampt. Vooral in de steden zijn de tekorten voelbaar, al spreekt de situatie in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel tot de verbeelding, gezien er daar momenteel een leegloop aan de gang is. Maar ook het basis- en kleuteronderwijs krijgt de tekorten niet meer opgevuld. Momenteel zijn er 1.900 openstaande vacatures.
Tinneke Beekman had in De Afspraak op Vrijdag overschot van gelijk toen ze de huidige situatie in het onderwijs als ‘dramatisch’ omschreef. De toestand is zorgwekkend. Door de slepende coronacrisis – waarbij leerlingen maandenlang geen les of afstandsonderwijs kregen – trad er een acceleratie op in de jarenlange gestage achteruitgang van het onderwijsniveau.

Verwoestijning van de kennis
Die lacune laat diepe sporen na in het curriculum van de huidige generatie leerlingen en studenten. De achterstand wegwerken is heel erg moeilijk, omdat leerlingen intussen nieuwe leerstof moeten verwerken, terwijl ze sommige fundamentelere onderwerpen nog niet onder de knie hebben. Het is als een berg oprijden, waarbij je met lood in de benen nog eens een achterstand van ettelijke minuten moet goedmaken. Enkel de besten kunnen dit. Het gros van het peloton volgt op straatlengten.
Daarbovenop komt nog eens het structureel lerarentekort, dat op zijn beurt een cascade aan problemen in de hand werkt. In heel wat scholen hebben leerlingen meerdere uren per week geen les. Ze worden dan maar naar huis gestuurd of krijgen vervangtaken die niet meer zijn dan een druppel op een hete plaat. In het Brussels Nederlandstalig onderwijs zijn er tal van leerlingen die een heel schooljaar geen Nederlands, Frans of wiskunde hebben gekregen en eind dit schooljaar een attest krijgen om naar het volgende jaar over te gaan. De verschraling van de kennis kan je nu omschrijven als een verwoestijning van de kennis en de basiscompetenties. Ook de arbeidsattitude wordt zwaar gehypothekeerd, want heel wat leerlingen zijn niet meer gewoon om een voltijdse lesweek met bijhorende taken en toetsen rond te krijgen.
Bovendien vertrekken goed opgeleide en ervaren leerkrachten, waardoor er sprake is van een braindrain. Om de lege plaatsen in het lerarenkorps op te vullen, wordt zowat iedereen met een pedagogisch diploma aangenomen en worden minder goed presterende collega’s amper aangesproken. Daardoor wordt niet alleen de onderwijskwaliteit gehypothekeerd, maar wordt de rest van de leraren nog meer onder druk gezet omdat ze extra taken of lesuren moeten opnemen, met ziekteverzuim en burn-out tot gevolg.

Cultuurschok
Minister van Onderwijs Ben Weyts maakt zich vrolijk met het nieuws dat de instroom van studenten in de lerarenopleiding soelaas zal brengen, maar de realiteit is dat heel wat leerkrachten na enkele jaren het onderwijs verlaten omwille van de enorme werkdruk en de bijhorende stress. Leerkrachten moeten niet alleen lesgeven, ze moeten ook differentiëren, innoveren en remediëren. Bovendien moeten ze allerlei leermoeilijkheden en gedragsproblemen detecteren en aanpakken. Daarnaast is de klassituatie in heel veel gevallen zo divers en internationaal samengesteld dat van het klassieke doceren weinig tot niets in huis komt.
Tot overmaat van ramp voltrekt de modernisering van het secundair onderwijs zich schoksgewijs, met de nodige groeipijnen. De flink aangedikte eindtermen – met bijhorende leerplannen – moeten het zwaar geteisterde niveau van de leerlingen opkrikken, maar – om in de wielrennerij te blijven – je kan van een leerling niet verwachten om een col buiten categorie op te rijden als hij slechts een col van derde categorie in de benen heeft. Het niveauverschil zorgt in heel wat klassen voor een cultuurschok en de nodige gedragsproblemen. Daarbij komt nog dat eerst het secundair nieuwe eindtermen krijgt en pas later het basisonderwijs, waardoor de overgang van twaalfjarigen naar het middelbaar nog veel moeilijker wordt. Resultaat : veel meer leerlingen verzeilen daardoor in de B-stroom.

Het tekort aan leerkrachten is al erg, maar het gebrek aan competente schooldirecteuren is nog veel erger. Als de tendens zich doorzet, dan wordt het onderwijs binnen enkele jaren geconfronteerd met een significant tekort. Ook hier worden directeuren aangeworven met te weinig kilometers in de benen en met onvoldoende managementkwaliteiten. Ook die ontwikkeling werkt nefast. De crisis in het onderwijs heeft vele vaders.
In Het Laatste Nieuws roept Theo Francken op tot een algehele mobilisatie van pedagogen : “Iedereen met een pedagogisch diploma moet voor de klas.” Dat klinkt natuurlijk heel militant, maar er zal veel meer nodig zijn. De leerkracht moet meer autonomie krijgen, moet in zijn rol als pedagoog en gezagsdrager hersteld worden en moet eindelijk af van de oeverloze administratieve overlast. Als ouders en leerlingen een B- of een C-attest willen aanvechten, dan komt de bewijslast voortaan bij hen te liggen. Het is een intelligente beslissing van minister Weyts die hem moeten sterken om op de ingeslagen weg verder te gaan.

foto’s (c) Gazet van Hove.

