door Jan Huijbrechts in ’t Pallieterke .

Het bloedbad van Katyn
massamoordenaar Jozef Stalin – foto (c) Wikimedia Commons

80 jaar geleden, in mei en juni 1943, voerde een internationale commissie, met daarin leden uit zowel de bezette als neutrale landen – waaronder een delegatie van het Internationale Rode Kruis – een uitgebreid onderzoek uit naar massagraven die op 13 april van datzelfde jaar in de bossen bij Katyn, een plaatsje op 20 kilometer ten westen van Smolensk, door de Duitse Wehrmacht waren ontdekt.

Drie dagen vooraleer de Sovjetvlag op 26 december 1991 voor de laatste keer boven het Kremlin wapperde, overhandigde de Russische president Michail Gorbatsjov aan zijn opvolgeer Boris Jeltsin twee verzegelde enveloppen. De ene bevatte de originele Russische versie van de geheime protocollen die bij het op 23 augustus 1939 tussen de Sovjetunie en het nationaalsocialistische Duitsland afgesloten Molotov-Ribbentroppact hoorden. In de andere briefomslag zat een memo die was opgesteld door Lavrenti Beria, het gevreesde hoofd van de NKVD, de geheime politie van de Sovjets. Die memo, waarin Beria voorstelde om meer dan 25.000 Poolse krijgsgevangen en andere tegenstanders van het Sovjetregime te executeren, was op 5 maart 1940 goedgekeurd door Stalin en de andere leden van het politbureau. Decennialang had men het bestaan ervan ontkend, maar nu kwam de rechtstreekse betrokkenheid van Stalin aan het licht.

Bestand:Het bloedbad van Katyn, 1940 HU106212.jpg
slachtoffers van Katyn – foto (c) Wikimedia Commons / Imperial War Museum

“De Amerikaanse regering verzweeg feiten om Stalin niet voor het hoofd te stoten”

Molotov-Ribbentropakkoord

Het drama van Katyn begon in september 1939 toen Polen vrijwel tegelijkertijd vanuit het westen door Duitsland en in het oosten door de Sovjetunie werd binnengevallen. De Polen wisten zich vijf weken lang te verdedigen, maar moesten uiteindelijk het onderspit delven. Polen werd, conform de bepalingen van het Molotov-Ribbentropakkoord, tussen beide landen verdeeld. Duizenden Poolse officieren die door het Rode leger krijgsgevangen waren gemaakt, werden in het late najaar van 1939 naar kampen in het oosten gestuurd waar de NKVD hen moreel en fysiek probeerde te breken met de bedoeling de ‘contrarevolutionaire’ elementen te scheiden van hen die mogelijk bereid waren met de Sovjets te collaboreren. Zij die niet onder die druk bezweken, werden als “verstokte en compromisloze vijanden van het Sovjetgezag” beschouwd.

Op 5 maart 1940 ondertekenden Stalin en vijf leden van het politbureau een besluit waarin de executie van 25.700 Poolse ‘nationalisten en contrarevolutionairen’, die vastgehouden werden in kampen in Wit-Rusland en de westelijke Oekraïne, werd bevolen. Volgens Sovjetdocumenten die in 1990 werden vrijgegeven, werden na 3 april 1940 21.857 Poolse geïnterneerden en gevangenen geëxecuteerd : 14.552 krijgsgevangenen en 7.305 burgerlijke politieke gevangenen die waren geïnterneerd in ‘speciale kampen’ in de westelijke delen van Wit-Rusland en Oekraïne. Van die terdoodveroordeelden kwamen er 4.421 uit Kozelsk, 3.820 uit Starobelsk, 6.311 uit Ostashkov en 7.305 uit Wit-Russische en Oekraïense gevangenissen. Om en bij de 4.400 gevangenen uit het Kozelsk-kamp werden geëxecuteerd in het woud van Katyn en ter plaatse begraven; die uit het Starobelsk-kamp werden gedood in de NKVD-gevangenis van Kharkiv en de lichamen werden begraven nabij het dorp Piatykhatky; de geïnterneerde Poolse politieagenten uit het Ostashkov-kamp werden gedood in de NKVD-gevangenis van Kalinin en begraven in Mednoye. Tijdens de Grote Zuiveringen van 1937-1938 werden op die locaties al eerder slachtoffers van de Stalinistische terreur begraven.

Bestand:Emblema NKVD.svg
NKVD : de Sovjet-GESTAPO

“Nog geen twee maanden nadat de Poolse premier om uitleg vroeg, kwam hij in nooit opgehelderde omstandigheden om het leven bij een vliegtuigongeluk”

Van een prins tot aalmoezeniers

Onder degenen die bij Katyn stierven, waren onder meer een admiraal, twee generaals, meer dan 350 hogere officieren, 200 piloten en zeven aalmoezeniers. Onder de burgerslachtoffers bevonden zich een Poolse prins, drie grootgrondbezitters, 43 hogere ambtenaren, 20 universiteitsprofessoren, meer dan 700 artsen, advocaten, ingenieurs en leraren en een kleine 100 schrijvers en journalisten.

Een Poolse oorlogsveteraan die zich in de bossen had schuilgehouden, was ooggetuige van een van de slachtpartijen. Hij vertelde later hoe hij – toekijkend vanuit een boom – zag hoe een contingent van 200 Poolse officieren werd vermoord door soldaten van de NKVD bij Katyn. “Het was nacht,” zei hij, “en de slachtoffers werden twee aan twee naar de rand van een enorme greppel geleid, verlicht door schijnwerpers.” “Eerst”, vervolgde hij, “bonden ze de handen van de slachtoffers aan elkaar en trokken met een om de nek geworpen lus vervolgens hun hoofd naar achteren. Ze stopten zaagsel in de mond van de gevangenen. Als ze tekenen van instorting vertoonden, schopten ze hen gewoon in de greppel. Wanneer ze tekenen van weerstand vertoonden, of zich verzetten tegen de procedure, dan zette de bewaker een pistool tegen de basis van de schedel en schoten ze hen neer, terwijl assistenten de slachtoffers vasthielden. Dan draaiden ze hen in één beweging om en gooiden hen in de greppel.”

“Volgens Sovjetdocumenten werden na 3 april 1940 21.857 Poolse geïnterneerden en gevangenen geëxecuteerd”

Bestand: Getuigen van het bloedbad, Parfemon Kiselev, een lokale inwoner van Katyn, luisterend naar Dr. Ferenc Orsós.jpg
30 april 1943 : Een Russische getuige van de massamoord spreekt met forensische deskundigen – foto (c) Imperial War Museum.

Massagraven ontdekt door de Duitsers

Op 31 april 1943 ontdekte het Duitse leger bij Katyn massagraven waarin 3.000 slachtoffers lagen. Later werden nog eens 1.200 lichamen geborgen. De Duitse propagandamachine smeerde de bevindingen van de internationale onderzoekscommissie breed uit, terwijl de Sovjets uit alle macht probeerden de schuld in Duitse schoenen te schuiven. De Poolse regering die in Londen in ballingschap verbleef, eiste bij monde van de Poolse premier, generaal Wladyslaw Sikorski, uitleg van de Sovjets, waarop Moskou prompt de diplomatieke betrekkingen verbrak. Sikorski kwam nog geen twee maanden later in nooit opgehelderde omstandigheden om het leven bij een vliegtuigongeluk.

In september 2012 maakten de ‘Nationale Archieven’ van de Verenigde Staten documenten openbaar waaruit onomstotelijk bleek dat de Amerikaanse regering tijdens en ook na de oorlog bewust feiten over het bloedbad bij Katyn had verzwegen. Ze deden dat om Stalin niet voor het hoofd te stoten en later wellicht om geen olie op het vuur van de Koude Oorlog te gooien. Ondanks het feit dat een onderzoekscommissie van het Amerikaanse Congres in 1952 had geconcludeerd dat de Sovjets de daders waren geweest, hielden de Amerikanen tot 1990, het jaar waarin de Russen zélf hun verantwoordelijkheid toegaven, de lippen stijf op elkaar.

Nochtans hadden  kapitein Donald Stewart en luitenant-kolonel John van Vliet jr., twee Amerikaanse krijgsgevangen die door de Duitsers gedwongen bij het onderzoeksteam werden betrokken, in 1943 al gecodeerde berichten over het bloedbad naar Washington verzonden. Ook Henry Cassidy, indertijd een correspondent van Associated Press in Moskou, die in 1944 in het intussen door het Rode Leger heroverde Katyn de massagraven mocht bezoeken, had zijn vermoedens uitgesproken dat de Sovjets een loopje hadden genomen met de waarheid.