middeleeuwen

Historische achtergronden van driedelige romanreeks over middeleeuwen

INTERVIEW –  door Luc Pauwels – www.doorbraak.be .

Na Voor galg en rad en Adel verplicht heeft historicus Marcel van Brandwijk het derde en voorlaatste boek aan zijn  succesreeks Het bizarre leven van de Late Middeleeuwen toegevoegd : Handel en wandel. Een gesprek over de vroegste dagen van het handelskapitalisme. 

Hoe kwam de handel ten tijde van het vijftiende-eeuwse Bourgondische Rijk van de grond ?

‘In de tweede helft van de middeleeuwen maakte het op autarkie gebaseerde hofstelsel langzamerhand plaats voor het handelskapitalisme. Door het grotere aanbod ten gevolge van de innovatie van de landbouw, de toenemende vraag door de bevolkingsgroei, de kennismaking met nieuwe producten door de kruistochten en (in mindere mate) de verschillende producten van de ambachtslieden begon de handel te groeien en bloeien.’

‘Tegelijkertijd ontstonden de middeleeuwse steden met hun marktplaatsen. Naast de gebruikelijke weekmarkten werden hier ook jaarmarkten gehouden, waar producten uit andere streken werden aangeboden. De ontwikkeling van de scheepvaart maakte het mogelijk nieuwe producten en grondstoffen te importeren en inheemse producten te exporteren. Handelaren uit onder andere Venetië en Genua speelden hierbij een grote rol. Zij lieten de West-Europese samenleving kennismaken met tal van exotische producten. Specerijen, kostbare stoffen zoals zijde en geurige oliën werden door hen via hun tussenhandel vanuit het Midden-Oosten naar onze markten vervoerd.’

Ging de nijverheid daaraan vooraf ?

‘In vrijwel alle middeleeuwse steden nam de nijverheid een belangrijke plaats in. Hierbij ging het vooral om de ambachtelijke productie : timmerlieden, metselaars, steenhouwers, bakkers, wevers, enzovoort. En uiteraard ook om het vervaardigen van de ellenaartjes door de worstenmakers uit Ellenerwoude (zie hiervoor Voor galg en rad, het eerste boek van de serie). Zij voorzagen de bewoners van de stad en haar directe omgeving van hun dagelijkse benodigdheden. Van export-nijverheid was in de Nederlandse steden aanvankelijk echter nog nauwelijks sprake. Die komt pas in de late middeleeuwen van de grond. Zo vindt de lakenexport van de Hollandse steden pas vanaf de vijftiende eeuw plaats. Daarmee kunnen we concluderen dat de groei van de nijverheid eerder een gevolg dan een oorzaak van de middeleeuwse handel is.’

Voor galg en rad

De laatmiddeleeuwse samenleving kenmerkt zich in toenemende mate door specialisatie en maakt een definitief einde aan het zelfvoorzienende karakter van de vroege middeleeuwen

‘Door de opkomst van de handel ontstonden op kruispunten van wegen nederzettingen. In eerste instantie bestonden die uit een verzameling van herbergen waar kooplui konden overnachten, aangevuld met ambachtelijke bedrijven die voor de bevoorrading zorgden. Naarmate zo’n vestiging groeide, nam ook de variatie en omvang van de nijverheid toe, georganiseerd in de gilden. De laatmiddeleeuwse samenleving kenmerkt zich in toenemende mate door specialisatie en maakt een definitief einde aan het zelfvoorzienende karakter van de vroege middeleeuwen.’

Waarom profiteert vooral het Westen van deze opbloei ?

‘Vanwege de risico’s bij reizen over land werd de meeste handel over zee vervoerd. Dit was gunstig voor de kuststeden in het Westen, die zich ontwikkelden tot grote handelssteden. Door te zorgen voor goede havens, pakhuizen en stapelmarkten (waar de handelswaar kan worden aangevoerd, opgeslagen en doorgevoerd) werd hun positie versterkt. Verdere groei van de westerse steden ontstond door te gaan samenwerken in het Hanzeverbond. Hierdoor namen de inkomsten toe, werd concurrentie voorkomen en de handel beter beschermd.’

‘Daarnaast speelden ook de Oostzeehandel, de “tussenhandel” van Italiaanse steden als Venetië en Genua, en in een latere fase de opbloeiende (textiel-)nijverheid, een grote rol in de ontwikkeling van het noordelijke handelsgebied.’

‘Als gevolg van de suprematie van de zeehandel ontwikkelde zich het zeetransportwezen. Niet alleen technisch door grotere en snellere schepen, effectiever scheepsgeschut en betere navigatiemiddelen, maar ook juridisch door de betrekkingen (huurcontracten en dergelijke) tussen scheepseigenaren en kooplui. Dit alles leidde tot een economische stroomversnelling omdat deze ontwikkelingen op hun beurt weer de nodige gunstige gevolgen voor de handel hadden.’

‘Na het wegvallen van de invallen der Vikingen profiteerden de kuststeden, naast de geografische voordelen, ook van het uitblijven van ernstige schermutselingen die zich meestal in de grensgebieden afspeelden.’

Hoe stond de middeleeuwse adel tegenover de groeiende handel en de opkomst van de steden ?

‘In mijn serie over de late middeleeuwen wordt de indruk gewekt dat de adel positief stond tegenover de opkomende handel en er vol van profiteert. Burggraaf Hendrik van Arkel investeert tot verbazing van koopman Gerrit van Wissens in diens handelsonderneming, wat beiden geen windeieren legt. Niet onlogisch.’

Handel en steden leverden de edelen niet alleen meer, maar ook andere inkomsten op (klinkende munt in plaats van natura) dan landbouw en veeteelt

‘Handel en steden leverden de edelen niet alleen meer, maar ook andere inkomsten op (klinkende munt in plaats van natura) dan landbouw en veeteelt. De enorme welvaart van het Bourgondische hof is hier een treffend voorbeeld van.’

De Bourgondiërs

‘Maar, deze medaille had ook een keerzijde. De groeiende handel en de opkomst van de middeleeuwse steden leidden ertoe dat de adel in toenemende mate haar overheersende positie verloor. Hun op het hofstelsel gebaseerde macht brokkelde af. Horige onderdanen verkregen hun vrijheid door in steden te gaan wonen (stadslucht maakt vrij) en stedelingen gingen zichzelf beschermen waardoor hun militaire suprematie steeds verder werd ondermijnd. Daarnaast hadden ze in toenemende mate te maken met de concurrentie van de hen imiterende kooplui. Uiteindelijk ontkwamen veel lagere edelen er niet aan hun nakomelingen te koppelen aan welvarende koopmanskinderen in voor hen onwaardige huwelijken.’

‘De titel van Huizinga’s meesterwerk Herfsttij der middeleeuwen is sprekend. In een vergeefse poging hun maatschappelijke positie te behouden is er sprake van een exorbitante stijging van hun uitgaven : flamboyante kledij, buitensporige banketten, grootse jachtpartijen en geldverslindende riddertoernooien. De bedes (door het verlenen van voorrechten) en leningen (vaak tegen woekerrente) waarmee ze dat bekostigden ondermijnden hun machtspositie. Deze wankelde toch al ten gevolge van toenemend gebruik van huurlegers en beëindiging van de onaantastbaarheid van hun burchten door de beschikbaarheid van buskruit.’

Herfsttij der middeleeuwen

‘Alhoewel het nog eeuwen zou duren voor het met de adel voorgoed gedaan was, kan deze periode gezien worden als het begin van het einde van deze bevolkingsgroep.’

Is het daarom dat je spreekt van ‘het bizarre leven van de Late Middeleeuwen’, de ondertitel van je boek ? 

‘De ondertitel is in eerste instantie gekozen als het verbindende element tussen de drie historische romans. Op zichzelf staande verhalen met verrassende onderlinge dwarsverbanden, waarbij elk deel vertelt over de belevenissen van één van de middeleeuwse bevolkingsgroepen.’

‘Ik heb er bewust voor gekozen de verhalen juist in deze tijd te plaatsen. Een periode waarin de maatschappelijke verhoudingen dermate ingrijpend veranderden dat die door sommigen als apocalyptisch moet hebben aangevoeld. Vooral de adel en de seculiere geestelijkheid zullen de teloorgang van hun eigen stand menigmaal hebben verward met de algehele ondergang van de mensheid. Met de herinnering aan de rampzalig verlopen veertiende eeuw nog vers in het geheugen niet onlogisch.’

‘Dat zelfs een uiterst succesvol en vermogend iemand als Filips de Goede na het vernemen van de dood van zijn eenjarig zoontje verzucht : “Had het God behaagd dat ik ook zo jong gestorven ware, ik zou mij wel gelukkig achten”, zegt genoeg over het uitzichtloze fatalisme dat in deze tijd overheerst. Een bewijs dat het bizarre tijden waren en we ons gelukkig moeten prijzen dat we niet toen maar nu leven.’

Hoe evolueerde het belastingsysteem in die tijd ? Toch moeilijk om je koopwaar te verplaatsen als iedere haven, iedere stad zijn eigen rechten, aanslagen, accijnzen, taksen en tolgelden begint te heffen?

‘In de middeleeuwen waren de belastingen voornamelijk lokaal geregeld en werden geïnd door edelen en geestelijken. De horigen betaalden volgens de regels van het hofstelsel in natura, zoals het vervullen van herendiensten, pacht, tienden en dergelijken.’

Die ging meestal gepaard met het verlenen van voorrechten, waarmee de heer steeds meer van zijn invloed verloor

‘Met de komst van de middeleeuwse steden deed de bede meer en meer haar intrede. Die ging meestal gepaard met het verlenen van voorrechten, waarmee de heer steeds meer van zijn invloed verloor. Verder werden hier vooral accijnzen ingevoerd op de eerste levensbehoeften uit die tijd : brandhout, zout, zeep, graan, meel, bier, wijn, vlees, turf en kolen. Deze indirecte belastingen waren de voornaamste bronnen voor de middeleeuwse schatkisten, naast retributies, verpachtingen (van stadslanderijen, viswater en andere onroerende goederen), erfrenten, verkoop van lijfrenten, boetes, burger- en poortgelden.’

‘De kooplui hadden hier relatief weinig last van. In ieder geval niet meer dan de andere stedelingen, mede omdat de belastingen niet progressief waren, zoals tegenwoordig. Verder was er van in- en uitvoerrechten nog geen sprake. Plaatselijk werd tol geheven op bijvoorbeeld het gebruik van markten, havens, wegen en bruggen, maar die viel in het niet bij de winsten die geboekt werden. De oorzaken hiervan waren het ontbreken van een centrale regeling en het belang dat de steden hadden bij de groei van de handel.’

Kan je de zeereizen naar het onbekende gebied in het Verre Oosten, zoals in het boek Handel en Wandel beschreven, vergelijken met de risico’s die de ‘opvarenden’ van de Titan deze maand namen ? 

‘Op het gebied van risico is er absoluut een overeenkomst tussen de reis van de Zwarte Zwaan (de naam van het schip, waarmee in het boek de handelsreis gemaakt wordt) en die van de Titan. In beide gevallen was er immers sprake van grote gevaren die op de loer lagen. Iets waarvan de opvarenden op de hoogte waren en waarmee ze bewust hun leven op het spel zetten.’

‘Wat heeft hen bezield ? Natuurlijk is er in beide gevallen sprake van de zucht naar avontuur : het gevoel van vrijheid, gevoed door de wens de sleur van alledag te doorbreken en zich buiten de gebaande paden te begeven.’

‘Op het gebied van motivatie is er echter een enorm verschil. Voor koopman Gerrit van Wissens was er maar één doorslaggevende drijfveer : geldelijk gewin. Door het vooruitzicht van enorme winsten nam hij de risico’s voor lief. Dit geheel in tegenstelling tot de leden van de expeditie met de Titan. Hun ging het voornamelijk om de ‘kick’, het vooruitzicht iets unieks mee te maken.’

‘Verder is er nog een belangrijk verschil. Bij de reis van de Zwarte Zwaan gaat het om een fictief verhaal. De doden die te betreuren zijn bestaan niet, niemand rouwt om hen. De ramp met de Titan en daarmee ook het omkomen van de vijfkoppige bemanning is realiteit. Triest voor hen en hun nabestaanden dat het zo heeft moeten eindigen.’

Handel en wandel door Marcel van Brandwijk is verkrijgbaar bij onze webwinkel.

LUC PAUWELS

Luc Pauwels (1940) is historicus, gewezen bedrijfsleider en stichtte het tijdschrift ‘TeKoS’.

foto’s (c) Gazet van Hove.