Voka-initiatief legt alweer vinger op etterende Belgische wonde

ANALYSE –  door Filip Michiels – www.doorbraak.be .

Voka West-Vlaanderen lonkt richting Mexico en India om bedrijven uit de provincie aan nieuwe werkkrachten te helpen. Dat initiatief stuit op veel onbegrip. ‘Begrijpelijk’, vindt ook arbeidsmarktdeskundige Jan Denys (Randstad). ‘Maar ik hoop vooral dat dit nieuws in Henegouwen een soort van katalysator wordt om de activering van de werklozen daar anders en beter aan te pakken.’

Je krijgt het amper uitgelegd : arbeidsmigranten – ook laaggeschoolden – gaan ronselen aan de andere kant van de wereld, terwijl de werkloosheidsgraad in een aangrenzende  provincie nog vlotjes boven de tien procent uitstijgt. Arbeidseconoom Stijn Baert (UGent) wees eind vorig jaar nog eens op de enorme kloof in de werkloosheidscijfers tussen pakweg Henegouwen en West-Vlaanderen : 11,9 versus 3,7 procent. En dan zwijgen we nog over de tienduizenden arbeidsongeschikten in de leeftijdscategorie 20-64 jaar – in heel het land gaat het al om 440.000 mensen – ook in West-Vlaanderen. Mensen die zelfs niet meer in aanmerking worden genomen als kandidaat-werknemers.

Toch wil Voka West-Vlaanderen nu, in samenwerking met onder meer de VDAB, massaal inzetten op buitenlandse werkkrachten. Na een ‘geslaagde’ verkennende trip naar Mexico volgt er dit najaar een vergelijkbare ‘talentmissie’ naar India. Let wel : West-Vlaamse bedrijven gaan daar niet enkel op zoek naar hoog-gesschoolde witte raven. Ook de jacht op buitenlandse laaggeschoolden is open.

Plafond

Je kan de West-Vlaamse bedrijven moeilijk kwalijk nemen dat ze de vlucht vooruit nemen. Met een werkzaamheidsgraad van net geen 80 procent botst de provincie vandaag bijna tegen het plafond aan. Volledige tewerkstelling van alle mensen op arbeidsgerechtigde leeftijd is immers een illusie, en dus lijkt de vijver in West-Vlaanderen stilaan leeggevist.

Paradoxaal genoeg zijn er in West-Vlaanderen vandaag zelfs bijna dubbel zoveel Fransen (13.500) als Walen aan de slag

Daar staat tegenover dat buurprovincie Henegouwen met een werkzaamheidsgraad van amper 61 procent het laagste percentage van het hele land laat optekenen. Paradoxaal genoeg zijn er in West-Vlaanderen vandaag zelfs bijna dubbel zoveel Fransen (13.500) als Walen aan de slag. En dat wringt, beaamt ook Jan Denys. ‘Je krijgt aan de publieke opinie maar moeilijk uitgelegd waarom je dan plots een contingent Indiërs of Mexicanen naar Kortrijk of Waregem zou moeten halen. Ik kan alleen maar hopen dat dit initiatief nog maar eens een wake-up call kan zijn om de activering van de werklozen in sommige regio’s toch anders aan te pakken. Zowel voor de politiek als voor betrokken overheidsdiensten zoals de Forem (de Waalse VDAB, FMI).’

Werkloosheidsval

Gaat het over de vaak moeizame activering van werkzoekenden, dan valt in België al snel de term ‘werkloosheidsval’. Zeker voor laaggeschoolden is het verschil tussen wat zij opstrijken via hun werkloosheidsuitkering enerzijds of via een loon uit arbeid anderzijds vaak niet bijzonder groot. Al zeker niet als je daar ook nog de eventuele kosten voor kinderopvang en voor de woon-werkverplaatsing bij moet tellen. En dus kan die werkloosheidsval wellicht deels het lage enthousiasme bij Waalse werkzoekenden verklaren om enkele tientallen kilometers verderop aan de slag te gaan.

Jan Denys nuanceert : ‘De werkloosheidsval is uiteraard geen typisch Henegouws fenomeen, maar het klopt wel dat de taalgrens ook bijdraagt tot een slecht afgestemd aanbod aan openbaar vervoer. Los daarvan : wanneer het verschil tussen een inkomen uit arbeid en een werkloosheidsvergoeding te laag is, dan is het natuurlijk aan de politiek om dat aan te pakken. En samen met jou kan ik enkel vaststellen dat dit de voorbije dertig jaar blijkbaar onvoldoende gebeurd is.’

‘De verantwoordelijkheid van een partij zoals de PS is behoorlijk groot, daar moeten we niet flauw over doen. En zo zijn we in een situatie beland waarin het voor een doorsnee West-Vlaamse werkgever gewoon interessanter is om een goed gemotiveerde Mexicaan aan te werven dan in zee te gaan met een Waal die al vijf jaar lang werkloos thuiszit. Al was het maar omdat die Mexicaan veel meer te winnen heeft bij die job dan de Waalse werkzoekende.’

Potentiële risico’s

Denys toont dus ook begrip voor het West-Vlaamse initiatief. ‘Werkgevers die echt met de handen in het haar zitten omdat ze geen geschikte kandidaten meer vinden, kan je niet kwalijk nemen dat ze desnoods de voorkeur geven aan werkwillige Mexicanen of Indiërs. En laat ons eerlijk zijn : je kan niet beweren dat pakweg Voka de voorbije jaren niet geprobeerd heeft om Waalse werkwilligen naar West-Vlaanderen te lokken. Je moet echt al ten einde raad zijn om Mexicanen of Indiërs te gaan ronselen.’

Tegelijk waarschuwt hij ook voor potentiële risico’s en onrealistische verwachtingen. ‘We weten intussen uit ervaring dat de duurzame integratie van laaggeschoolde buitenlandse werknemers in onze maatschappij en op onze arbeidsmarkt vaak niet bepaald van een leien dakje loopt. Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat een aantal van die Mexicanen of Indiërs binnenkort ook in onze werkloosheidsstatistieken opduiken. Wat wél voor deze aanpak pleit, is dat een aantal bedrijven er samen de schouders willen onderzetten, samen met onder meer Voka. Dat zal een structurele aanpak én de opbouw van expertise zeker vergemakkelijken. Maar het idee dat arbeidsmigratie ons ook zal helpen om het probleem van de vergrijzende arbeidsmarkt fundamenteel op te lossen, klopt níet. Het aantal arbeidsmigranten dat we daarvoor zouden nodig hebben, ligt eenvoudigweg veel te hoog. Een dergelijke massale instroom zou tot veel te grote maatschappelijke spanningen leiden.’

FILIP MICHIELS

Filip Michiels is zelfstandig journalist.

foto ’s (c) Gazet van Hove.