door Drieu Godefridi in ’t Pallieterke .

Tijd is kostbaar, zeggen ze. Maar op justitieel gebied, in Brussel, lijkt tijd niet langer te bestaan. Stelt u zich eens voor : u dient in 2021 een belastingzaak in bij het hof van beroep in Brussel en u krijgt te horen dat de geschatte datum voor de pleidooien … maart 2038 is.

Maart, niet april ! Ja, u leest het goed, dat is maar liefst 17 jaar. De officiële website van het hof van beroep van Brussel biedt een dienst aan waarmee rechtzoekenden en hun advocaten kunnen nagaan hoelang het waarschijnlijk gaat duren voordat hun zaak wordt behandeld. Die pagina, met de welluidende naam ‘Wachtlijsten’ (in het meervoud, dat is een must !), geeft een duidelijke – zij het voor een rationele geest nauwelijks voorstelbare – indicatie van de doorlooptijden.

Hoe is het mogelijk om bijna twee decennia op gerechtigheid te wachten ? 

Louter indicatief

Volgens de informatie op de site is de aangegeven termijn “louter indicatief en onderhevig aan verandering, met name afhankelijk van de vereisten van de dienst”. Met andere woorden, zelfs als de aangekondigde termijn buitensporig lang lijkt, is het mogelijk dat die naar boven of beneden wordt bijgesteld.

Dat is duidelijk geen op zichzelf staand geval. Zaken die in 2023 ‘in orde’ zijn – dat wil zeggen beoordeeld in eerste aanleg, beroep ingesteld, administratief dossier in orde – zullen vastliggen tot na … 2040. Hallo, sciencefiction ! Denk eens aan de impact van dergelijke verwachtingen op het leven van de betrokkenen, om nog maar te zwijgen van de mogelijke juridische, economische en fiscale veranderingen die in die periode zullen plaatsvinden.

Anomalie ?

Die abnormale, krankzinnige vertraging, die oneerlijk is voor beide partijen, roept een aantal vragen op. Hoe kon een dergelijke situatie ontstaan? Is dat een anomalie of een ‘normale’ vertraging in Brussel? En vooral, hoe is het mogelijk om bijna twee decennia op gerechtigheid te wachten?  Maar die vragen zijn puur retorisch, want terwijl alles op het justitiële front in Brussel escaleert tot groteske proporties, zijn die problemen in feite al twee decennia oud. De gigantische achterstand van zaken in Brussel is één van die problemen – zoals schulden – waar politici over praten, discussiëren en debatteren, zonder ooit toe te komen aan een oplossing. De minister van Justitie, Vincent Van Quickenborne, heeft andere prioriteiten, zoals bevestigd door de internationale pers deze week.

Om efficiënt en eerlijk te zijn, moet recht worden gesproken binnen een redelijke termijn, staat in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Lang wachten leidt tot angst, frustratie en een gevoel van onrechtvaardigheid. Bovendien zijn op fiscaal gebied, waar de belangen soms kolossaal zijn, de gevolgen van een dergelijke wachttijd soms absoluut rampzalig voor de betrokken partijen.

Er moet ook aan worden herinnerd dat het instellen van beroep schorsende werking heeft. Als de belastingplichtige het betwiste bedrag niet betaalt en uiteindelijk toch wordt veroordeeld – na 17 jaar! -, dan moet hij betalen met de wettelijke rente. Voor een initieel betwist bedrag van 50.000 euro en een jaarlijkse rentevoet van 5 procent, zal de gelukkige belastingbetaler na 17 jaar geduld 114.600 euro betalen, ruim twee keer zoveel! Als de belastingbetaler nu betaalt, moet de staat hem terugbetalen, óók met astronomische rente.

De situatie is duidelijk in het voordeel van de regionalisering van justitie

Rechtspraak binnen een redelijke termijn

Interessant genoeg werd België deze week nog veroordeeld voor het schenden van artikel 6 (redelijke termijn). “Het is in de eerste plaats de taak van de nationale rechtbanken om ervoor te zorgen dat de rechten die door het (Europees) Verdrag voor de Rechten van de Mens worden gegarandeerd, worden nageleefd”, aldus het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. “Dit systeem kan niet goed functioneren als er geen binnenlandse rechtspraak binnen een redelijke termijn plaatsvindt.” Het arrest benadrukt ook de “structurele” problemen van het Brusselse rechtssysteem. Het Hof stelt vast dat “de problemen met betrekking tot de buitensporig lange duur van de procedures in het gerechtelijk arrondissement Brussel van structurele aard zijn en niet uitsluitend verband houden met de persoonlijke situatie van de verzoeker”.

Het Hof is van oordeel dat de Belgische Staat de nodige maatregelen dient te nemen om het recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht in het gerechtelijk arrondissement Brussel te waarborgen, voegt de uitspraak daaraan toe. De Belgische Staat moet de verzoeker, in het geval van vertraging 5.000 euro per zaak betalen voor immateriële schade. Het Belgische systeem is uitgeput, ontredderd, overweldigd, vernietigd, aan het eind van zijn Latijn.

Er zijn tweetalige eisen voor rechters in Brussel. Het moet gezegd worden dat veel Franstaligen te lui en te minachtend (of te dom) zijn om Nederlands te leren. De situatie is duidelijk in het voordeel van de regionalisering van justitie.

Zal het hof van beroep te Brussel binnenkort zaken in de 22ste eeuw behandelen ?

Heel wat vragen

De vraag rijst echter wat er in de tussentijd zal mogen gebeuren. Zal het hof van beroep te Brussel binnenkort zaken in de 22ste eeuw behandelen ? Is een versoepeling van de taalvereisten voor de behandeling van Franstalige zaken denkbaar (Franstalige zaken vormen de overgrote meerderheid van de Brusselse rechtspraak van het hof van beroep) ? Dat zijn vragen waar de genieën die ons op onze kosten besturen eens over na moeten denken, als het behandelen van ‘Pipigate’ hen daartoe de kans geeft…

Laten we voorzichtig zijn. Wanneer de staat aan zijn fundamentele missie – gerechtigheid! – verzaakt, vallen burgers altijd en overal terug op particuliere wraak.

foto’s (c) Gazet van Hove.