COMMENTAAR – door Mark Deweerdt – www.doorbraak.be .
‘Dat is een individuele fout, dat is een grove fout, dat is een onaanvaardbare fout. (…) Ook al is dit het werk van een individuele, onafhankelijke magistraat, toch wil ik mijn politieke verantwoordelijkheid nemen.’ De woorden van ontslagnemend minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) waren vrijdagavond nog niet koud, of professor Dave Sinardet tweette : ‘Concept “politieke verantwoordelijkheid” wordt (terug) au sérieux genomen.’ Maar is dat wel zo ?
Het lijkt alsof Quickie het concept ‘politieke verantwoordelijkheid’ veeleer als voorwendsel voor de ware reden van zijn ontslag gebruikt, dan dat hij het au sérieux genomen heeft.
Ontslag
Ministers van de federale regering zijn in de eerste plaats verantwoordelijk tegenover de Kamer. Dáár moeten zij verantwoording afleggen, tekst en uitleg geven en vragen beantwoorden. Het komt de Kamerleden toe op grond daarvan het vertrouwen in de minister te behouden of op te zeggen en hem tot ontslag te dwingen. Van Quickenborne heeft dat niet gedaan en er de voorkeur aan gegeven zelf ontslag te nemen. Moest hij dat doen ?
De toenmalige regering-Dehaene heeft in haar oproep tot Louis Tobback om in de zaak-Adamu géén ontslag te nemen, een richtlijn uitgevaardigd die nog altijd belangrijk is : ‘Een ontslag dring zich alleen op wanneer een persoonlijke fout werd begaan, wanneer de betrokken minister persoonlijk meent dat hij niet meer in de mogelijkheid is zijn ambt in goede voorwaarden uit te oefenen of wanneer het ontslag nodig is voor het voortzetten van het beleid’. Van ontslag wegens politieke verantwoordelijkheid voor een andermans fout is geen sprake.

Fictie
Dat een minister politiek verantwoordelijk is voor het ministerie waaraan hij leiding geeft, is een concept uit de negentiende eeuw. Aan de basis ervan ligt de geschreven regel dat het parlement de koning niet rechtstreeks kan aanspreken en een minister verantwoordelijk is.
Daaruit volgde de ongeschreven regel dat het parlement niet rechtstreeks een ambtenaar kan aanspreken en de verantwoordelijkheid voor diens doen en laten op zich moet nemen. In de negentiende eeuw was dat nog uit te leggen. Het ambtelijk apparaat was beperkt van omvang, met een strakke hiërarchie een strikte discipline.
Met de opkomst en groei van de verzorgingsstaat nam het aantal overheidstaken toe en de breidden de ministeries uit. De lijnen tussen een minister en zijn ambtenaren werden langer, de afstand tussen het staatsrechtelijke leerstuk van zijn politieke verantwoordelijkheid en de werkelijkheid van het doen en laten in zijn ministerie groter. In 1970 al, noemde de Nederlandse bestuurskundige Gerard Herman Scholten de ministeriële verantwoordelijkheid ‘een fictie’.

Rechterlijke macht
Bovendien bestaan de ‘klassieke’ ministeries niet meer. Op federaal niveau zijn ze bij de eeuwwisseling vervangen door federale en programmatorische overheidsdiensten. Dat de topambtenaren ervan niet meer vast benoemd zijn, maar een contract krijgen van zes jaar en geëvalueerd worden, hangt ermee samen dat ze meer autonomie en meer verantwoordelijkheid hebben. Een minister kan niet langer politiek verantwoordelijk worden gehouden voor de handel en wandel van de administratie en haar ambtenaren.
In het geval van Van Quickenborne komt daarbij dat de fout waarvoor hij desondanks de politieke verantwoordelijkheid heeft genomen, niet begaan is door zijn administratie of een ambtenaar. Maar, zoals hij zelf zei, door een ‘onafhankelijke magistraat’. Het parket maakt geen deel uit van de FOD Justitie en van de uitvoerende macht, maar van de rechterlijke macht. Die is onafhankelijk van de uitvoerende macht.
In de nesten
Had Van Quickenborne dan geen reden om ontslag te nemen ? Toch wel, maar niet wegens een fout van een parketmagistraat, wel omdat ‘hij niet meer in de mogelijkheid is zijn ambt in goede voorwaarden uit te oefenen’.
Van Quickenborne heeft zich in de zaak-Lassoued op een dubbele manier in de nesten gewerkt. Samen met premier Alexander De Croo (Open Vld) heeft hij, zoals Karel Verhoeven het zaterdag in De Standaard verwoordde, ‘via de hocus pocus van politieke communicatie’ van de terreuraanslag een zaak van illegale migratie in plaats van een veiligheidsvraagstuk gemaakt. Daarbij heeft hij, ten tweede, zwaar uitgehaald naar de onwil van Tunesië om zijn uitgewezen onderdanen terug te nemen.

Dat tekortkomingen in het Brusselse parket en niet de illegale migratie de grootste rol hebben gespeeld in de zaak-Lassoued, en dat het ‘onwillige’ Tunesië om de uitlevering van zijn onderdaan had gevraagd, sloeg zijn verklaringen aan diggelen en maakte Van Quickenborne ongeloofwaardig en politiek kwetsbaar. Zijn ambt kon hij niet meer in goede voorwaarden uitoefenen. Er restte hem enkel de uitweg van het ontslag. De ware reden daarvan verstopte hij handig achter zijn vermeende politieke verantwoordelijkheid voor de fout van ‘een individuele, onafhankelijke magistraat’.
Burgemeester en voorzitter
Het lijkt er trouwens op dat het ontslag Quickie niet eens slecht uitkomt. Open Vld is misschien geen zinkend schip, dan toch een schip dat slagzij maakt. De partij stevent af op een verkiezingsnederlaag en daarvoor zal verantwoordelijkheid worden gezocht. Nu al staat vast dat Alexander De Croo de zwarte piet zal krijgen. Wie niet in de brokken wil delen, staat beter niet te dicht bij hem.
Nu Van Quickenborne de regering heeft verlaten en wat verder van De Croo gaat staan, kan hij zich des te meer en des te beter concentreren op een herverkiezing als burgemeester van Kortrijk – en op de voorbereiding van het voorzitterschap van Open Vld dat hij, naar wordt gefluisterd, aan zijn politiek curriculum vitae wil toevoegen.
MARK DEWEERDT
Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.

