door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

De elektrische auto is aan een opmars bezig. Tegen 2030 zou 30 procent van de auto’s in dit land op batterijen rijden. Dat is niet zonder gevolgen voor de staatskas. Meer e-wagens betekent minder fiscale inkomsten uit accijnzen op brandstof. De gemakkelijkheidsoplossing van een verhoging van die taksen tijdens zowat elke vorige begrotingsonderhandeling wreekt zich. En ook de andere aspecten van een voordelige fiscaliteit voor niet-fossiele wagens speelt regeringen parten. Een analyse.

Eerst een aantal cijfers. Een onderzoek van het Internationaal Energie-agentschap (IEA) uit 2022 leert dat in 2030 75 tot 85 procent van de nieuwe verkochte personenwagens elektrisch zal zijn. In België, met een uitgebreid wagenpark aan bedrijfswagens die straks allemaal elektrisch zullen zijn, zal dat percentage nog hoger liggen. In het net verschenen boek ‘Iedereen elektrisch! Revolutie in het autorijden’ (Ertsberg) van experts Jochen De Smet en Stijn Blanckaert, wordt voorspeld dat het marktaandeel elektrische wagens in België stijgt van 7 procent in 2025 naar 20 procent in 2030. Tegen dat jaar zouden er 1,3 miljoen e-wagens over onze wegen rijden, sommigen hebben het over 2 miljoen. Tegen dan zal de markt zich ook hebben uitgebreid naar de verkoop van eerste- en tweedehandsbedrijfswagens voor particulieren die niet over een bedrijfswagen beschikken. Het is een evolutie onder druk van de Europese doelstellingen om wagens op fossiele brandstoffen als diesel en benzine stilaan tot een minimum te beperken. Het geplande verstrengde beleid waardoor je bepaalde stadscentra volgend decennium niet meer met een benzine- of dieselwagen mag binnenrijden, zal mensen verder naar de e-auto loodsen. Het feit dat de fiscale voordelen voor bedrijfswagens op fossiele brandstof worden afgebouwd, moet de rest doen.

1,5 miljard euro accijnzen

Maar ondertussen wordt duidelijk dat de elektrificatie van het wagenpark ook een grote verliezer kent, zeker op korte en middellange termijn : de regeringen en vooral de staatskas. Minder auto’s op fossiele brandstoffen en meer e-wagens betekent logischerwijze minder inkomsten voor de federale staatskas uit accijnzen op brandstoffen. De krant De Tijd berichtte er vorige week over. Het is zeer eenvoudig : vandaag leveren de brandstofbelastingen nog 8 miljard euro per jaar op. Tegen 2030 zou de federale overheid tot 1,5 miljard euro aan accijnzen mislopen. Dit jaar is er al sprake van een minderinkomst van 160 miljoen euro, zo berekende consultant Ernst & Young. De (elektrische) auto is dus geen cash-koe meer voor de overheid.

Dat is een gevolg van het weinig doortastende beleid van de verschillende federale regeringen. Een gebrek aan langetermijnvisie in het begrotingsbeleid wreekt zich nu. Omdat men weigert echte besparingen door te voeren om de overheidsfinanciën gezond te maken, laat staan een echte fiscale hervorming die naam waardig door te voeren om ons belastingstelsel eenvoudiger en doorzichtiger te maken. Hetgeen ook voor stabielere overheidsinkomsten zou zorgen.

Maar neen, men kiest steevast voor een combinatie van gemakkelijkheidsoplossingen en korte termijn, waarbij aan het einde van nachtelijke begrotingsgesprekken de zoektocht start naar het vinden van extra inkomsten via het verhogen van de accijnzen op tabak en uiteraard fossiele brandstoffen. “De meeste mensen voelen dat toch niet in de portefeuille”, was de redenering. Gevolg is echter dat dat dus een steeds groter deel van de belastinginkomsten is gaan uitmaken en dat de voorspelde daling van die fiscale middelen de volgende regeringen zuur zal opbreken.

CO2-gerelateerde verkeerstaks

De regionale regeringen voelen eveneens de gevolgen van het groter wordende e-wagenpark. Zij innen de BIV (belasting op in-verkeer-stelling) en de jaarlijkse verkeers-taks. Die is in elk gewest CO2-gerelateerd. Lage uitstoot betekent minder belasting. En ja, in Wallonië worden e-wagens dus minder belast met lagere fiscale inkomsten tot gevolg. In Vlaanderen is er zelfs een volledige vrijstelling van die taksen op elektrische auto’s.

Zal dat blijven duren ? De regionale belastingen opnieuw invoeren of verhogen ligt moeilijk, omdat e-wagens op zich duurder zijn en dat nog een tijdje zo zal blijven. Wil men ze voor Jan Modaal echt nog duurder maken ? Bovendien zou het voor de Vlaamse regering belachelijk zijn die belastingen te verhogen of opnieuw in te voeren, terwijl men aan de andere kant een premie van 5.000 euro geeft bij de aanschaf van een e-wagen door een particulier.

Maar wie onze economische geschiedenis kent, weet dat de Belgische fiscale creativiteit van de overheid quasi onbeperkt is. Een voorspelling : als die inkomsten uit accijnzen verder blijven dalen, dan zal een volgende federale regering of die vanaf 2029-2030 wellicht kiezen voor een veralgemeende kilometerheffing. De belastingbetaler is dan opnieuw de pineut. En de auto blijft uiteindelijk toch een melkkoe voor de overheid.

foto’s (c) Gazet van Hove.