Sinds 2002 organiseert ons lokaal bestuur opvang voor verzoekers om internationale bescherming, voordien asielzoekers genoemd. Deze opvang vindt plaats in het lokaal opvanginitiatief (LOI) in de Meylstraat.
Het LOI is een individuele opvangstructuur die plaats biedt aan maximaal tien alleenstaande mannen. Hoe gaat dit nu precies in zijn werk ?

LOI-coördinator Lore Kustermans en LOI-medewerker Wies De Stobbeleere van het OCMW geven meer tekst en uitleg.
Het LOI als tussenstap
Verzoekers om internationale bescherming verblijven in eerste instantie in een collectief opvangcentrum, zoals bijvoorbeeld dat van Broechem, in afwachting van de behandeling van hun dossier door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS). Indien de verzoeker een verblijfsstatuut ontvangt, verwijst Fedasil de persoon door naar een LOI. Vanuit dit LOI moeten zij op zoek naar duurzame huisvesting.

“Het OCMW ondersteunt hen daarbij. Het is immers een hele uitdaging om als nieuwkomer een weg te vinden in de private huurmarkt. De bedoeling is om binnen de termijn van vier maanden na aankomst in het LOI eigen huisvesting gevonden te hebben. Deze periode is best kort, waardoor het vaak een stressvolle periode is voor de nieuwkomers. We trachten via het organiseren van een tweewekelijks sportmoment een steentje bij te dragen aan de mentale rust van de bewoners.
Tijdens hun zoektocht naar een eigen woning verblijven de mannen in het LOI. Daar delen ze een leefruimte, keuken en badkamer maar beschikken wel over een eigen slaapkamer. Ze genieten tijdens hun verblijf van materiële steun : naast onderdak ontvangen ze wekelijks leefgeld om inkopen mee te doen en maandelijks een vrijetijdsvergoeding om bijvoorbeeld een fitness-abonnement van te betalen”, vertelt Lore.

Wies : “Het is voor de bewoners van het LOI niet altijd gemakkelijk om samen te leven met andere mannen uit alle uithoeken van de wereld en de verschillen in cultuur. Op dit moment telt het LOI negen verschillende nationaliteiten. We proberen dan ook om iedereen zo goed als mogelijk individueel te begeleiden en organiseren daarnaast ook tweewekelijks een bewonersvergadering om samen oplossingen te zoeken voor eventuele problemen”.

“Vroeger verbleven de bewoners hier vaak veel langer. Toen konden we hen nog beter ondersteunen bij bijvoorbeeld het leren van de Nederlandse taal. In het dienstencentrum gaan wekelijks lessen Nederlands door maar op vier maanden tijd krijg je natuurlijk niet zo heel veel aangeleerd”, gaat Wies verder. “Er werd toen ook vaker een buddytraject opgestart om de bewoners sneller vertrouwd te maken met onze gewoontes en cultuur. Nu is dat iets moeilijker geworden.”


Wat als het niet lukt om binnen de vooropgestelde termijn van vier maanden huisvesting te vinden ?

Lore : “Dat bekijken we individueel. Als iemand echt moeite heeft gedaan om een woonst te vinden, maar daar niet in geslaagd is, dan kunnen we beslissen om hem nog even in het LOI te houden, ook al verliezen we dan de subsidies voor die opvangplek. Vaak is de wil om iets te vinden wel aanwezig, maar botsen de mannen op bijvoorbeeld discriminatie. In het andere geval wordt hij doorverwezen naar de crisisopvang in Malle. Gelukkig komt dit scenario maar weinig voor. De meeste mannen vinden wel tijdig een eigen plek. Zo konden dit jaar al vijftien mannen een eigen woning vinden.”


“Van bewoners horen we vaak dat ze graag in Hove willen blijven wonen omwille van de rust en de groene omgeving. Ook de nabijheid van steden zoals Antwerpen en Mortsel ervaren ze als een pluspunt. Helaas is dat voor hen vaak niet haalbaar door tijdsdruk, de hogere huurprijzen of het ontbreken van een netwerk in Hove”, vult Wies aan.

foto’s (c) Gazet van Hove.