door Redactie Politiek ’t Pallieterke .

Het is een opvallend gegeven : al enige tijd wordt er in de mainstreammedia nog amper aandacht besteed aan de Vlaams-Waalse verschillen, vooral die op economisch vlak. En dan hebben we het niet noodzakelijk over het feit dat er nog amper melding gemaakt wordt van de transfers van Vlaanderen naar Wallonië. Het gaat dan vooral over de onhoudbare kloof in werkzaamheidsgraad en over de fiscale last die vooral door Vlaanderen wordt gedragen.

Zullen we moeten wachten tot de verkiezingscampagne een paar versnellingen hoger schakelt ? Feit is dat de laatste tijd opvallend weinig discussie wordt gevoerd over de blijkbaar vastgeroeste sociaaleconomische kloof tussen Vlaanderen en Wallonië. En laten we er Brussel ook maar bij rekenen. Als er aan het begin van die campagne gesproken wordt over economische thema’s, dan is het vooral de precaire situatie van de begroting die ter sprake komt, net als de oplopende staatsschuld. Of men maakt zich zorgen over de aftakelende handelspositie van België, met oplopende loonkosten voor de bedrijven.

Ook N-VA-voorzitter Bart De Wever focust daarop, wellicht voor een deel ingegeven door bezorgdheid over de toekomst van onze industrie en die in de Antwerpse haven in het bijzonder. Uiteraard had hij het in een paar recente interviews over het zeer linkse Wallonië.  Hij had bijna te doen met Georges-Louis Bouchez die in zijn ogen dreigt “te verdrinken in een rode zee”. Lees : in een door PS, neocommunisten van PTB/PVDA en ecologisten gedomineerd Wallonië. Maar cijfers, laat staan analyses over de economische kloof tussen noorden en zuiden, bleven achterwege. Voorlopig toch. Zoals gezegd : misschien duiken ze ergens in 2024 op wanneer het einde van de verkiezingscampagne nadert.

Sterke groei Vlaamse werkzaamheidsgraad maakte het verschil

In elk geval hebben ze twee weken geleden op een Vlaams arbeidsmarktcongres in Brussel niet gewacht om die Vlaams-Waalse kloof onder de aandacht te brengen. Zoals de naam doet vermoeden, kwamen daar experts in arbeidsmarktbeleid samen om een aantal tendensen onder de loep te nemen en te bespreken. Er waren weinig politici aanwezig, uitgezonderd Vlaams minister van Werk Jo Brouns (cd&v) die halverwege een korte tussenkomst hield. De afwezigen hadden ongelijk, want men kon er toch een aantal interessante inzichten vergaren. Zoals over de evolutie van de werkzaamheidsgraad in de verschillende gewesten sinds eind de jaren 1980. Dat er anno 2023 een grote kloof is tussen Vlaanderen, Wallonië en Brussel, is algemeen bekend. Tegenover een Vlaamse werkzaamheidsgraad van 77 procent staat een Waalse van 65,6 procent een Brusselse van 65,2 procent. De twee laatstgenoemde regio’s bevinden zich ruim onder het Europese gemiddelde van 75 procent. Op het arbeidsmarktcongres zelf zei hij het niet, maar Jan Denys, arbeidsmarktexpert bij Randstad, heeft in het verleden meermaals gewaarschuwd dat die tewerkstellingskloof tussen noord en zuid op termijn een grote bedreiging voor de toekomst van België vormt. Dat is correct en het is daarom een thema dat in de campagne veel meer aandacht verdient.

“Er wordt opvallend weinig gediscussieerd over de blijkbaar vastgeroeste sociaaleconomische kloof tussen Vlaanderen en Wallonië”

Ook en vooral omdat de kloof tussen de verschillende regio’s de voorbije jaren niet kleiner is geworden. Integendeel zelfs. Tijdens het congres werd een interessante grafiek getoond. Daaruit blijkt dat de verschillen in werkzaamheidsgraad eind jaren 1980 niet zo groot waren als men vandaag zou denken. In 1988 bedroeg de Vlaamse werkzaamheidsgraad 59,6 procent, de Waalse 55,1 en de Brusselse 52,96 procent. Een Vlaams-Waals verschil van 4,5 procentpunten. Nu is de kloof 11,5 procentpunten. Dus jaren na de Waalse de-industrialisatie van de jaren 1960 en 1970 is het verschil nog opgelopen en dat ondanks Europese steunmaatregelen, herstelfondsen en marshallplannen allerhande. Andere vaststelling : in tijden van crisis is Wallonië er amper of meestal gewoon niet in geslaagd om die kloof te dichten. Nochtans is de vaak gehoorde economische analyse dat Vlaanderen als open economie bij een recessie harder wordt getroffen. Dat vertaalt zich dan in een werkzaamheidsgraad die wat moet dalen, terwijl Wallonië met zijn sterkere staatseconomie ongevoeliger is voor dergelijke conjuncturele schokken. Maar de realiteit blijkt dus anders. Nemen we lange-termijn-evoluties in beschouwing, dan kan er maar één conclusie worden getrokken : al decennia hinkt Wallonië achterop en beterschap is niet in zicht. Wanneer gooien politici dat eens op tafel tijdens een debat ?

Wallonië heeft het nog steeds moeilijk

De mythe van de ‘Brusselse’ vennootschapsbelasting

Het zou kunnen dat men amper debatteert over die tewerkstellingskloof, omdat iedereen weet hoe hopeloos de Waalse situatie is. Hetzelfde geldt evenzeer voor een ander economisch dossier : de fiscale opbrengsten. Die worden vooral door Vlaanderen gegenereerd. Afhankelijk van het type belasting is dat tussen 55 en 70 procent (dat laatste vooral de roerende voorheffing op dividenden en andere beleggingen). Sommige economen relativeren die cijfers door te wijzen op een taks waar de verhoudingen enigszins anders zouden liggen : de vennootschapsbelasting of die op bedrijfswinsten. Die zijn federaal, maar kunnen regionaal worden opgesplitst naargelang de plek waar de hoofdzetel van het bedrijf is gevestigd.

“Arbeidsmarktexpert Denys heeft meermaals gewaarschuwd dat de tewerkstellingskloof een bedreiging vormt voor de toekomst van België”

U hoort ons aankomen : aangezien Brussel veel hoofdzetels van bedrijven telt, zal daar bovenmatig veel vennootschapsbelasting worden betaald. Dat klopt echter slechts ten dele. Of eigenlijk niet. Vorige week maakte het zakenblad Trends een analyse van de vennootschapsbelasting die in 2022 in België werd betaald. Van het totale bedrag van 19,2 miljard euro wordt 3,3 miljard betaald door bedrijven in Brussel. Dat is 17 procent van het totaal. Flink boven de 10 procent die overeen zou moeten komen met het aandeel van de Brusselse bevolking in dit land. Maar het is niet zo dat de vennootschapsbelasting een ‘Brusselse’ belasting is en dat in het Hoofdstedelijk Gewest het merendeel wordt opgehoest. Dat is Vlaanderen, met 12,3 van de 19,2 miljard euro betaalde vennootschapsbelasting. Vlaanderen is en blijft dus de belastingkampioen van het land en dat op alle terreinen.

foto’s (c) Gazet van Hove .