door GDD in ’t Pallieterke .

Een militaire patstelling op het terrein, een conflict dat een uitputtingsslag geworden is (wat Rusland een comparatief voordeel oplevert) en een steeds grotere terughoudendheid om Kiev te steunen. Ziehier de sombere toestand van de oorlog in Oekraïne. Wat vandaag beslist wordt, zal bepalend zijn voor het verdere verloop van het conflict. Een belangrijk scharnierpunt is bereikt, wellicht aan te vullen met het adjectief ‘gevaarlijk’.

Terwijl extra Amerikaanse steun voor Oekraïne het onderwerp van een politiek spel in het Congres is, baart de situatie op het terrein alsmaar meer zorgen. President Biden tovert alvast het bekende witte konijn uit zijn hoed: zijn Oekraïense ambtsgenoot Zelensky. Die ging naar Washington in de hoop zelf de kritische Republikeinse verkozenen te overtuigen. Wanneer u dit leest, weten we wellicht meer over het succes (of uitblijven ervan) van zijn overredingskracht. Eerder lekten geheime gesprekken tussen beide regeringen uit, waarvan de draagwijdte niet onderschat kan worden. Aan Kiev werd diets gemaakt dat, berustend op de vaststelling dat “de VS niet zeker is nog in staat te zijn Oekraïne te kunnen steunen”, het beleid ter zake herzien zal worden. Tot nog toe werd dat in één zin samengevat: “Het is aan Oekraïne om te bepalen wat overwinning betekent.” Begrijp: we steunen zolang ze kunnen en willen vechten, idealiter tot de Russen helemaal weg zijn, al dan niet met de verovering van de Krim. Vandaag acht men het verstandiger meer diplomatieke kanalen te bewandelen. Uit noodzaak.

“Strategische doorbraak”

Precies twee jaar geleden zag het er erg benard uit voor Oekraïne. Een massale samentrekking van Russische troepen aan de grens deed het ergste vrezen. Was het louter intimidatie of ging Moskou de pletwals daadwerkelijk in beweging brengen ? Inmiddels kennen we het antwoord, maar de dingen liepen anders dan verwacht. Steunend op jarenlange NAVO-training (de hele tijd behoorlijk onder de radar gehouden), beet Oekraïne van zich af. De opmars naar Kiev werd letterlijk gestaakt en het geweer strategisch van schouder veranderd. Oekraïne vocht terug, tot de linies stabiliseerden. En dat bleven ze grotendeels ook, ondanks het hoopvolle offensief tijdens de lente- en zomermaanden.

Enkele weken geleden had de opperbevelhebber van het Oekraïense leger het in The Economist over de realiteit dat geen van beide legers in staat was tot een “strategische doorbraak”. Doorgaans wordt die blokkade op conto van de Russische verdedigingslinies geschreven. Maar experts wijzen op een andere relevante factor. Door gebruik te maken van drones allerhande, verkrijgt men een veel duidelijker zicht op wat zich op het slachtveld afspeelt. Direct gevolg daarvan is dat bewegingen sneller gedetecteerd en afgestraft worden, wat de huidige patstelling bestendigt. Maar hoe moet het nu verder ?

Oorlogseconomie

Sinds februari 2022 kwam Rusland in het verdomhoekje te staan. Het regende economische sancties, maar de implosie van de Russische economie bleef uit. De Russen oriënteerden zich naar andere landen en bespeelden het zogenaamde ‘diepe zuiden’, wiens onverschilligheid ten aanzien van het conflict in het Westen op onbegrip stuitte, terwijl het eerder een les in bescheidenheid had moeten zijn. Militair ging Rusland zich in landen als Iran en Noord-Korea bevoorraden, maar het schakelde ook ruim één jaar geleden over op een oorlogseconomie. Het militaire budget ging de hoogte in en de focus kwam onder meer op de productie van munitie te liggen. Er is terecht altijd gewaarschuwd voor de risico’s van een uitputtingsoorlog, al was het maar dat Rusland meer voorraden heeft, namelijk van manschappen en grondstoffen. En daar lijken we precies te zijn aanbeland.

Militaire ontoereikendheid

Uit een onderzoek van Carnegie Endowment blijkt dat Oekraïne tijdens de zomer tussen de 220.000 à 240.000 obussen per maand afvuurde. Dat lijkt inmiddels te zakken onder de 90.000, wat nog een veelvoud is van wat zowel de Amerikaanse als Europese wapenindustrie kan produceren, zo’n 25.000 à 28.000 stuks op maandelijkse basis. Ook aan Russische kant ligt de productie lager dan het verbruik, maar het verschil is kleiner, net dankzij die omschakeling naar een oorlogseconomie. Uit de becijferingen van het Insitute for the World Economy, gevestigd in het Duitse Kiel, is gebleken dat de Europese financiële steun van 155 miljard euro meer dan het dubbele van de Amerikaanse bedraagt. Raakt die laatste door het politiek getouwtrek in Washington niet gedeblokkeerd, dan zullen de Europeanen enkele tandjes bij moeten steken.

Erg onrustwekkend is de militaire steun die zonder de betrokkenheid van de Amerikanen ruim ontoereikend is. Er was een moment dat het beloftes regende, alleen bleken de doelstellingen vaak niet gehaald te worden. De schokgolf van de Russische invasie werd gevolgd door politieke beloftes om de middelen voor defensie substantieel op te drijven. In de meeste landen is dat engagement inmiddels ingehaald door de harde budgettaire realiteit. Een Russische doorbraak ? Enkele maanden geleden leek de vrees ondenkbaar, maar vandaag ? Een gevaarlijke mix van desinteresse voor het conflict, een Oekraïens militair apparaat dat op zijn tandvlees zit, een tekort aan middelen en vooral aan gesofisticeerd wapentuig, zijn allemaal elementen die heel wat vragen doen rijzen over hoe de situatie er na de winter zal uitzien. Dat we op een scharnierpunt gekomen zijn, staat buiten kijf. En dat beseft men in Moskou ook.

boycot Russische producten

foto’s (c) Gazet van Hove .