door Pieter Vandermoere in ’t Pallieterke .
1297-1384
‘De goddelijke komedie’ van de Italiaanse dichter Dante Alighieri is één van de literaire hoogtepunten in Europa’s culturele geschiedenis. Geschreven in het eerste kwart van de 14de eeuw, valt het pal in de periode die het nieuwe werk van Joren Vermeersch beslaat. Wanneer Dante met zijn gezel Vergilius de hel betreedt, staat “Er is geen hoop voor wie hier binnentreedt” boven de poort geschreven. Met een knipoog naar Dante, kon “Er is geen hoop meer op vrije tijd voor hen die dit boek lezen” op de beginbladzijde van het boek hebben gestaan.
De schrijver van dit boek heeft meerdere pijlen op zijn boog. Politiek goed bevriend met politici als Jean-Marie Dedecker en Theo Francken, hielp hij al mee om boeken over bijvoorbeeld immigratie intellectueel en juridisch te onderbouwen. Denk maar aan het boek ‘Continent zonder grens’. Ook bezorgt hij de doorsneelezer van De Standaard regelmatig krullende tenen wanneer een nieuwe column verschijnt.

Naast de politiek-juridische persoonlijkheid, duikt de van origine Nieuwpoortenaar graag de archieven in om de geschiedenis terug tot leven te wekken. De impact van het boek ‘1349’, over het jaar van de pest in Vlaanderen, dijt nu nog uit in academische en literaire kringen. Met enkele nieuwe conclusies heeft de jonge historicus zijn debuut niet gemist. De lezer was hongerig naar meer.
Het einde van de wereld
Wat voor ons ligt, is het resultaat van jarenlange studiewerk, lange nachten doorwerken en soms het overwinnen van schijnbaar doodlopende steegjes naar opbouw of bronnenmateriaal. Niet (enkel) het verhaal van de hoge heren, maar vooral van gewone mannen en vrouwen die leefden tijdens die 14de eeuw en er ellende, dood, maar ook vreugde kenden. In gesprekken over zijn boek verwijst Vermeersch naar de term ‘la condition humaine’: dat waaraan elke mens onderworpen was, is en zal zijn, bijvoorbeeld de enorme veerkracht en het aanpassingsvermogen om zich in elke omstandigheid staande te houden. Zoals Vermeersch schrijft: “Zij bleven liefhebben. En zij bleven hopen en dromen. Dat is een troostrijke gedachte.”
En die was nodig in een periode die zo doordrongen was van miserie dat de gelovige Vlaming erin de kenmerken van de Apocalyps herkende: veroveringsoorlog, burgeroorlog, hongersnood en ziekte. Een Nieuwpoortse visser, een Brugse voller, een Gentse kroegbaas en een Beringse muziektheoreticus zijn een fractie van het bonte gezelschap van wie de auteur de waargebeurde levens schetst tegen de achtergrond van bloed, ijzer en ziektekiemen. De lezer voelt de honger knagen van de belegerden, de wanhoop van diegenen die hun geliefden lieten vertrekken naar de weidse zee of het slagveld, de woede als gevolg van een vernederende bezetting. Politieke beslissingen zijn niet altijd het gevolg van overdachte plannen aan de vergadertafel, maar net zo goed opborrelend uit het volk met zijn drang naar vrijheid als brandstof en onrecht als ontsteking.
Het verhaal van Vlaanderen
Die originele invalshoek laat toe om bekende mijlpalen in onze vaderlandse geschiedenis op een onverwachte manier te belichten. De aanloop naar de Guldensporenslag, de slag zelf en de jarenlange gevolgen passeren uiteraard de revue. Maar ook inzicht in de drijfveren, de successen en de neergang van bijna als heiligen voorgestelde figuren als Nikolaas Zannekin en Filips Van Artevelde. De zuchten van bewondering, de hoop bij hun volgers, het verraad van hun tegenstanders. De schrijver neemt je zo mee in zijn verhaal dat de emoties van de personages bijna zelf voelbaar worden.
Het boek schetst op confronterende wijze hoe de diverse politieke evoluties de bestuurlijke complexiteit in Vlaanderen doen toenemen. De diverse feodale lagen die de Franse koning en de Vlaamse graaf tegenover elkaar plaatsten. De oude economische elite van poorters, die de ambachten de toegang tot het schepencollege wilde ontzeggen. De onderlinge strijd tussen de machtige steden. En in die woelige tijden zocht ieder zijn plaats, zijn belang, maar ook zijn uitweg in geval men de ‘verkeerde’ partij had gekozen.
Het boeiende epos dooft uit met de laatste telg van de Vlaamse graven, Margaretha van Male. Samen met haar Bourgondische echtgenoot weet ze Vlaanderen terug op het pad van vrede en welvaart te zetten. Met een anachronisme kunnen we stellen dat Joren Vermeersch hierbij de zwierige pen overhandigt aan Bart Van Loo’s ‘De Bourgondiërs’. Twee historici in de zomer van hun loopbaan die het verhaal van Vlaanderen met feiten naar boven halen zonder een enkel moment te vervelen. Het is de ondernemende geest van de Brugse of Gentse makelaars die bij mij de boude gedachte deed opborrelen dat dit boek zeker genoeg inspiratie bevat om een vervolg te vinden naar het grote scherm.
Joren Vermeersch, ‘Vlaanderens waanzinnigste eeuw – 1297-1384’, 2023, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 640 blz. , 39,99 euro, ISBN 9789464759679.


foto’s (c) Gazet van Hove .

