door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Voorspellingen maken is moeilijk, ook als het over de economie gaat. De Amerikaanse president John F. Kennedy zei altijd : “Geef me een éénarmige econoom, dan zegt hij niet altijd aan de ene kant en aan de andere kant.” Toch kan het geen kwaad een aantal waarschijnlijke tendensen voor dit jaar op te sommen.

1. Er komt geen recessie
Moeten de hoge inflatie en de stijgende rente, plus de geopolitieke onzekerheid eens niet voor een slecht economisch jaar zorgen ? Dat vragen economen zich al maanden af. Welnu, ook al zijn alle ingrediënten voor een recessie (twee kwartalen negatieve groei) verzameld, ze komt er niet. De groeicijfers schommelen in België al een tijdje rond de 1,5 procent. Dat betekent dat we in een systeem zitten van wat we gerust normale, maar grijze groei mogen noemen. Geen grote schokken, maar voorzichtig voortkabbelen. En dat ondanks een aantal lampen die op oranje gesprongen zijn, zoals de nog altijd hoge inflatie.
Er zijn meerdere redenen waarom de economie niet kopje-onder gaat. De koopkracht van de consument blijft gegarandeerd door de automatische loonindexering. Gevolg is dat de gezinnen het geld laten rollen. Recent raakte bekend dat er meer collectieve ontslagen zijn, maar een verstoring van de arbeidsmarkt zit er niet aan te komen. De werkloosheid blijft laag, de krapte hoog en wie zonder werk valt, heeft normaal gezien tamelijk snel een nieuwe job. Dat schept vertrouwen voor 2024.

Bedrijven verloren door de hier sneller opgelopen loonkosten wel marktaandeel, maar dat concurrentieel nadeel ten opzichte van het buitenland lijkt nu te dalen dankzij de sterkere loonstijgingen in de buurlanden. Ten slotte beschikken bedrijven nog over wat cashreserves waarmee ze in 2023, maar ook in 2024, investeren in digitalisering en vergroening. Dat ondersteunt de groei.
De koopkracht van de consument blijft gegarandeerd door de automatische loonindexering
2. Energietransitie heeft geopolitieke en geo-economische gevolgen
Over vergroening gesproken : de bedrijven doen volop mee aan de transitie om de CO2-uitstoot sterk te doen dalen. Het Westen, en zeker Europa, heeft de weg naar een koolstofarme economie gevonden. En dat heeft in 2024 en daarna geopolitieke en geo-economische gevolgen. Op een aantal domeinen gaat het snel. West-Europa is grotendeels zonder zware economische rampen van Russisch gas afgestapt. Minder afhankelijk van import van olie en gas betekent tegelijk minder afhankelijk zijn van prijsschommelingen. En dus zorgt dat voor economische stabiliteit, het moet gezegd. De transitie naar minder CO2 betekent dat bepaalde gebieden van onze wereldeconomie aantrekkelijker worden. De Noordzee wordt een interessant gebied om in te investeren, want er is nog ruimte voor windmolenparken, al moet natuurlijk de visuele vervuiling in rekening worden gebracht.

Zonnepanelen, elektrische wagens en dergelijke vragen dan weer veel koper, kobalt, nikkel en lithium. Landen die die metalen in de grond hebben (een deel van Afrika, maar ook het logistiek gemakkelijkere Chili) hebben meer dan een streepje voor.
West-Europa is grotendeels zonder zware economische rampen van Russisch gas afgestapt
3. Internationale oorlog om microchips
Het was een kleine verrassing toen China eind augustus 2023 de nieuwe smartphone van Huawei op de markt bracht, de Mate 60 Pro. De ontwikkeling en productie ervan was een tijdlang vertraagd, omdat VS-sancties ervoor hadden gezorgd dat de Chinezen niet aan de vereiste chips waren geraakt voor de ontwikkeling van die nieuwe G-smartphone. Maar blijkbaar wisten de Chinezen dat dus te omzeilen via eigen innovatie. Het betekende een keerpunt, nadat de toenmalige Amerikaanse president Donald Trump in 2019 de verkoop van chips aan Huawei verbood.
Chips zijn veelgevraagd, maar schaars. Door de coronamaatregelen werden de logistieke aanvoerlijnen zwaar verstoord en ontstonden er problemen bij de bedrijven (autosector, smartphones, producenten van zonnepanelen) die ze nodig hadden. Het is in het verwerven van chips nu ieder voor zich. Dat leidt de facto tot een economische oorlog. De EU wil eigen chipfabrieken, maar zit met een probleem. De zeldzame metalen voor de productie van die hoogwaardige chips (germanium en gallium) komen deels uit China en China beperkte de export ervan zoveel het kan.

De verwerving van microchips leidt de facto tot een economische oorlog
4. China wordt een centrale speler in de auto-industrie
China heeft nog een andere pijl op de boog. Het land wordt namelijk een cruciale speler in de auto-industrie. Reden is dat het gros van de batterijfabrieken voor elektrische wagens zich in China bevindt. Vorig jaar lag 78 procent van de mondiale batterijcapaciteit in Chinese fabrieken. Het land beschikt over voldoende batterijen om jaarlijks 90 miljoen e-auto’s van de band te laten rollen. De Chinezen hebben hier een voorsprong genomen die door de VS en Europa niet zomaar kan worden ingehaald. In 2024 zou China wel eens de grootste auto-exporteur ter wereld kunnen worden. Niet enkel dankzij de grote batterijcapaciteit, maar ook omdat de regering de productie en aankoop van elektrische wagens zwaar subsidieert. De VS maken weliswaar voor de komende tien jaar 140 miljard euro aan subsidies vrij voor de autosector, maar dat zal hoogstens dienen om de thuismarkt te kunnen bedienen. Internationaal concurreren met de Chinese auto’s is niet voor meteen.

In 2024 zou China wel eens de grootste auto-exporteur ter wereld kunnen worden

foto’s (c) Gazet van Hove .

