door Lode Goukens – www.doorbraak.be .

De studie ‘Samenleven in diversiteit’ van de Vlaamse regering legt de echte problemen bloot. Al deed iedereen nog zo zijn best om ze te verhullen.

Is het glas halfvol of halfleeg in het immigratie-onderzoek van de Vlaamse regering ? Stellen almaar minder Vlamingen van buitenlandse afkomst hun geloof boven de wet ? Of blijft het percentage dat het geloof boven de wet stelt onrustbarend ?

Bij een opinieonderzoek besteld door een regering spelen altijd twee dingen. De gewenste uitkomst en het gewenste narratief. Dat is niet anders bij het onderzoek Samenleven in diversiteit besteld door Bart Somers (Open Vld) en afgeleverd aan zijn opvolgster als minister van Inburgering en Gelijke Kansen Gwendolyn Rutten (Open Vld).

Aantal vreemdelingen stijgt

De conclusie van de studie staat eigenlijk in de intro : ‘Niet alleen stijgt het aantal vreemdelingen en personen van buitenlandse herkomst, ook de interne diversiteit bij deze groepen neemt toe.’ Het aantal vreemdelingen stijgt. Uit de daaropvolgende zin valt op te maken dat de Vlaamse regering tamelijk fatalistisch staat tegenover stijgende immigratie en daarom een zogenaamde woke-term als ‘superdiversiteit’ hanteert om de context te schetsen : ‘Een beleid afstemmen op deze superdiversiteit begint met het kennen en begrijpen ervan.’

Meten is weten, maar in de politiek fungeren statistieken altijd als bewijzen of argumenten voor de ene of de andere politieke keuze. Een belangrijke vraag in de media die niemand stelde bij deze enquête is waarom ze pas eind 2023 na een ministerwissel vrijgegeven werd terwijl ze al in 2022 werd uitgevoerd.

Diversiteit

De Survey Samenleven in Diversiteit (SID-survey) was een grootschalige bevraging afgenomen in 2017 en 2022 bij ongeveer 4.500 en 5.100 mensen van Belgische, Marokkaanse, Turkse, Poolse, Roemeense en Congolese herkomst. In 2022 werd ook een groep Afghanen bevraagd. De bedoeling was om ‘aspecten van het samenleven in diversiteit’ — zeg gerust samenlevingsproblemen — te onderzoeken die in administratieve gegevens en algemene bevolkingssurveys onderbelicht blijven.

De vragen gingen over de discriminatie, geloof, gezin, opvoeding, inburgering, openbare ruimte, opleiding, werk, sociale participatie, taalkennis, wonen, enzovoort. Stuk voor stuk hete hangijzers in het migratiedebat.

Migratie als verrijking samenleving

De belangrijkste stelling was wellicht : ‘De aanwezigheid van verschillende herkomstgroepen is een verrijking voor onze samenleving’. Daarop antwoordde 19 procent van de bevraagde Vlamingen zonder buitenlandse origine dat ze het ‘(helemaal) oneens’ waren — exact hetzelfde percentage als bij de vorige survey in 2017. 29 procent was neutraal en 51 procent antwoordde ‘(helemaal) eens’. In 2017 bleek slechts 47 procent overtuigd van de verrijking. Meer autochtone Vlamingen zien migratie dus als een verrijking, maar het blijft natuurlijk ook slechts de helft.

De antwoorden van de ‘verschillende herkomstgroepen’ op die vraag zijn interessanter. 89 procent van de Marokkanen blijken het eens te zijn. 88 procent van de Congolezen. 77 procent van de Turken. De Polen en Roemenen staan kritischer, maar bijna twee derde beweert te geloven dat diversiteit een verrijking is voor de Vlaamse samenleving.

Religie blijft integratieprobleem

De essentie van zo’n studie samenvatten is moeilijk. Vooral omwille van de duidelijke filter bij de presentatie van de resultaten en de soms sturende vragen. De auteurs deden ontzettend hun best om bijvoorbeeld het probleem religie te minimaliseren. Eén op de zes ‘Vlamingen met roots in Turkije, Marokko of Congo’ geeft aan zijn of haar geloof boven de Belgische wetten te plaatsen. Maar, zeggen de auteurs, dat aandeel is ‘aanzienlijk lager dan vijf jaar geleden’. Maar ze veranderden wel de vraag van ‘Ik vind dat de regels van mijn geloof altijd moeten voorgaan op de Belgische wetten’ in 2017 naar ‘Ik vind dat ik de Belgische wetten mag overtreden als die niet samengaan met de regels van mijn geloof’ in 2022.

Dat geloof is identiteitsbepalend. Een overweldigend aantal Marokkaanse (94 procent), Congolese (89 procent), Afghaanse of Turkse (beide 88 procent) mensen zegt dat geloof een belangrijk deel van hun persoonlijkheid uitmaakt. Minder dan 10 procent van de ondervraagden van niet-Europese herkomst omschrijft zichzelf als niet-gelovig. Autochtone Vlamingen noemen zich in 40 procent van de gevallen niet-gelovig, terwijl maar 36 procent zegt dat geloof hun identiteit bepaalt.

Geloofsbijeenkomsten

Hier past wat uitleg. 52% van de Congolezen gaat wekelijks naar een ‘geloofsbijeenkomst’. Bij de Afghanen gaat 32 procent wekelijks naar de moskee. Ongeveer 1 op 3 dus. Bij de katholieke Polen gaat amper 12 procent wekelijks naar de mis. Vergeleken met de Vlaming van Belgische herkomst is dat nog veel, want daar gaat 6 procent wekelijks naar de kerk, de moskee of de synagoge.

Opmerkelijk is de ‘ontmoskee-ing’ van de Turkse en Marokkaanse Vlamingen. Het wekelijkse moskeebezoek zakte op vijf jaar van 36 procent naar 31 procent  bij de Marokkanen en van 35 procent naar 26 procent bij de Turken. Toch zegt bijna de helft van de Marokkaanse en Turkse Vlamingen dat hun geloof de laatste tien jaar sterker werd.

Daarbij is het belangrijk naar de gedetailleerde statistieken te kijken. Daar valt te lezen dat bij de autochtone Vlamingen het percentage dat nooit naar een geloofsbijeenkomst gaat steeg van 52 procent naar 59 procent. Bij de andere groepen ligt dat opmerkelijk lager. 38 procent van de Afghanen, 35 procent van de Marokkanen en Turken, 31 procent van de Polen en 17 procent van de Congolezen gaat nooit. Die ‘ontkerkelijking’ nam op vijf jaar tijd wel bij elke groep significant toe.

Interessant zijn ook de vragen over het al dan niet in de buurt wonen van veel mensen van Belgische afkomst. De gettovraag dus. De autochtone Vlaming woont vooral in de buurt van andere autochtone Vlamingen. De Turken, Marokkanen en Afghanen niet, of veel minder. Vooral de Turken wonen maar voor 39 procent in overwegend autochtone buurten. Bij de Marokkanen is dat 45 procent. Polen en Roemenen op hun beurt wonen wel in buurten met overwegend autochtonen.

grote moskee van Brussel

Discriminatie of autochtoon schuldgevoel

De derde belangrijke conclusie is dat de overgrote meerderheid van de Vlamingen met buitenlandse wortels zich hier thuis voelt. Toch voelen ze zich soms gediscrimineerd. Ook die cijfers zijn zeer verraderlijk. De vraag was immers of de ondervraagde ‘denkt dat er veel of weinig discriminatie voorkomt in België’. Dat gaat dus niet over de eigen ervaring, maar over de perceptie.

Wie de cijfers leest, valt van zijn stoel. Vooral de autochtone Vlaming denkt dat discriminatie veel voorkomt. Liefst 61 procent denkt dat het veel voorkomt en amper 10 procent denkt dat het weinig voorkomt. De herkomstgroepen, de slachtoffers van discriminatie dus, denken daar heel anders over. Enkel Congolezen denken voor meer dan de helft dat discriminatie veel voorkomt. Gevolgd door Marokkanen met 46 procent. Wie naar het percentage kijkt van wie denkt dat er weinig discriminatie is, merkt dat meer dan de helft van de Afghanen weinig discriminatie zien in Vlaanderen.

Thuistaalproblemen, integratieproblemen en etnisch geweld

Het thuistaalprobleem komt aan bod in een vraag over de taal die de ondervraagden met de ouders spraken tijdens het opgroeien. Meer dan de helft van de ondervraagden uit alle herkomstgroepen sprak ééntalig de herkomsttaal. Bij Marokkanen, Turken of Congolezen werd bij een aanzienlijke groep een meertalige opvoeding gegeven waarbij tussen de één op zes en één op vier die andere taal het Nederlands was.

Nog opvallend :

  • Turken en Marokkanen blijken zeer gekant tegen integratie. Minstens 8 op 10 wil de eigen cultuur en manier van leven behouden in België.
  • Zeven op tien autochtonen maakt zich zorgen over geweld vanuit de herkomstgroepen tegen hun groep. Een angst die bij de migranten veel minder leeft, met uitzondering dan van de Congolezen en Marokkanen. Welke herkomstgroepen ze vrezen is niet duidelijk.
  • Bij minder dan de helft van de koppels van Marokkaanse of Turkse herkomst zijn beide partners aan het werk.
  • Over homoseksualiteit zijn de resultaten weinig verrassend : 24 procent van de Turken, 18 procent van de Congolezen en 17 procent van de Marokkanen is het oneens met de stelling ‘Homoseksuele mannen en lesbische vrouwen moeten hun leven kunnen leiden zoals zij dat willen’. 7 op 10 Marokkanen en Turken vindt het ‘niet oké’ mocht zijn of haar kind een partner van hetzelfde geslacht hebben. Minder dan 1 op 10 van de autochtone Vlamingen vindt homoseksualiteit verwerpelijk.
allochtonen zien dit niet zo graag …

De conclusie is dat de SID-Survey niet rond het feit kan dat de samenlevingsproblemen niet gering zijn, al blijkt de veelgenoemde discriminatie zich vooral in het hoofd van de autochtone Vlamingen af te spelen. Het meest onrustwekkende is allicht dat bij bepaalde herkomstgroepen de wil tot integratie compleet ontbreekt. Godsdienst vormt duidelijk een bedreiging voor algemeen aanvaarde Vlaamse normen en waarden. Benieuwd welke concrete conclusies de Vlaamse regering hieruit trekt ?

Lode Goukens is master in de journalistiek. Zijn masterproef behandelde de journalistieke cartografie. Voordien was hij jaren beroepsjournalist en schrijver. Begonnen als officieel IBM multimedia developer in 1992 en één van de eerste professionele ontwikkelaars van DVD’s (dvd-authoring) schreef hij ook het eerste Belgische boek over het Internet in 1994. Hij behaalde ook al een master in de kunstwetenschappen en archeologie en een master filmstudies en visuele cultuur. Momenteel is hij bezig aan een master geschiedenis en een doctoraat.

foto’s (c) Gazet van Hove .