door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
De Vlaamse economie blijft sterker groeien dan de Waalse en dat is al een kwarteeuw het geval, zo leren nieuwe cijfers van de Nationale Bank. Het Vlaams-Waalse inkomensverschil bedraagt ondertussen 15 procent. Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) zoekt geen verklaringen voor die kloof bij het gebrek aan doortastend beleid, maar in het industriële verleden van het gewest en desinvesteringen ten voordele van Vlaanderen. Zich wegsteken achter historische erfenissen is echter onzin.
De Nationale Bank bracht vorige week een studie uit over de regionale groei-evoluties. En jawel, Vlaanderen blijft het beter doen dan de andere gewesten. Nemen we de toegevoegde waarde van de Vlaamse economie, dan groeide die twee jaar geleden met 3,4 procent. Wallonië boekte in 2022 een iets lager groeicijfer, namelijk 3,3 procent. Brussel scoort met 1,5 procent veel slechter.

Belgische uitzondering
Daarmee wordt de trend van de voorbije jaren, ja zelfs decennia, verdergezet. Nemen we als vertrekjaar 2008. Sindsdien groeide de Vlaamse economie met net geen 25 procent, de Waalse met 20 procent en de Brusselse met 10 procent. Reden ? Een snellere toename van de jobcreatie en de productiviteit in Vlaanderen. Dat is in strijd met de verschillende economische theorieën die leren dat een achtergestelde regio eigenlijk sneller zou moet groeien dan de meer welvarende buur. Maar België is dus een uitzondering. Feit is dat de Waalse economische groei enkel rond de eeuwwisseling wat gelijke tred hield met Vlaanderen. De voorbije kwarteeuw scoorde de zuidelijke regio dus steevast slechter. En kijken we over de voorbije halve eeuw of zelfs 65 jaar : de Walen blijven het slechter doen.

Bijbenen is mogelijk
Minder groei heeft een effect op de welvaart. Gevolg : in Vlaanderen bedraagt het beschikbaar inkomen 26.567 euro in 2022, tegenover 22.588 euro in Brussel en 22.513 in Wallonië. Vlamingen zijn dus 15 procent rijker. De achterstand van Wallonië is des te schrijnender als men ziet dat andere Noord-Europese regio’s hun economie wel hebben kunnen hervormen en het welvaartsverschil met hun buren hebben afgebouwd. Noord-Frankrijk en het Ruhrgebied doen het beter dan een paar decennia geleden. De voormalige Oost-Duitse deelstaat Thüringen heeft de westerse Länder bijgebeend. In Vlaanderen is de reconversie van Limburg na de sluiting van de mijnen geslaagd. In West-Vlaanderen spreekt niemand nog over de schok van de jaren 1950, toen de vlasindustrie is ingestort.
Erfenissen uit het verleden
Een economisch herstel van regio’s die ooit een ‘rust belt’ waren, is mogelijk, zo leren die voorbeelden. Maar blijkbaar niet in Wallonië, of toch zeker niet op de as Borinage-Bergen-Charleroi-Samberbekken-Luik. Niet alleen dat is een pijnlijke vaststelling. Wat vooral voor ergernis zorgt, is de reactie van de PS-politici op die cijfers. Staatssecretaris voor Relance Thomas Dermine deed het in zijn boek ‘Walen werken wel’. Waals minister-president Elio Di Rupo herhaalt het in interviews in L’Echo en La Libre Belgique : de matige Waalse economische prestaties zijn niet het gevolg van een gebrekkig of inefficiënt beleid. Het zijn erfenissen uit het verleden.

Concreet worden twee zaken naar voren geschoven. Ten eerste de gevolgen van de-industrialisatie van de jaren 1960 en 1970. Ten tweede de Generale Maatschappij die de welvaart die in Wallonië werd gecreëerd vooral in Vlaanderen heeft geïnvesteerd en dan in de Antwerpse haven in het bijzonder. Wat een dubbel economisch effect veroorzaakte : een achterstand van Wallonië en Vlaanderen dat zijn voorsprong vergroot. Di Rupo baseert zich hierbij op een oude analyse in Wallingantische kringen, die zegt dat Wallonië qua investeringsbeleid altijd benadeeld is geweest. In de in 2000-2001 verschenen ‘Encyclopedie van de Waalse Beweging’ staat het vol met lemma’s daarover. Zo zou Wallonië bij de bouw van autosnelwegen altijd op de tweede plaats zijn gekomen. Men startte pas met de aanleg van de E42 Doornik-Luik (de ‘autoroute de Wallonie’) na lang lobbywerk. En volgens sommige professoren heeft Vlaanderen al in de 19de eeuw geprofiteerd van de Waalse welvaart, want er moesten waterwegen worden aangelegd om het staal en andere producten naar de havens te krijgen.
Welnu, het is bijna zielig te noemen dat Waalse politici zich blijven wegsteken achter de economische erfenissen en het historische verleden van Wallonië. Niet alleen omdat vergelijkbare regio’s het beter doen, maar ook omdat het gaat over een economische situatie die dateert van twee generaties geleden. Als men in die tijdspanne het geweer nog niet van schouder kan veranderen…
Dat iemand als Di Rupo verwijst naar het oude industriële verleden, kan men misschien nog begrijpen. De 72-jarige Di Rupo heeft die neergang zelf meegemaakt. Maar wat te denken van de zelfverklaarde wonderboy Thomas Dermine die op zijn 37ste een excuus zoekt in het Waalse industriële verleden ?
De Waalse achterstand is des te schrijnender wanneer men ziet dat andere Noord-Europese regio’s hun economie wel konden hervormen

Weinig hoop op verandering
De Waalse arbeidsmarkt blijft ondertussen dramatisch presteren met een grote kloof met Vlaanderen (66 versus 76 procent werkzaamheidsgraad) tot gevolg. Die kloof werd de voorbije jaren zelfs iets groter. En dat terwijl er ook in Wallonië sprake is van een vergrijzing en een pensionering van de babyboomers, waarbij er dus duizenden banen vrijkomen. Tussen Doornik en Aarlen wordt echter geen arbeidsmarktbeleid gevoerd. Het probleem is niet enkel regionaal. Federaal hield de PS uiteraard alles tegen. Een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd wordt door rechtse partijen regelmatig op tafel gelegd, maar is in Wallonië taboe. Daar zou het nochtans goed werken, net als in Brussel. In Vlaanderen is dat door de bijna volledige tewerkstelling richting 80 procent minder urgent.


foto’s (c) Gazet van Hove .

