Gunther Vanden Eynde – foto (c) Ertsberg GR
INTERVIEW. Gunther Vanden Eynde – coauteur ‘De Kolonisten van de Wetstraat’

door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke .
“Politici en politieke partijen krijgen te veel geld !” “Het is schandalig dat ze miljoenen euro’s belastinggeld aan Facebook geven !” “Partijen zijn zo rijk geworden dat het vastgoedmaatschappijen zijn geworden.” Over de partijfinanciering en de manier waarop politieke partijen dat geld uitgeven, wordt veel gezegd en geschreven. Verwijzend naar het spel ‘De Kolonisten van Catan’ probeert struikrover Bart Maddens samen met zijn onderzoeksteam, bestaande uit Jef Smulders, Gunther Vanden Eynde en Wouter Wolfs, aan te tonen hoe politieke partijen de overheidsinstellingen proberen te koloniseren, geholpen door de financiële grondstoffen die ze zichzelf aanreiken. Een gesprek met coauteur Gunther Vanden Eynde, die een doctoraat schreef over de digitale verkiezingscampagnes.
Wat was precies het doel van dit boek ?
“Voor het vak ‘Politieke Partijen’ aan de KU Leuven was er altijd al een cursusboek, maar dat bereikt uiteraard slechts een beperkt aantal masterstudenten die voor dat vak kiezen. Via ‘De Kolonisten van de Wetstraat’ hopen we een breder publiek te bereiken, zodat het systeem van de partijfinanciering ook buiten de academische wereld met kennis van zaken besproken kan worden.”
Wat hopen jullie ermee te bereiken ?
“Dat er meer over partijfinanciering en over campagnefinanciering gesproken wordt. We willen dat de mensen zich kunnen informeren : vanwaar komt dat geld en waar gaat het naartoe ? En is het wel zo dat die partijdotaties ieder jaar stijgen ?”

Wat is het antwoord op die laatste vraag ?
“We tonen aan dat dat eigenlijk niet het geval is, als je kijkt naar het reële bedrag. Als we de bedragen van zoveel jaar geleden omrekenen naar de geldwaarde van vandaag, zie je dat de dotaties eigenlijk een dalende trend hebben ingezet. Er zijn onder andere een aantal indexsprongen geweest die zijn blijven doorwerken, en dat is iets dat naar mijn mening ook vermeld dient te worden.”
Jullie zijn ook gaan spreken met verschillende politici, zoals Jean-Marie Dedecker, Georges-Louis Bouchez, Sihame El Kaouakibi,… Waarom ?
“We vertrekken van onze brede academische basis, maar wilden die ook eens gaan toetsen aan de werkelijkheid. Wij zien die partijfinanciering vanuit ons onderzoek, maar het is ook goed om eens te zien hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Dat heeft voor ons soms ook tot nieuwe inzichten geleid.”
“Zo is er het ‘poolen’ van universitaire fractiemedewerkers. Vaak worden parlementaire medewerkers ingezet om ook voor de partij te werken. Maar na gesprekken met partijleiders, werd het duidelijk dat het soms logisch is dat je slechts één grondwetsspecialist aanwerft, die dan voor de verschillende parlementen kan werken.”

Wat is de belangrijkste conclusie van het boek ?
“Goh, ik weet niet of je er een conclusie uit kan trekken. We baseren ons op verschillende onderzoeken en op cijfermateriaal dat al een tijdlang bijgehouden wordt. Wat nieuw is in het boek, is het hoofdstuk over onlinecampagnes en de financiering daarvan. Dat is nieuw sinds 2019 en is echt mijn onderzoeksdomein. We kijken ook naar het fenomeen van partijen die campagnes blijven organiseren, ook buiten de verkiezingstijd. Samen met de mensen van AdLens hebben we dat in kaart gebracht.”
“Misschien is de grootste conclusie wel dat er op wetgevend gebied heel weinig is veranderd sinds de wet van 4 juli 1989, die de beperking en controle van de verkiezingsuitgaven regelt. Er zijn slechts een beperkt aantal kleine aanpassingen doorgevoerd, terwijl men daar beter eens met de grove borstel door zou gaan. Daar zitten immers toch wel een aantal hiaten, onder meer over de definitie van politieke partijen.”

Een politieke partij, hoe wordt die in de wetgeving gedefinieerd ?
“Een partij wordt pas als dusdanig aanzien van zodra ze aan de verkiezingen deelneemt in alle kieskringen van een gemeenschap of gewest. Daardoor ben je pas onderworpen aan die wet van 1989 wanneer je effectief opkomt met lijsten in al die kieskringen. Dat zorgt voor een paradoxaal gegeven : nieuwe partijen die voor de eerste keer opkomen, zullen officieel pas een politieke partij zijn vanaf april, de deadline voor het indienen van die lijsten. Maar wat doe je dan met alles wat er gebeurt vóór april ? Daar bevindt zich een juridisch vacuüm en als er zich daar ooit problemen stellen, zal een rechter daarover moeten oordelen zonder dat er duidelijke regels over bestaan. Misschien zouden politieke partijen al eerder geregistreerd moeten worden.”
Els Ampe stampt de nieuwe partij ‘Voor U’ uit de grond. Kan zij, zolang ze de kieslijsten niet indient, zoveel geld inzamelen als ze wil ?
“Ja en neen. Dat is net het juridische vraagstuk daarrond. Alle kandidaten voor de verkiezingen ondertekenen een document waarin staat dat ze de campagne-uitgaven uit de sperperiode moeten aangeven via de geijkte weg. En dan moet je ook de herkomst van die middelen aantonen, maar politieke partijen en kandidaten mogen slechts beperkt giften ontvangen. Enerzijds kan Ampe dus zeggen : ‘Ik ben niet onderworpen aan die regelgeving, want tot april is Voor U nog geen politieke partij.’ Anderzijds is ze wel kandidaat bij de verkiezingen en dus verbindt ze zich ertoe de regels te volgen tijdens de verkiezingsperiode. De sperperiode start op 9 februari, terwijl de lijsten pas in april ingediend moeten worden. Het is dus moeilijk om daar een zwart-witantwoord op te geven.”
Vindt u zelf dat er iets moet veranderen aan het systeem van de partijfinanciering?
“Er zijn wel een aantal zaken die aan verandering toe zijn. Er zouden regels moeten komen zodat geld dat bedoeld is voor fractiewerk, niet rechtstreeks bij de partijen terechtkomt. Als de fractie dat geld niet nodig heeft, moeten ze het maar terugstorten naar het parlement. Anders is dat een extra vorm van partijfinanciering, en die is al voldoende hoog. Door de gesprekken met politici ben ik wel wat milder geworden en begrijp ik dat een vorm van ‘pooling’ wel mogelijk moet zijn. Bepaalde specialisten vind je niet op elke hoek van de straat en het is ook logisch dat die dan voor verschillende parlementen tegelijkertijd ingezet kunnen worden.”
“Ik denk dat iedereen ook aanvoelt dat het systeem van de extra financiering voor partijen die minstens één senator hebben, op losse schroeven staat. De Senaat komt zo weinig bijeen dat het niet meer te verantwoorden is dat partijen daar nog steeds een dotatie voor krijgen en dat er voltijdse medewerkers beschikbaar zijn voor alle Senaatsfracties.”

Die maatregelen klinken vrij logisch, maar politiek gebeurt er niets. Hoe komt dat ?
“Je past je levensstijl aan aan je inkomen, en dat is ook logisch. Maar nu de traditionele partijen in de touwen hangen, kan daar verandering in komen. Zo heeft Conner Rousseau als voorzitter van Vooruit zijn partij gereorganiseerd. Zo een verregaande reorganisatie was alleen door te drukken omdat het ook een boekhoudkundige noodzaak was : de kantoren op de Grasmarkt werden verkocht, de organisatie werd afgeslankt en dat vrijgekomen geld werd elders gebruikt. En het feit dat Vooruit op winst staat in de peilingen, toont aan dat zo’n drastische reorganisatie de partij niet hoeft te verzwakken, wel integendeel. Rousseau zei ons zelf : ‘De partijfinanciering mag voor mij gerust wat minder.’ Dat kan voor andere partijen een soort geruststelling zijn, dat het inderdaad met wat minder kan. Cd&v is overigens ook met eenzelfde operatie bezig : ze hebben hun hoofdkwartier in de Wetstraat verkocht en verhuizen naar Tour&Taxis.”
“Ik vergelijk het graag met een gezin dat er rotsvast van overtuigd is dat het twee auto’s nodig heeft, er noodgedwongen een wegdoet en dan merkt : je raakt ook met de trein in Brussel.”

In Vlaanderen zijn het vooral Vlaams Belang en N-VA die veel geld uitgeven aan onlinereclame. Hoe komt dat ?
“Omdat zij de middelen hebben. N-VA boekte in 2014 een forse winst en beperkte het verlies in 2019. En Vlaams Belang, maar ook PVDA/PTB in Franstalig België, hebben in 2019 bij wijze van spreken de lotto gewonnen. Die partijen kunnen het nu dus breder laten hangen. Vlaams Belang koopt bijvoorbeeld een gebouw vlak bij de parlementen. En ook op sociale media kunnen die partijen meer uitgeven, simpelweg omdat ze meer inkomsten hebben en het gewoon waren om met veel minder rond te komen.”
“Bovendien wijst onderzoek uit dat de traditionele media de macht volgen : wie ministers levert, krijgt meer aandacht in kranten en op televisie. Partijen zoals Vlaams Belang worden in de media structureel onderbelicht, in verhouding tot hun electorale gewicht. Dat is volgens onderzoek van de collega’s aan de universiteit Antwerpen al decennialang aan de gang en met de reclame op sociale media, die pas sinds 2019 toegelaten is tijdens de sperperiode, denken die partijen een alternatief gevonden te hebben.”
Maar is het wel die Facebook- en Instagramreclame die het verschil maakt ?
“Dat valt dus niet te bewijzen. Tom Van Grieken vertelde ons dat de campagne in 2019 ‘alles of niets’ was qua budget. De partij en haar kandidaten zetten zwaar in op sociale media. Meer dan de helft van het hele campagnebudget werd daarvoor gebruikt. Maar wat onderbelicht werd, is dat die andere helft nog steeds gebruikt werd voor klassieke offlinecampagnemiddelen. Dat verhaal van die onlinereclame is zijn eigen leven beginnen te leiden en andere partijen zijn toen het voorbeeld van Vlaams Belang beginnen te volgen. Terwijl het helemaal niet bewezen is dat zij uitsluitend dankzij die Facebookreclames de verkiezingen gewonnen hebben.”

2024, 282 blz., ISBN 9789464750713.



