COLUMN – door Ivan Van de Cloot – www.doorbraak.be .
Electoraal opportunistisch gedrag staat haaks op goed bestuur. Onze toekomst hangt vooral af van dat laatste en de mate dat de politiek daarover gaat.
PVDA-kopman Raoul Hedebouw verklaarde in De Zondag : ‘We hebben een radicale breuk nodig. We moeten af van het kapitalisme. En dat kan alleen gebeuren van onderuit, vanuit het volk. Is er daarvoor een opstand nodig ? Vandaag niet, al weet je nooit wat de toekomst brengt.’

Bij het lezen van zo’n uitspraak rijst de vraag hoeveel landgenoten voldoende de geschiedenis kennen. Een communistische leider die suggereert dat er weleens een opstand nodig is. Komt er dan geen associatie op met 1917 en de onmetelijke hoeveelheid ellende die sindsdien door het communisme over de mensheid werd uitgestort ?

Sympathiek klinkend
Je vraagt je af wat er speelt in het hoofd van de communistische topman om elke suggestie omtrent een opstand niet radicaal van de hand te wijzen. In plaats ervan, besluit hij met een onheilspellend ‘Je weet nooit wat de toekomst brengt’.
Frequenter bedienen dergelijke politici zich van sympathiek klinkende uitspraken. Een belofte om minimumlonen op te trekken, wie kan daar tegen zijn? Als economisch docent stel je studenten de vraag of het altijd goed zou zijn als minimumlonen bijvoorbeeld verdubbelen. Op bepaald moment dringt dan wel door dat hierdoor ook net jobs voor laaggeschoolden vernietigd worden.

In pre-electorale tijden zie je elke dag wel een opbod van sympathiek klinkende voorstellen. Zo hadden we al Paul Magnettes verkiezingsbelofte voor kortere werktijden met behoud van loon. Wat je minder ziet, zijn voorstellen tot hervormingen. Hervormen betekenen letterlijk ‘een nieuwe vorm’ geven. In electorale tijden wordt dat echter nog al eens gereduceerd tot ‘wat extra geld geven’. Het probleem is natuurlijk dat kiezers zich daar niet altijd van bewust zijn of, nog erger, het zich laten welgevallen.
Het gevolg is dat de politiek zich vaak vooral bezighoudt met ogenschijnlijk ‘populaire’ zaken. Dat leidt tot een tendens om niet ‘door te denken’ over de gevolgen op termijn van bepaalde keuzes.
Lichtzinnigheid
Mensen die reflecteren over de langetermijngevolgen van politieke keuzes stoort zo’n lichtzinnigheid enorm. Daarbij past dan weer de nuance dat er misschien weinig nagedacht wordt over de economische gevolgen van de beslissingen, maar dat er wel doorgedacht wordt over de politieke effecten. En zo wordt de bevolking vooral behandeld als kiesvee. In fiscale materies spreken we over het fenomeen ‘don’t tax me, tax the man behind the tree’.
Zo was ik een keer uitgenodigd voor het radioprogramma BEL10 waar luisteraars hun voorstellen konden doorbellen. De meeste suggesties kwamen erop neer dat ze de belastingen die ze zelf betalen, wilden verlagen en deze die anderen betalen, wilden verhogen. Opnieuw kan je dan vragen om door te denken. Belastingen op bedrijven klinken velen aantrekkelijk in het oor, tot je de luisteraar vraagt of die bedrijven daardoor misschien niet minder jobs creëren. Helaas is niet iedereen bereid om enkele stappen verder te denken.

Goed bestuur
Een remedie die ook de Founding Fathers van de Verenigde Staten bepleitten, is transparantie. Waak erover dat de kiezer die finaal de rekening betaalt tenminste op de hoogte is. Electoraal opportunistisch gedrag lijkt voor velen misschien onschuldig. Maar het is niet moeilijk talloze recente voorbeelden te geven van ernstige afwijkingen van de regels van goed bestuur, en dat op elk bevoegdheidsniveau in België.
Dat kan gaan van wanpraktijken in het oerwoud van Brusselse vzw’s tot het geknoei bij de aanwerving van ambtenaren bij Selor. Denk aan geknoei met aanbestedingen, ondoorzichtige selectieprocedures en werknemers die hun eigen onkostennota’s ondertekenen.

Van alle tijden
‘Het bestuur is gebrekkig en ondoorzichtig. Waar de macht wordt uitgeoefend, bestaat weinig of geen democratische controle. De burger voelt dat aan, maar ziet niet klaar in de onzindelijke warboel. Hij weet niet echt wat er gebeurt en wie achter de schermen beslist. Hervormingen, conflicten, schandalen verdwijnen in grijze nevelen. Het gebrek aan degelijke informatie voedt de walg voor de politiek.’
Klinkt de vorige paragraaf vertrouwd ? Dat is nochtans geen recente analyse. Ze komt uit het boek ‘Achter de maskerade, over macht, schijnmacht en onmacht’ dat Manu Ruys, decennialang hoofdredacteur van de krant De Standaard, over ons land in 1996 gepubliceerd heeft.
Goed bestuur is dus een eeuwige strijd die vooral structureel gevoerd moet worden. Het gaat niet op de zaken voor te stellen als ‘enkele schandalen’ als het om systemische effecten gaat. Verantwoording afleggen bij het gebruik van belastinggelden vereist een effectieve praktijk van evaluatie. In electorale tijden zal men steeds proberen de aandacht eerder op oppervlakkige fenomenen te vestigen. Maar onze toekomst hangt vooral af van de mate waarin we erin slagen de werf van het goed bestuur de aandacht te geven die ze verdient.

Ivan Van de Cloot is hoofdeconoom van Stichting Merito. Hij publiceerde eerder o.a. ‘Overheid + Markt’, ‘Taxshift’, ‘Roekeloos’ en ‘De rekening moet kloppen’. Merito site: https://www.stichting-merito.be/
foto’s (c) Gazet van Hove .

