door Wannes Neukermans in ’t Pallieterke .

Het lerarentekort, leerachterstanden, kwaliteitsverlies, planlast, … Over de problemen in het onderwijs is quasi elke partij het eens. Maar op welke manier willen de Vlaamse partijen die vraagstukken oplossen ? Een blik op alle verkiezingsprogramma’s.

N-VA levert met Ben Weyts de Vlaamse minister van Onderwijs. Het verkiezingsprogramma van de partij is nog niet gepubliceerd, maar dat de partij wil blijven inzetten op kwaliteitsvol onderwijs, is geen geheim. In een recent interview in ’t Pallieterke gaf Weyts aan af te willen van de ‘zesjescultuur’. “De afgelopen decennia heeft het onderwijssysteem het verkeerde signaal uitgezonden vanuit een goedbedoelde, maar verkeerde invulling van gelijke kansen”, vertelde de minister daarover. “Die zijn we gaan verwarren met gelijke uitkomsten, in die zin dat iedereen over de lat moet geraken.” Daardoor is volgens Weyts de lat erg laag gelegd, voor iedereen.

Excellentie

Volgens N-VA mag er in het onderwijs dus meer gestreefd worden naar excellentie. De partij wil dat realiseren door de administratieve planlast te verminderen, al wijst Weyts daar ook op de verantwoordelijkheid van de scholenkoepels. Het lerarentekort wordt met wisselend succes aangepakt.

Eén van de belangrijkste realisaties van deze legislatuur is de invoering van het ‘vermoeden van deskundigheid’. Wanneer een klassenraad een eindoordeel velt, stellen ouders dat dikwijls in vraag. Vroeger moesten leerkrachten dan tijdens die interne beroepsprocedures, of bij de Raad van State, bewijzen dat hun oordeel terecht was. “Met het vermoeden van deskundigheid gaan we ervan uit dat leerkrachten altijd het juiste oordeel vellen. Wanneer ouders het niet eens zijn met dat oordeel, is het aan hen om te bewijzen dat de leerkracht fout heeft geoordeeld. We hebben de bewijslast dus omgedraaid”, legt Weyts uit.

minister Ben Weyts

foto’s (c) Gazet van Hove .