
door Jurgen Ceder in ’t Pallieterke .
Op het moment dat dit nummer in uw bus valt, hebt u nog tien dagen om te beslissen voor welke partij u gaat stemmen en welke kandidaat op die lijst u een extra zetje wil geven via een voorkeurstem. Wij gaan u daarbij maar één advies geven : blijf niet thuis. In de praktijk wordt absenteïsme niet meer vervolgd, maar deze verkiezingen zijn te belangrijk om niet elke kans te grijpen om er zelfs maar een klein beetje op te wegen.

Als Romeinse auguren, die uit de vlucht van de vogels de wil van de goden probeerden af te leiden, proberen politieke analisten in elke uitlating van een politicus tijdens de campagne iets betekenisvols te horen over toekomstige beleidscoalities. Ik zou, eerlijk gezegd, niet te veel aandacht schenken aan wat politici vandaag zeggen. Pas wanneer de kiezers de kaarten hebben gedeeld, begint het echte spel.
Hoe de kiezers die kaarten zullen delen, kunnen we al een beetje voorspellen. Ik weet het, opiniepeilers hebben een slechte reputatie, maar de laatste jaren slaagden ze er steeds beter in de afstand tussen wat werd gepeild en wat werd gestemd klein te houden. Anderen in dit blad hebben op basis daarvan al uitstekende analyses gemaakt over de mogelijke regeringsformules. Ik vat ze kort samen.
Vivaldi+ maakt een grote kans
Kan Vivaldi verder regeren ? Alle opiniepeilingen beantwoorden die vraag eenduidig : onmogelijk. Die formule heeft echter een joker achter de hand, die nu kan ingezet worden : de Franstalige christendemocraten die vorige keer in de oppositie bleven. Met die versterking heeft Vivaldi+ heel waarschijnlijk een werkbare meerderheid.
Is er als alternatief een centrumrechtse regering mogelijk, zoals Mahdi en De Croo lijken te suggereren ? Zelfs met Les Engagés erbij lukt dat niet. Daarom duikt nu de piste op om ook Rousseau aan boord te halen. Die meerderheid wordt niet alleen ongemakkelijk, maar is ook krap. Dat N-VA met die partners een betekenisvolle staatshervorming in huis haalt, lijkt ook niet erg waarschijnlijk.
De belangrijkste vraag op de avond van de verkiezingen is of de twee partijen die in hun statuten staan hebben dat ze de Vlaamse onafhankelijkheid nastreven, een meerderheid van de zetels in het Vlaams Parlement zullen behalen. De laatste peilingen zien dat gebeuren. Dat is niet alleen belangrijk voor het vormen van een Vlaamse regering, maar ook voor de druk die die dreiging kan zetten op de federale onderhandelaars. N-VA kan op dat niveau immers alleen iets wezenlijks veranderen indien ze incontournabel is.

Slaat De Wever de deur dicht ?
Volgens de kranten zou De Wever deze week, in het programma ‘Eerste keus’, echter definitief de deur hebben dichtgeslagen naar een mogelijke regering met Vlaams Belang. Alain Gerlache zei in ‘De Zevende Dag’ dat hij die mededeling met een korrel zout neemt. Ik deel zijn mening. De Wever verandert over die vraag iets te vaak van standpunt om zijn opwelling voor een publiek van jonge kiezers als een onherroepelijk njet te beschouwen.
Dissidentie en afscheuring loeren om de hoek
Ik ben het niet vaak eens met Joël De Ceulaer, maar hij had deze week geen ongelijk waar hij schreef : “In ‘Het Conclaaf’ zei de N-VA-voorzitter dat hij graag ‘samen een meerderheid’ heeft – als drukkingsmiddel, zodat men op Vlaams niveau niet om hem heen kan. Die Vlaams-nationalistische meerderheid kan hij dan ook op federaal niveau uitspelen. Lees : als men N-VA federaal uitsluit, heeft De Wever een Vlaamse regering met Vlaams Belang als stok achter de deur. Om mee te dreigen. Dat is pure chantage, maar in de politiek mag dat. Alleen : als De Wever naar waarheid spreekt en echt geen regering met Vlaams Belang wil vormen, dan wérkt die chantage niet meer.”

Paljas (bis)
De titel van dit artikel, ‘Hoop en wanhoop der Vlaamsgezinden’, is de naam van een boek van Herman Todts, een kroniek van de Vlaamse Beweging van 1961 tot 1988. Die titel schiet mij vaak door het hoofd wanneer ik de partijpolitieke Vlaamse Beweging aanschouw. Wanneer je de resultaten van de Vlaamsgezinde partijen bekijkt, vind je daar heel wat redenen voor hoop. Hoewel het cliché dat N-VA en VB communicerende vaten zijn niet helemaal onjuist is, gaat het voorbij aan de gestage, gezamenlijke groei van de twee samen. In de laatste 20 jaar is hun gezamenlijke aandeel elk jaar met ongeveer 1 procent per jaar gegroeid. Dat tikt aan en heeft nu een kritiek punt bereikt.
Het zou onvergeeflijk zijn als een meerderheid van de twee V-partijen niet gebruikt zou worden om een stap te zetten naar autonomie
Dat is de hoop. De wanhoop verschijnt echter wanneer ik zie hoe die twee met elkaar omgaan. De moed zonk me in de schoenen als ik de eerste aflevering van Het Conclaaf bekeek en onaangenaam verrast werd door de hooghartige houding van De Wever ten aanzien van Van Grieken. Deze keer gebruikte hij het woord ‘paljas’ net niet, maar de minachting was even duidelijk. Machiavelli schreef dat het nooit een goed idee is een tegenstander te vernederen, want die wordt daarna nog verbetener. Als Van Grieken nog geen persoonlijke afkeer voor De Wever koesterde, is die nu verzekerd. Er is een ernstig probleem als de twee personen waarop wij het meest rekenen om te doen wat er moet gebeuren, niet meer door dezelfde deur kunnen.

Van Grieken gaat overigens niet volledig vrijuit. Zoals ik al eerder betoogde, houdt een eventuele samenwerking een groot risico in voor N-VA. Dissidentie en afscheuring loeren om de hoek. Vlaams Belang moet ook bereid zijn volwassen te worden, offers te brengen en onnodige obstakels voor een samenwerking weg te nemen. Dat Van Grieken het, na de onthullingen over reisjes, etentjes en andere voordelen op kosten van de Chinese Communistische Partij, nog steeds niet nodig vond om Dewinter, overigens de verpersoonlijking van waar de doorsnee N-VA’er het moeilijk mee heeft, vriendelijk te vragen een stap opzij te zetten, wijst erop dat men bij VB nog steeds de gewoonte niet heeft afgeschud om verkiezingen te winnen zonder zich te bekommeren over wat het daarmee de dag nadien kan aanvangen. Dat Van Grieken daar nu in elk debat om de oren wordt mee geslagen, heeft hij enkel aan zichzelf te danken.
Het geduld raakt op
Zondag was ik op de voorstelling van de onafhankelijkheidsbarometer, een initiatief van de VVB en ’t Pallieterke, in Aalst. Gastvrouw Hilde Heyvaerts sprak er de ongerustheid uit van oudere Vlaamse Bewegers dat ze de dag waarop Vlaanderen zijn autonomie verwerft niet meer zullen meemaken. Ik vergeef het hen dat zij geen geduld opbrengen voor het partijpolitiek egoïsme dat in de weg staat van concrete verwezenlijkingen op dat terrein.

Een goede vriend, al een heel leven Vlaams-nationalist, maar één die zich nooit heeft ingelaten met partijpolitiek, stuurde mij enkele dagen geleden de tekst van een mail die hij heeft gestuurd naar een aantal kopstukken van N-VA. Ik vermoed dat hij, net als zovelen, vroeger VB heeft gestemd, maar nu al enkele jaren zijn electorale hoop heeft gevestigd op N-VA. Ik laat u graag enkele citaten lezen, omdat ze overeenkomen met hoe ook ik erover denk.
VB heeft nog steeds niet de gewoonte afgeschud om verkiezingen te winnen zonder zich te bekommeren over wat het daar de dag nadien mee kan aanvangen
“In mijn familie- en vriendenkring en in mijn netwerk bevinden zich hoofdzakelijk mensen die zowel N-VA als Vlaams Belang een warm hart toedragen. Wanneer die mensen, net als ik, de verschillende gangbare stemtesten doen, komen we zo goed als allemaal uit bij die twee partijen met een bijna ex aequoscore en ver boven elke andere partij. Hoe dat te rijmen valt met de uitspraak van Bart De Wever dat hij “het vrijwel met niets eens is van wat het Vlaams Belang zegt”, is mij een groot raadsel.
Hij drukt ook zijn ontgoocheling uit over de verschilpunten met VB, die De Wever zo graag in de verf zet, terwijl hij de nog grotere verschillen met andere partijen, waarmee hij wel wil samenwerken, telkens minimaliseert. Zijn besluit : “Indien de V-partijen op 9 juni voor het eerst in de geschiedenis in Vlaanderen een meerderheid halen, dan hopen wij dat N-VA die unieke kans niet zal laten liggen om uitvoering te geven aan artikel 1 van haar statuten… Maar ook indien die meerderheid nipt niet zou gehaald worden, zou het van moed en daadkracht getuigen wanneer beide partijen als één politieke familie naar de onderhandelingstafel (federaal en regionaal) zouden trekken om zo stappen in de richting van artikel 1 van uw statuten te proberen zetten… Laat dus die unieke historische kans niet voorbijgaan. Jullie zijn tenslotte in de politiek gestapt om iets wezenlijks mee te helpen realiseren. Nú is het tijd om dat te doen.”

Onmogelijk, tot het gebeurt
In die brief zit de kern vervat. Het zou onvergeeflijk zijn als een meerderheid van de twee V-partijen niet zou gebruikt worden om een stap te zetten naar autonomie, op welke manier ook. Een ‘Guldensporenregering’ op Vlaamse niveau mag daarbij niet uitgesloten worden.
Die Vlaams-nationale meerderheid dreigt nipt te worden, waardoor de minste dissidentie fataal lijkt. Dan moet men er wel mee rekening houden dat die ook in het andere kamp zal toeslaan. Donkerblauwe verkozenen zal het niet ontgaan zijn dat hun Nederlandse stamgenoten nu in een regering met Wilders zijn gestapt. Christendemocratische burgemeesters, nu al weinig geneigd om nog onder de naam cd&v op te komen, zullen ook wel de rekensom maken over wie ze nodig hebben om in oktober aan de macht te blijven. Niet iedereen zal aan boord van een zinkend schip willen blijven.

Ik sluit niet uit dat een Vivaldi+, waarin het Waalse overwicht nog groter wordt en het draagvlak in Vlaanderen nog kleiner, een vernederd en boos N-VA alsnog in de armen van het Vlaams Belang duwt. Aan de afkeer van De Wever voor een regering met Vlaams Belang moeten we niet twijfelen, maar, zoals Plinius de Oudere opmerkte, zijn zoveel dingen onmogelijk genoemd, tot ze gebeurden.


