door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

In een open brief waarschuwen 500 ondernemers voor de invoering van een ‘vermogensbelasting’ of ‘rijkentaks’. Het is welvaartsvernietigend en een rem op investeringen en groei. Dat klopt. Maar eigenlijk krijgt die vermogensbelasting in deze campagne overdreven veel aandacht. Daar zijn vier redenen voor.

Voor alle duidelijkheid : de open brief tegen de vermogensbelasting verdient applaus. De brief is afkomstig van FBN, de organisatie van Belgische familiebedrijven. De vereniging, die 110 grotere Belgische familiebedrijven vertegenwoordigt, vreest terecht dat een vermogensbelasting of ‘rijkentaks’ op lange termijn de welvaart aantast. Het leidt tot kapitaalvlucht, minder investeringen en dus minder jobcreatie. In dat deel van de verkiezingsprogramma’s dat het federale Planbureau berekend heeft, blijkt duidelijk dat de impact van zo’n vermogenstaks de bedrijfsinvesteringen tegen 2029, het einde van de volgende legislatuur, doet wegsmelten. Toch is hier enige kalmte op zijn plaats. Eigenlijk krijgt het debat over die rijkentaks te veel aandacht in de media. Tijd om de puntjes op de i te zetten en alles via vier bedenkingen in een juist perspectief te plaatsen.

Er is geen meerderheid voor een vermogenstaks

Iets voorstellen in de aanloop naar de verkiezingen is één zaak, het effectief doorgeduwd krijgen is een andere. We moeten natuurlijk de uitslag van de verkiezingen afwachten en zien wat er gebeurt met de regeringsvorming, maar eigenlijk staat nu al vast dat er geen politieke meerderheid is voor een vermogenstaks, ook al tonen enquêtes aan dat 70 procent of meer van de Belgen gewonnen is voor zo’n belasting. Het probleem is echter dat men – met alle respect – niet weet waarover het gaat. In deze discussie worden vermogensbelastingen en vermogenswinstbelastingen gemakkelijk door elkaar gehaspeld. Om het nog eens duidelijk te maken : een vermogenstaks is een belasting op het totale kapitaal (geld, beleggingen, vastgoed, eventueel kunst,…) dat een persoon, gezin of bedrijf heeft opgebouwd. Dat bestaat in België inderdaad nog niet. Wat wel bestaat, zijn verschillende vermogenswinstbelastingen. Taksen op kapitaalopbrengst zoals roerende voorheffing uit dividenden, de effectentaks, successierechten, onroerende voorheffing op een woning,… Die zijn zeer gevarieerd en zeer ingewikkeld. Wanneer in een enquête de vraag gesteld wordt over het nut van een vermogenstaks, dan bedoelen veel Belgen wellicht dat ze het over een andere fiscaliteit rond kapitaalwinsten hebben.

de belastingsbrief …

Als we het toch over een vermogenstaks hebben : PVDA/PTB, PS en de groenen zijn voor. Die vormen geen meerderheid in de federale Kamer. Vooruit zetten we opzettelijk niet in het lijstje, omdat de partij hier warm en koud blaast. De ene keer is men tegen een vermogenstaks, de andere voor een die enkel het financiële vermogen (niet het totale vermogen) boven de 1 miljoen euro belast.

Discussiëren over een taks die anderen moeten ophoesten, is altijd comfortabel

Het is vooral een Franstalig debat

Het was La Libre Belgique-hoofdredacteur Dorian de Meeûs die het even aanraakte tijdens een passage in Terzake : de vermogensbelasting is vooral een Franstalig debat. In Vlaanderen leeft het minder. Dat klopt. Tijdens Vlaamse tv-debatten komt het slechts ter sprake wanneer PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw erover begint. Men kan veel zeggen over het format van de Eric Goens-show Het Conclaaf, maar toen de drie linkse politici (Hedebouw, Petra De Sutter, Conner Rousseau) daar samen zaten, gebeurde iets zeer interessants. Er was van een eensgezindheid over de vermogenstaksen geen sprake. Rousseau was duidelijk : hij wil eerder werken richting een hogere effectentaks, wat een vermogenswinstbelasting is.

Dat het debat sterk leeft aan Franstalige kant, heeft natuurlijk te maken met het grotere soortelijk gewicht van de linkerzijde daar. Plus dat zo’n belasting vooral door Vlamingen zal worden betaald en in Wallonië grotendeels door inwoners van Waals-Brabant. Discussiëren over een taks die anderen moeten ophoesten, is altijd comfortabel.

Een vermogenstaks is een belasting op het totale kapitaal dat een persoon, gezin of bedrijf heeft opgebouwd

de communisten zijn voor een vermogenstaks …

De vermogenstaks brengt minder op dan gedacht

Voorstanders van een vermogenstaks wijzen op de opbrengst die gegenereerd zou worden volgens berekeningen van het Planbureau. Dat Planbureau schat de opbrengst van de vermogensbelasting van de PS op 7,6 miljard euro, tegenover 3,9 miljard voor die van de PVDA.

Ze voelen zich ook gesterkt door een recent studie van de UCLouvain, waaruit blijkt dat zo’n vermogenstaks 9 tot 13 miljard euro zou opbrengen. Er is in het onderzoek sprake van een taks van 1 procent vanaf 1 miljoen aan vermogen, 2 procent voor een vermogen van 2 miljoen euro en 3 procent vanaf 3 miljoen euro. Belast worden alle financiële activa (spaargeld, beleggingen, groepsverzekeringen, …) en niet-financiële activa (woningen, gronden, auto’s,…). Wordt niet meegerekend : de eigen gezinswoning, a rato van 1 miljoen euro. En de UCLouvain neemt in de berekening mee dat er sprake zal zijn van kapitaalvlucht. Toch zou dat nog altijd minstens 9 miljard euro opleveren.

Dat cijfer is weinig geloofwaardig. Alle Europese landen die ooit een vermogensbelasting hadden, haalden daar gemiddeld 0,18 procent van het bbp aan ontvangsten uit. De landen die ooit een vermogensbelasting hadden, haalden daar omgerekend naar het Belgische bbp maximaal 1 miljard euro uit. Volgens de UCLouvain zou de opbrengst bij pakweg een taks die 10 miljard euro oplevert, 1,7 procent van het bbp bedragen. Dat is niet ernstig.

Vermogen van de allerrijksten is moeilijk ‘aan te slaan’

Het probleem met een vermogenstaks is dat de regeringen die het invoeren, daarna op hun stappen moeten terugkeren, omdat het inderdaad te weinig oplevert. Van de 12 landen die ooit zo’n taks hebben ingevoerd zijn er 9 die het hebben afgevoerd.

De reden is niet alleen de lage opbrengst, door onder andere de kapitaalvlucht of de afwezigheid van een vermogenskadaster om dat vermogen in kaart te brengen, het is ook moeilijk aan te slaan omdat dat vermogen – bijvoorbeeld van de rijkste 1 procent Belgen – veel minder gevarieerd is dan gedacht. Nemen we die groep zogenaamde ‘superrijken’. Welnu, 61 procent van hun vermogen zit in vastgoed : eigen woning, appartementen, andere eigendommen. Die worden al aardig belast via de onroerende voorheffing en grondbelastingen allerhande. Willen we die nog eens extra belasten ? Dat lijkt eenvoudig, omdat vastgoed niet wegloopt, maar in de praktijk betekent een herhaaldelijke aanslag een constant wegsmelten van dat reeds belaste vermogen, waardoor men tamelijk snel onder de lat komt om nog een vermogenstaks te moeten betalen.

foto’s (c) Gazet van Hove .