door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke .
Na de zomer mogen we ongetwijfeld enkele rapporten van postelectorale onderzoeken verwachten, die moeten verklaren waarom de winst van Vlaams Belang kleiner uitviel dan verwacht en waar de nieuwe kiezers van Vooruit vandaan komen. Maar met de volledige resultaten in de hand, kom je nu reeds tot enkele merkwaardige vaststellingen. Niet al die vaststellingen zullen even populair zijn in de nationale pers.
Beginnen doen we met een verklaring te zoeken waarom Vlaams Belang in het Vlaams Parlement evenveel zetels haalt als N-VA, hoewel de eerste partij meer dan een procent minder stemmen haalt. In principe zou je dan immers verwachten dat N-VA één of twee zetels meer zou binnenhalen.

Gunstige zetelverdeling voor Vlaams Belang
De korte verklaring is dat het Vlaamse kiesstelsel, net zoals het Belgische, met provinciale kieskringen, niet helemaal proportioneel is. In Nederland, dat slechts één nationale kieskring kent voor de verdeling van de zetels tussen de partijen, zou het nooit voorvallen dat twee partijen met zo’n groot stemmenverschil toch uitkomen op een gelijk aantal zetels.
De langere verklaring, die verder bouwt op de korte verklaring, is dat Vlaams Belang afgelopen zondag een aantal keren geluk heeft gehad bij de zetelverdelingen voor het Vlaams Parlement. Zo haalt Vlaams Belang in Oost-Vlaanderen en Limburg telkens een zetel meer dan N-VA met niet zo heel veel stemmen extra. In Vlaams-Brabant daarentegen zien we dat N-VA een pak meer stemmen haalt dan Vlaams Belang en daarmee toch maar één zetel extra krijgt. In een kiesstelsel met aparte kieskringen kan je dus met wat geluk een paar zetels extra halen met relatief weinig stemmen.

Rousseau verdiende zélf zijn zetel…
We geven toe dat we eerder sceptisch stonden tegenover de kansen van Conner Rousseau om verkozen te raken op de Vlaamse lijst van Vooruit in Oost-Vlaanderen, en in hoeverre hij dan als lijstduwer ‘op eigen krachten’ verkozen zou zijn.
Vergelijken we de resultaten van Vooruit voor het Vlaams Parlement met die voor de Kamer, dan is het antwoord duidelijk: hij is inderdaad op eigen krachten verkozen geraakt. Terwijl de socialisten voor de Kamer 12,3 procent van de stemmen halen in Oost-Vlaanderen, haalt de Vlaamse lijst met Rousseau 16,4 procent van de stemmen. In een kieskring met 27 zetels betekent dat inderdaad een zetel extra, en dat zelfs met ruime marge.

…en hield een V-meerderheid tegen ?
Die prestatie van Rousseau heeft niet alleen gevolgen voor zijn persoonlijke carrière, maar misschien ook wel een historisch en nationaal gevolg. Het is natuurlijk moeilijk objectief vast te stellen wat er zou gebeurd zijn als Rousseau de Vlaamse lijst van Vooruit niet zou geduwd hebben, of zijn uitschuiver niet gemaakt zou hebben.
We stellen echter wel vast dat op zondag de V-meerderheid lange tijd standhield, tot de zevende N-VA-zetel in Oost-Vlaanderen kantelde naar Vooruit. Verwissel in Oost-Vlaanderen de uitslag van Vooruit voor het Vlaams Parlement met die voor de Kamer en je hebt plots wel een V-meerderheid, en misschien wel een wereld van verschil in de komende regeringsonderhandelingen.

Meer Vlamingen in Brussel ?
Een op het eerste gezicht prettigere vaststelling voor Vlaams-nationalisten is dat het aantal stemmen voor het Vlaams Parlement in Brussel stevig gegroeid is vergeleken met vijf jaar geleden. Maar liefst 10.000 stemmen zijn er bijgekomen, op een totaal van iets meer dan 88.000.
De vraag kan echter gesteld worden of het echt wel om Vlaamse kiezers gaat, dan wel om Brusselse kiezers die vooral de weg naar een bepaalde partij gevonden hebben. We zien immers dat Team Fouad Ahidar vanuit het niets meer dan 14.000 stemmen voor het Vlaams Parlement wist te halen, terwijl zijn voormalige partij Vooruit slechts 500 stemmen moest inboeten vergeleken met 2019. Het is Open Vld die het gelag betaalt, en met 13 stemmen minder dan Vlaams Belang zijn Brusselse zetel in het Vlaams Parlement verliest.

Groenen onder de kiesdrempel
Het was ook uitkijken of Groen ergens onder de kiesdrempel zou duiken. Dat deed de partij ook effectief in de kieskring Limburg, met 4,7 procent van de stemmen voor het Vlaams Parlement, en 4,8 van de stemmen voor de Kamer. In de andere kieskringen bleef de partij niet alleen boven de wettelijke kiesdrempel, maar ook de effectieve, en behaalde dus overal minstens één zetel.

Wat niet verwacht was, was dat ook Ecolo in het zuiden van het land onder de kiesdrempel zou zakken. Voor de Kamer haalde die partij in Henegouwen slechts 4,97 procent van de stemmen, en dus geen zetel. We merken op dat zonder de wettelijke kiesdrempel 4,97 procent genoeg zou geweest zijn om er wel een zetel te halen. Voor het Waals Parlement haalde Ecolo in dezelfde kieskring trouwens wel een zetel met 5,13 procent van de stemmen. De partij verloor overigens in de kleinere kieskringen Namen en Luxemburg haar zetels, omdat ze daar met meer dan 7 procent van de stemmen onder de effectieve kiesdrempel bleef.
Franstalige zetels blijven goedkoper dan Vlaamse
Laten we afronden met de klassieke vaststelling dat de Franstalige zetels in de Kamer beduidend goedkoper zijn dan de Vlaamse zetels. Zo behalen Vlaams Belang en MR exact evenveel zetels in de Kamer, maar voor MR volstonden 716.000 stemmen al om 20 zetels binnen te halen, terwijl Vlaams Belang er ruim 961.000 nodig had. Les Engagés haalden slechts 473.000 stemmen, wat hen 14 zetels opleverde, terwijl cd&v met 557.000 stemmen slechts aan 11 zetels komt. PS en Vooruit haalden allebei iets meer dan 560.000 stemmen, en dat leverde voor Vooruit 13 zetels op en voor de PS 16 zetels.
Een effect dat ongetwijfeld meespeelt, is dat er in Wallonië meer stemmen verloren gaan aan kleine partijen, waardoor de zetels voor de grote partijen goedkoper uitvallen. En het valt ook te objectiveren dat kleine kieskringen relatief meer zetels krijgen dan grote. Maar we kunnen ons niet inbeelden dat de Franstaligen zulke objectieve verklaringen zouden aanvaarden als ze in hun nadeel zouden uitvallen.


foto’s (c) Gazet van Hove .

