door Redactie ’t Pallieterke .

En plots zit N-VA-voorzitter Bart De Wever in koppositie om eerste minister van een federale regering te worden. Het is natuurlijk wachten op een federaal regeerakkoord en welke prijs hij en zijn partij daarvoor zouden moeten betalen. Maar het valt op dat er noch aan Franstalige kant, noch in Vlaanderen directe bezwaren zijn tegen een Vlaams-nationalist in de Wetstraat 16. Daar zijn verschillende redenen voor.

Even leek er een vroeg veto. Maxime Prévot, voorzitter van Les Engagés, liet kort na de verkiezingen van 9 juni weten dat hij het niet zag zitten in een federale regering te treden waarvan N-VA-voorzitter Bart De Wever de leiding zou nemen. Hij kwam met het cliché dat De Wever “iemand is die mensen tegen elkaar opzet”. Ondertussen is het betoog al wat bijgestuurd. Er lijkt zowaar een consensus te ontstaan dat men niet om De Wever heen kan als premier, tenminste als hij erin slaagt een federale regering op de been te brengen.

hadden nog wat kritiek …

Er lijkt zowaar een consensus te ontstaan dat men niet om De Wever heen kan als premier

Geldt hier het principe ‘hoed u voor de Grieken als ze met geschenken komen’? Het premierschap kan inderdaad een vergiftigd geschenk zijn. Het is De Wever zelf die zegt dat wie de Wetstraat 16 binnenstapt, na verloop van tijd zijn regering richting 16 procent van de stemmen duwt. MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez haast zich tijdens bijna elk interview om te benadrukken dat De Wever het premierschap mag claimen. Om in ruil dan een staatshervorming te laten vallen? Feit is dat De Wever een prijs zal moeten betalen voor die post. Maar daar blijkt men zich in de eigen kringen weinig zorgen over te maken. Alles hangt natuurlijk af van de inhoud van het regeerakkoord.

De ernst van de situatie is een troef

Het is opvallend hoe snel het premierschap van een Vlaams-nationalist niet langer als een probleem wordt gezien. En dat aan beide kanten van de taalgrens. In Vlaanderen zal er wel kritiek komen van het Vlaams Belang dat De Wever het eerste ministerschap zal betaald hebben met een zware prijs voor de Vlamingen. Verder lijken de mainstreammedia gewonnen voor dat premierschap. De Standaard, De Morgen en Knack : ze zijn quasi unaniem. En dat voor publicaties die in het verleden hun aversie voor De Wever en N-VA amper konden verbergen. Nu is hij blijkbaar een soort van redder des vaderlands geworden. Dat de economische en vooral de budgettaire situatie van de nv België problematisch wordt, is natuurlijk een troef in de handen van De Wever. Het is al ontelbare keren gezegd: de begroting moet dringend op orde worden gebracht. De discretie waarmee De Wever zijn informatie-opdracht tot een goed einde probeert te brengen, wordt net niet op applaus onthaald. De ernst die hij aan de dag legt, moet beloond worden, zo lijken de commentatoren te denken.

Ander voordeel voor De Wever is dat men in Vlaanderen van oordeel is dat het premierschap na de Franstalige Elio Di Rupo, Charles Michel, Sophie Wilmès en de opportunist Alexander De Croo, aan een figuur met een grotere ‘envergure’ toekomt. Dat er voorlopig geen andere valabele kandidaten zijn, kan daarbij helpen. Sophie Wilmès werd met haar meer dan 500.000 voorkeurstemmen bij de Europese verkiezingen gezien als een Franstalig alternatief voor de 16, maar Bouchez is haar liever kwijt dan rijk. Richting Europese Commissie dan maar ? Andere opties zijn die van een cd&v’er, zoals Vincent Van Peteghem, maar dan moeten er een aantal balletjes toch een totaal andere richting uit rollen. Neen, tot nader order is De Wever op weg om eerste minister te worden. Van wat dan inderdaad een herstelregering wordt genoemd, in de lijn van Martens V in 1982-1985, die België na de rampzalige jaren 1970 weer op de sporen kreeg.

Niet Martens of Schiltz achterna

In dat verband: Wilfried Martens is misschien een relevant voorbeeld om aan te tonen dat een Bart De Wever als premier anno 2024 geen probleem meer is voor Franstaligen. Ook al was hij lange tijd de baarlijke duivel, zeker sinds de stunt in 2005 toen hij met een vrachtwagen vol biljetten van 50 euro richting de scheepslift in Strépy trok om de Vlaams-Waalse transfers aan te klagen.

Vlaams-nationalisten gelden sinds de jaren 1970 als mogelijke regeringspartners

Welnu, dat imago van harde Vlaams-nationalist is ook lange tijd aan Wilfried Martens blijven hangen. Die was tenslotte in de jaren 1950 zeer actief in de Vlaamse Volksbeweging en gold als een overtuigde flamingant. Nu houden we hier geen pleidooi voor een Bart De Wever die zou evolueren naar een inhoudsloze compromisbouwer als Martens. Die laatste is ook één van de verantwoordelijken die het land tot stilstand heeft hervormd en er een inefficiënt en onoverzichtelijk doolhof van heeft gemaakt.

Een andere vergelijking die voor de hand ligt, is die met Hugo Schiltz. De Volksunie-voorzitter ontpopte zich in de jaren 1970 toch een voorstander van beleidsdeelname. Het werd hem onder andere door ’t Pallieterke niet in dank afgenomen. Toch is er een verschil met De Wever. Schiltz klopte nu eens bij de liberalen aan, dan weer bij de socialisten in de hoop om toch bij het beleid betrokken te worden. Veel lijn zat er niet in, terwijl de huidige N-VA-voorzitter wel weet waar hij naartoe wil. Nu, Schiltz werd in 1974 wel benaderd om deel te nemen aan een rooms-blauwe regering, aangevuld met het wallingantische Rassemblement Wallon. Maar dat ging niet door.

Een proces van 50 jaar

De deur naar Vlaams-nationale regeringsdeelname werd 50 jaar geleden via die weg wel geopend. Onder andere door de goede contacten tussen Schiltz en André Cools (BSP) en Lucien Outers (FDF). Over die contacten komt hopelijk ooit eens duidelijkheid wanneer de politieke geschiedenis over die periode wordt geschreven.

België is eigenlijk enkel nog een financieel verdeelluik voor geld richting de regio’s

Vlaams-nationalisten gelden sinds de jaren 1970 als mogelijke regeringspartners. Al werd er nog geremd aan Franstalige kant. Door het Hof en de kringen van de ‘haute finance’. In 1977 kon VU’er Frans Baert minister van Justitie worden, maar koning Boudewijn stelde zijn veto. Die vreesde dat Baert als Vlaamsgezinde politicus amnestie zou doordrukken. Sindsdien is er in die kringen altijd een groot wantrouwen geweest voor Vlaams-nationalisten. Maar eerlijk is eerlijk : dat is weggeëbd sinds Filip staatshoofd is, omringd door Vlaamse adviseurs. De haute finance die op de rem kon staan, is ook weg. Weggesmolten met de financiële crisis van 2008-2009.

de Belgische “haute finance” is gebroken …

Rest nog : de Franstalige particratie. Maar ook daar is er sinds de staatshervorming van 2011 iets veranderd. België is sindsdien eigenlijk enkel nog een financieel verdeelluik voor geld richting de regio’s en voor de financiering van de sociale zekerheid. Het heeft in die zin al confederale aspecten. Waarom dan wantrouwig staan tegenover een N-VA’er als premier ?

foto’s (c) Gazet van Hove .