door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .

Komende maand krijgen de burgers die een jaar geleden hebben ingetekend op de staatsbon van Vincent Van Peteghem (cd&v) hun geld terugbetaald. Met de intrest erbij uiteraard. Dat is 22 miljard euro plus een rentevergoeding van 610 miljoen euro. Banken azen op dat geld voor herbeleggingen. Alleen zullen de opbrengsten daarvan straks een stuk hoger worden belast.

Bijna een jaar geleden, op 5 september 2023, konden particuliere beleggers intekenen op een eenjarige staatsbon. Die had een nettorendement van 2,81 procent, een stuk meer dan de spaarboekjes. Het was een idee van minister van Financiën Vincent Van Peteghem (cd&v). Hij wou met die staatsbon de banken ertoe aanzetten de rente op het spaarboekje te verhogen, wat ook lukte. Straks eindigt de looptijd van de staatsbon-Van Peteghem. Nog eens benadrukken: er werd voor 22 miljard euro op ingetekend. Dat geld wordt dus in september teruggestort, samen met de rentevergoedingen a rato van 610 miljoen euro. Het geld komt op de spaarboekjes terecht en dus staan de banken klaar om hun klanten advies te geven over de herbelegging van die opbrengst.

Vincent Van Peteghem

Vermogenstaksen

Er dienen zich verschillende mogelijkheden aan en dat is positief. Maar tegelijk wordt de particulier geconfronteerd met de absurde Belgische vermogensfiscaliteit. Tijdens de voorbije verkiezingscampagne was te horen dat het tekort van 28 miljard euro in de begroting moest worden weggewerkt via hogere of nieuwe vermogenstaksen of belastingen op vermogenswinsten. Het was het aanhoudende discours van de politieke linkerzijde. Dat is logisch, maar men vergeet daarbij dat de belastingen of vermogenswinsten hier al zeer hoog liggen. Dat is in deze rubriek al tot vervelens toe benadrukt. En gezien de budgettaire uitdagingen lijkt het er niet op dat de toestand zal verbeteren. Ook niet met een federale regering die sociaaleconomisch wat meer centrumrechtse accenten zal leggen.

Want men vergeet vaak dat het onder andere een centrumrechtse regering is die de vermogensfiscaliteit recentelijk heeft doen stijgen. Het beste – of pijnlijkste – voorbeeld daarvan is de roerende voorheffing op dividenden van aandelen, kasbons en gespecialiseerde spaarrekeningen allerhande. Die bedroeg goed tien jaar geleden nog 15 procent, ondertussen is dat verhoogd naar 30 procent. Onder andere de centrumrechtse regering-Michel trok die op.

Roerende voorheffing

Heel wat Belgen die hun staatsbon met rente hebben terugbetaald gekregen, zullen de komende maanden van hun bank het advies krijgen om dat geld te beleggen of op een termijnrekening te plaatsen, waarbij geld voor een bepaalde tijd wordt vastgezet en niet kan worden opgevraagd. Het levert wel een brutorente van 2,75 procent tot 3 procent of meer op, afhankelijk van de duurtijd. Er moet wel een roerende voorheffing van 30 procent op worden betaald.

En dat is net het grote verschil met de Van Peteghem-staatsbon die fiscaal aantrekkelijk werd gemaakt door er een roerende voorheffing van 15 procent op te heffen. De particuliere beleggers zien dus de belastingfactuur van hun investeringen stijgen. Ze kunnen natuurlijk opnieuw beleggen in een staatsbon, hoort men al zeggen. Dat klopt, maar in tegenstelling tot vorig jaar is er geen sprake meer van een fiscaal gunstregime. Het bedraagt dus nu ook 30 procent roerende voorheffing op de nieuwe staatsbons.

Kasbons

Zijn de oude kasbons een optie? Dat zijn de bekende schuldbewijzen van een bank die op een vervaldag het bedrag en de intresten uitbetalen. Vroeger, een drietal decennia geleden, had je nog de kasbons aan toonder die ergens in een kluis of gewoon thuis in de slaapkamer werden bewaard. Met een brutorendement van 3 procent is dat aan een terugkeer bezig. Maar ook hier: de intrest wordt belast aan 30 procent. De hogere roerende voorheffing maakt dat het geld uit de fiscaal aantrekkelijke staatsbon straks toch zwaarder wordt belast. Het toont aan hoe absurd de Belgische vermogensfiscaliteit is.

Uiteindelijk lijkt de ‘fiscale redding’ nog te komen van de klassieke spaarrekening waar de intresten belastingvrij zijn tot een renteopbrengst van 1.020 euro. Pas daarboven moet je een roerende voorheffing van 15 procent betalen. Opnieuw een voorbeeld van de weinig doorzichtige Belgische vermogensfiscaliteit. Je moet dus al een paar honderdduizenden euro spaargeld hebben vooraleer je er echt op belast wordt, terwijl de fiscus bij andere beleggingen vlug aan de deur klopt.

Opgelet: zelfs met de klassieke spaarrekening zit je niet voor 100 procent veilig, want de Europese Commissie, het Internationaal Monetair Fonds en de OESO bepleiten al langer dat er komaf gemaakt wordt met die uitzondering van taksen op het spaarboekje. Al moet de eerste politicus nog opstaan die de fiscale vrijstelling op het spaarboekje wil afbouwen of gewoon schrappen.

foto’s (c) Gazet van Hove .