door Filip Van Laenen in ’t Pallieterke .
Voor de kleinste vier partijen in Vlaanderen (Team Fouad Ahidar is vooral een Brussels fenomeen) zijn de uitdagingen voor de komende vijf jaar zeer gelijkaardig. Alle vier zullen ze stevig moeten vechten om hun politieke relevantie aan te tonen bij de Vlaamse kiezer. Daarbij zullen ze alle vier ook hard moeten sleutelen aan hun interne organisatie.

Beginnen we met de kleinste partij van de vier, Groen. Die partij zal de komende vijf jaar in de peilingen moeten blijven vechten tegen de kiesdrempel en zal zich in oktober ook schrap moeten zetten voor de gemeenteraadsverkiezingen. De partij heeft nu wel het voordeel zowel Vlaams als federaal in de oppositie te zitten, en zit daarmee in een rol die haar veel beter ligt dan regeringsdeelname. Bovendien kan Groen, zoals altijd, op de steun van de pers rekenen en die zal ervoor zorgen dat er voor de ecologisten alvast geen vergeetput dreigt.
Groen opnieuw in de regering in 2029 ?
Het lijkt ons dan ook waarschijnlijk dat Groen in 2029 vooruitgang zal boeken, maar daarvoor zal de partij zich intern toch wat beter moeten organiseren. Een aantal kopstukken en sterkhouders verdwenen al vóór de verkiezingen, sommigen vrijwillig, anderen niet. Bovendien blijven er vraagtekens hangen rond het huidige voorzittersduo, dat niet bepaald veel potten breekt.

Gaat de partij in 2029 opnieuw richting de tien procent, dan maakt ze een goede kans om opnieuw in aanmerking te komen voor regeringsdeelname. Als de heropstanding van de centrumpartijen uitblijft, is het zelfs mogelijk dat ze praktisch noodzakelijk zal zijn om een regering te vormen, en dat zowel op federaal als op Vlaams niveau. De partij kan dus maar beter investeren in talenten die een eventuele ministerportefeuille aankunnen.
PVDA als lokale bestuurspartij
De grootste uitdaging voor de communisten op korte termijn is om de winst van juni in oktober ook lokaal bevestigd te zien. Daarbij hoort minimaal een voortzetting van de bestuursakkoorden in Zelzate en Borgerhout. Maar als de partij zich echt wil kunnen bewijzen als een valabele lokale bestuurspartij, en eventueel zelfs meer in 2029, dan komen daar best toch een paar andere gemeenten (of districten) bij.
De verkiezingsuitslagen in Wallonië waren een tegenvaller voor PVDA, maar misschien geeft dat de partij anderzijds wel de kans om intern een beter evenwicht te vinden tussen de verschillende landsdelen. Tot nog toe leek de partij immers vooral vanuit Vlaanderen gestuurd te worden met voornamelijk een Franstalig kiespubliek, en daar kan nu verandering in komen.

De vraag is in hoeverre de communisten op de hulp van de pers zullen kunnen rekenen. De houding van de pers tegenover PVDA blijft immers ambigu: er is wel enige sympathie, maar toch hebben we de indruk dat men liever niet heeft dat een eventueel succes van de communisten ten koste van de ecologisten zou gaan. Echt veel voeling met het kiespubliek van PVDA hebben onze journalisten trouwens ook al niet.
Ontsnapt Open Vld aan een implosie ?
Voor Open Vld hangt veel af van de uitslag van de komende voorzittersverkiezingen. Zal de nieuwe partijvoorzitter kunnen zorgen voor een breuk met het verleden, en zo ja, in welke richting zal die breuk gaan? Maar zelfs met een breuk in de juiste richting, blijft de vraag in hoeverre de partij nog geloofwaardig is bij het grote Vlaamse publiek. Bovendien zal Open Vld in de oppositie vaak moeten horen dat ze meer dan 25 jaar aan de macht is geweest en dus kans genoeg heeft gehad om te bewijzen dat ze het zoveel beter zou kunnen.

De gemeenteraadsverkiezingen van oktober vormen meteen al de eerste horde voor de nieuwe partijvoorzitter. Ook die verkiezingen dreigen immers een nederlaag te worden. Dat eerst Jean-Jacques De Gucht bedankte voor het lijsttrekkerschap in Aalst, en afgelopen week zijn vader Karel voor het lijstduwerschap in Berlare, is een veeg teken dat de lokale campagne niet helemaal lekker loopt. Het zou echter onrechtvaardig zijn de nieuwe partijvoorzitter al meteen de schuld te geven voor die nieuwe verkiezingsnederlaag. Gebeurt dat toch, dan denken we niet dat er voor de partij nog een lange toekomst weggelegd is.
Kan cd&v zich handhaven als kleinste regeringspartij ?
Voor de christendemocraten ligt de komende vijf jaar in de Vlaamse en federale regering een rol weggelegd die ze nog nooit hebben moeten spelen: die van de kleinste partij in de regering. Lange tijd waren ze steevast de grootste partij in de coalitie, en mentaal hebben ze trouwens nog geen afscheid genoegen van die rol. Dat heeft gedeeltelijk ook te maken met hun stevige lokale verankering, maar oktober zou op dat vlak wel eens een negatief keerpunt kunnen betekenen voor de partij.

De partij heeft een lange geschiedenis van gestage achteruitgang achter zich en we achten het weinig waarschijnlijk dat de partij erin zal slagen die trend tegen 2029 om te buigen. De vraag is dus helemaal niet of de partij uiteindelijk ook onder de tien procent zal zakken, wel of dat al in 2029 zal gebeuren, of pas in 2034. Het is daarbij onduidelijk welke tactiek cd&v het meest zal lonen in de regeringen: zich gedragen als de balorige kleine partner die af en toe eens flink dwarsligt om nog eens in het nieuws te komen of, omgekeerd, zich gedragen als de trouwe partner waarop de andere kunnen rekenen en die ervoor zorgt dat er degelijk bestuurd wordt. Gokt de partij verkeerd, dan dreigt ze al in 2029 finaal kopje-onder te gaan.

foto’s (c) Gazet van Hove .

