
door Karim Van Overmeire in ’t Pallieterke .
Na de lokale verkiezingen van 13 oktober zal ik geen politiek mandaat meer hebben. Na 28 jaar in diverse parlementen en na 30 jaar gemeenteraad, is het tijd om het estafettestokje door te geven. De voorbije 12 jaar was ik ook schepen van onder meer Onderwijs, Vreemdelingenzaken en Inburgering, Erfgoed en Vlaams karakter in Aalst, een stad met meer dan 90.000 inwoners. Op vraag van de redactie van dit eerbiedwaardige blad heb ik mijn ervaringen neergeschreven in de vorm van zes bijdragen met ‘tips voor rechtse bestuurders’. Ik doe dat met veel schroom, want ik heb de voorbije jaren zelf ook wel eens gezondigd tegen wat ik nu allemaal neerpen. Een mens leert altijd bij… Hopelijk zijn mijn tips waardevol voor alle kandidaten die het hart Vlaams en rechts dragen, en straks ergens mee kunnen besturen. Aan de andere lezers bieden ze hopelijk een interessante inkijk in de wondere wereld van de lokale politiek.

Toen ik twaalf jaar geleden tot schepen van de stad Aalst werd aangesteld, kreeg ik op mijn eerste werkdag de sleutels van mijn kabinet. Ik kwam binnen in een ruimte met tafels, bureaustoelen en vooral veel lege kasten. In één van de kasten had mijn socialistische voorganger wel een paar flessen sterke drank achtergelaten. Ik ga ervan uit dat dat een vergetelheid was en geen vriendelijk gebaar. Er was geen verwelkoming, geen overdracht van dossiers en geen opleiding. Als u straks als rechtse bestuurder in een schepencollege terechtkomt, zal u hopelijk een betere start kunnen nemen, maar vaak zal de wisseling van de wacht in even bitsige omstandigheden verlopen.
Gemakkelijk of moeilijk
Het zijn vogels van diverse pluimage die tot het schepenambt worden geroepen en die dan zes jaar lang tot elkaar veroordeeld zijn. De aanduiding gebeurt meestal op basis van behaalde voorkeurstemmen. Dat klinkt eerlijk, maar ik wil hier toch een kanttekening bij maken : populariteit is geen garantie voor inzet of bekwaamheid.

Een schepen kan twee verschillende wegen bewandelen. Er is de relatief gemakkelijke weg, waarbij het werk grotendeels gebeurt door de gemeentelijke diensten. De schepen kan zich dan beperken tot de formele goedkeuring van de door de diensten voorgestelde beslissingen en het op tijd en stond voorlezen van een door de diensten voorbereide speech. De schepen is dan wel niet veel meer dan een politieke façade van wat de administratie beslist. Op sommige beleidsdomeinen vind ik dat overigens verdedigbaar. Wanneer het gaat over de restauratie van een kerk of de bouw van een school, hoefde ik als schepen geen mening te hebben over de kleur van de bakstenen of de dikte van het vensterglas. Bij ideologisch meer gevoelige thema’s mag van een Vlaams-nationale burgemeester of schepen natuurlijk een actievere houding verwacht worden. Dan is er enkel de moeilijke weg : die van hard werken om richting te geven aan het beleid. Overleg plegen, dossiers instuderen, regelgeving doornemen, draagvlak zoeken en vaak een stevig potje discussiëren, zijn essentiële voorwaarden om impact te kunnen hebben op de besluitvorming.

Relevante aanwezigheid
Kan een schepenmandaat dan nog wel gecombineerd worden met andere activiteiten ? Die vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Zelf ben ik na een legislatuur gestopt met de cumulatie met het mandaat van Vlaams Parlementslid. Toch kan de aanwezigheid van een burgemeester of schepen in ‘Brussel’ politiek relevant zijn. Veel hangt af van de grootte van de gemeente, de bevoegdheden van de schepen en vooral van de persoon. Mensen verschillen. Er zijn sujetten die niet eens geschikt zijn om in een adviesraad te zetelen, anderen kunnen perfect een aantal belangrijke mandaten combineren.

Op de moeilijke weg van het harde werk is er een valstrik gespannen : die van het micromanagement. Een lokale bestuurder kan zich, gedreven door verantwoordelijkheidsbesef en perfectionisme, gemakkelijk verliezen in bergen werk. Dat duurt dan, zo heb ik zelf moeten ondervinden, tot je op je fysieke en mentale grenzen botst. Daarom nuanceer ik de titel boven dit stukje, want hard werken is zeer verdienstelijk, maar veel belangrijker is het om doelgericht te werken : leer keuzes maken en focus op wat echt belangrijk en dringend is.


