door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Sinds het aantreden van president Donald Trump schroeven de Amerikaanse bedrijven hun diversiteitsprogramma’s terug. Bij ons pleiten Frankrijk en Duitsland voor een herziening van de regelgeving rond ESG-regels die het milieu-, diversiteits- en inclusiebeleid aansturen. Het moet de bedrijven ruimte geven om zich te richten op hun kerntaken.
Even terug in de tijd, naar 2023. Bierreus AB Inbev, met nog altijd de hoofdzetel in Leuven, lanceert een opvallende reclamecampagne rond het merk Bud Light. Voor een promofilmpje van het in de VS populaire biermerk wordt een beroep gedaan op transvrouw en influencer Dylan Mulvaney. De negatieve reacties in het conservatieve binnenland van de VS lieten niet op zich wachten. Net daar waar het bier zo populair is, werd opgeroepen tot een boycot. AB Inbev zag de verkochte volumes in de VS met 14 procent dalen. De campagne leverde niets op, maar leidde tot zware verliezen. In die mate zelfs dat een aantal banken het koersdoel van AB Inbev naar beneden bijstelden. Niet kopen, die aandelen, was de boodschap.

Tweede kans
Het toont aan hoe de woke-ideologie dramatische gevolgen kan hebben voor een bedrijf. Door zich obsessioneel aan te sluiten bij wat men in de Verenigde Staten DEI – of Diversity, Equity and Inclusion-programma’s noemt (diversiteit, gelijkheid, inclusie), sneed men in eigen vlees.
Gelukkig bleef de schade voor AB Inbev beperkt. Dat was een jaar geleden te danken aan de – toen nog – presidentskandidaat Donald Trump. Hij zei dat AB Inbev na deze idiote campagne een tweede kans verdiende, want het bedrijf is nodig in de VS. Het neemt grondstoffen af van Amerikaanse boeren en zorgt voor 65.000 Amerikaanse job. Bovendien werken veel oorlogsveteranen bij de bierreus. Nadat Trump had verklaard dat AB Inbev “geen woke bedrijf is”, ging het aandeel opnieuw omhoog.

Non-actief
Het duurzaamheids- en diversiteitsbeleid is al lang een doorn in het oog van de Amerikaanse president. Na zijn aantreden werden de DEI-ambtenaren op non-actief gezet. Verschillende Amerikaanse bedrijven hebben al laten weten hun diversiteitsbeleid af te bouwen of minstens bij te sturen. McDonald’s, Amazon, Walmart en ook Facebook (Meta) doen mee. Daarbij aansluitend wordt het nastreven van de zogenaamde ESG-doelstellingen afgebouwd. Dat zijn regels rond het halen van milieunormen (grotendeels CO2-reductie) en meer diversiteit en gendergelijkheid bij de bedrijfsvoering. Kortom, alles wat te maken heeft met de woke-economie.
Zowel economische experts als de media kwamen de voorbije jaren altijd met hetzelfde verhaal : het nastreven van ‘duurzaamheid’, ‘gelijkheid’ en ‘diversiteit’ zou een positieve impact hebben op het imago van een bedrijf, de juiste mensen – vooral jongeren – aantrekken en dus de groei en de winst ondersteunen. Ook zou het de aandelenkoers van het bedrijf stutten. Maar de voorbije jaren is steeds meer duidelijk geworden dat de slinger te veel in één richting is doorgeslagen. Er was zelfs geen Trump voor nodig om tot dat besef te komen.

De regelgeving is gewoon te streng en de vraag rijst of het economische rendement op lange termijn wel zal aanhouden. Ook in Europa rijzen er vragen. In Duitsland, waar de industrie lijdt onder een recessie, roept men op tot een versoepeling van de ESG-regels. Vorige week heeft de Franse regering een ‘massale regelgevingspauze’ afgekondigd. Deze oproep tot herziening komt er op een moment dat Europa ernaar streeft om zijn concurrentievoordeel op de wereldmarkt te herwinnen.
Indien de duurzaamheidsregels in de VS minder streng worden, dan moeten de bedrijven daarin minder energie investeren. Dat zorgt voor een concurrentievoordeel ten opzichte van Europese bedrijven. Voor alle duidelijkheid : de bezorgdheid in de Europese ondernemerskringen gaat niet over het afbouwen van bijvoorbeeld bestaande regels rond het aantal vrouwen in de raad van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen. De EU-regels stellen dat een derde van de leden in een raad van bestuur bij die grote bedrijven een vrouw moet zijn. Dat zijn realistische doelstellingen. Anders is het wanneer ondernemingen zich kritiekloos moeten inschrijven in een militante LGBT-agenda. Of wanneer ze aparte afdelingen moeten oprichten met mensen die voortdurend bezig zijn met duurzaamheidsrapportering. Indien ze dat zelf niet doen, dan moeten ze aankloppen bij grote consultancykantoren. Die verdienen daar een aardige cent aan, maar laten tussen de lijnen ook weten dat ze niet de mensen en de expertise hebben om de rapportering op een degelijke manier af te handelen.

Het zou dus een goede zaak zijn dat deze DEI- en ESG-regels worden afgebouwd. De woke-economie belemmert dat bedrijven kiezen voor de kerntaken. Al kan de bijsturing van dat beleid – zeker in de VS – paradoxaal genoeg geld kosten aan bedrijven. Het is al te horen dat aandeelhouders processen zullen aanspannen tegen grote bedrijven omdat ze te veel aandacht hebben gehad voor de diversiteits- en de woke-agenda waardoor het rendement lager uitkwam dan voorzien. Als aandeelhouder is men inkomsten misgelopen. Miljardenclaims zijn hier niet uitgesloten. In Europa zal het wellicht niet zo’n vaart lopen.


