door Karl Van Camp in ’t Pallieterke .
In de voorbije maanden is het duidelijk geworden dat België nog nauwelijks over een leger beschikt. Zo heeft ‘ons’ land al tien jaar lang geen eigen tanks meer. En ook de munitievoorraden zijn van een belachelijk laag niveau.
Dat minister van Defensie Theo Francken op korte termijn wil overgaan tot grote investeringen, lijkt dus meer dan logisch, zelfs noodzakelijk. Tenminste, als we ons willen verdedigen tegen eender welke vijand. Die drang tot bewapening komt natuurlijk niet uit de lucht vallen nu de oorlog in Oekraïne aan het kantelen is, maar vooral nu duidelijk wordt dat Europa niet langer op de Verenigde Staten kan rekenen in geval van een gewapend conflict. Niet dat de NAVO al is opgedoekt, maar de toekomst ziet er allesbehalve geruststellend uit.

Verschillen
Ook wat wapenproductie betreft, is er een groot verschil merkbaar tussen Wallonië en Vlaanderen. Wie in België aan wapens denkt, wijst automatisch naar FN Herstal als bekendste wapenfabriek. FN Herstal is, mocht u het niet weten, sinds 1997 voor 100 procent eigenaar van het Waals Gewest. Wat meteen ook betekent dat de lijn tussen wapenproductie en wapenexport enerzijds en de politiek anderzijds flinterdun is. Als de Waalse regering een exportvergunning voor FN Herstal weigert, dan is dat schadelijk voor de eigen portemonnee. De Waalse wapenindustrie maakt voornamelijk vuurwapens (FN Herstal), bommen, granaten en raketsystemen (Mecar, Thales Belgium – vroeger Forges de Zeebrugge (FZ)). Maar ook Eurenco, de grootste Europese fabrikant van buskruit voor munitie, heeft een grote vestiging in het Luikse Clermont.
De Vlaamse wapenindustrie daarentegen produceert vooral hoogtechnologische onderdelen. Het gaat dan bijvoorbeeld over beeldschermen (Barco), vuurgeleidingssystemen (OIP Systems) en radars (Advionics). De opkomst en het gebruik van drones is in feite goed nieuws voor Barco, want drones worden bestuurd vanop afstand en dan zijn goede beeldschermen hoogstnoodzakelijk.

Ethische verschillen
Het is niet toevallig dat de bevoegdheid voor wapenexport sinds 2003 is geregionaliseerd, wat betekent dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel afzonderlijk instaan voor de toekenning van wapenexportvergunningen. Over dit onderdeel van de regionalisering deden de Franstaligen – niet toevallig – helemaal niet moeilijk. Integendeel. Uit cijfers van de exportagentschappen en onderzoek van het Vlaams Vredesinstituut kan besloten worden dat Wallonië economische belangen vaak boven de ethische stelt. Minstens naar een tiental landen met een bedenkelijke reputatie wat betreft mensenrechten, worden Waalse wapens uitgevoerd. Meer nog, die landen ontvangen het merendeel van de Waalse wapenexport.
Vlaanderen is op ethisch vlak veel strenger. Met als gevolg dat de Vlaamse wapenexport hoofdzakelijk bedoeld is voor andere Europese landen en voor de Verenigde Staten.
Overigens vreest men in Wallonië dat Theo Francken bewust elders in de wereld zijn militaire bestellingen gaat plaatsen, liever dan ‘zijn’ geld te besteden over de taalgrens. Theo Francken heeft bij onze zuiderburen het imago van een anti-Waalse Vlaams-nationalist van de harde lijn. Er is dus best wat communautaire onrust, want de wapenindustrie in Wallonië stelt enkele duizenden mensen te werk, vooral dan in de regio rond Luik en Herstal.

Communautaire spanning
Om maar te zeggen dat een oorlog in het verre Oekraïne uiteindelijk ook bij ons zorgt voor communautaire spanning. Bovendien is er ook het Vlaamse luik : de Vlaamse Beweging is ontstaan in de modder van het IJzerfront. “Dit willen we nooit meer meemaken”, zegden de Vlaamse oudstrijders na afloop van de Eerste Wereldoorlog. Het resulteerde in een sterke Vredesbeweging in de jaren 1920 en de slogan ‘Nooit meer Oorlog’ op de IJzertoren. In de jaren 1980 stapten zowel VOS als VUJO mee op in de antirakettenbetogingen in Brussel. In de N-VA van vandaag vertoeven nog altijd de deelnemers van de Vredesfietseling, die elk jaar richting Diksmuide fietsten. Wellicht komt het binnen de N-VA niet tot een clash tussen voorstanders van meer bewapening en de vredesactivisten van weleer. Maar ik kan me niet voorstellen dat een Jan Peumans er vandaag de dag gelukkig bijloopt…



