door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Steeds meer bedrijven kiezen ervoor om de Brusselse beurs te verlaten. Denk maar aan Exmar en Roularta. Volgens experts zullen er nog volgen. De redenen ? Fiscaal minder interessant voor beleggers, een relatief lage beurskapitalisatie, het vele durfkapitaal en dominante referentie-aandeelhouders die het vele rapporteren op kwartaalbasis beu zijn.
In de jaren 1990 kende de Brusselse beurs een hoogtepunt. Een bedrijf dat zichzelf ernstig nam, moest ‘publiek’ gaan. Een beursgang werd gezien als een absolute noodzaak om groei te kunnen financieren. Bovendien werd men op die manier zichtbaar bij beleggers, wat de naamsbekendheid opkrikte en waardoor beursgenoteerde bedrijven ook bij het grote publiek bekend werden. En enige bekendheid trekt nieuwe klanten aan. Bovendien was het beleggen in aandelen sinds de Wet Cooreman-De Clercq van 1982 fiscaal aantrekkelijk.

Fiscaal klimaat wordt ongunstig
Wat een verschil met de huidige periode. Meer en meer bedrijven kiezen voor een zogenaamde ‘delisting’. De aandelen worden van de beurs gehaald. Dat is het geval met Smartphoto, Exmar, Roularta en Greenyard.
Daar zijn verschillende oorzaken voor. Ten eerste is er het fiscale klimaat. Door de komst van de meerwaardebelasting gaan sommige beleggers ervan uit dat ze straks meer belastingen gaan moeten betalen. Men is dan ook terughoudend om in aandelen te beleggen als de fiscale druk op hun winst zal toenemen. Ten tweede is de marktkapitalisatie van de bedrijven op de Brusselse beurs relatief klein in internationaal perspectief : minder dan 1 miljard euro. Dat zorgt ervoor dat buitenlandse institutionele beleggers minder interesse hebben in de aankoop van een aandelenpakket met een voor hen relatief beperkte waarde.
“Door de komst van de meerwaardebelasting wordt beleggen fiscaal minder aantrekkelijk”
Verder is er de constante kwartaalrapportering waarbij beleggers met een vergrootglas kijken naar de resultaten. Zijn die wat minder dan verwacht, dan moeten de bedrijven dit verantwoorden. Overtuigen ze niet, dan krijgt de beurskoers een knauw. Beleggers verwachten dat investeringen snel renderen, maar in de praktijk is dat vaak anders.

Een ander aspect is de beschikbaarheid van kapitaal om de groei te financieren. Pakweg 30 jaar geleden hadden bedrijven de keuze tussen een krediet bij de bank en een beursgang. Durfkapitaal waarbij investeringsmaatschappijen geld staken in een onderneming en die participatie na een aantal jaren met winst verkochten toen het bedrijf in kwestie op kruissnelheid was, bestond amper of niet. Nu zijn er hier tal van durfkapitaalfondsen actief, ofwel opgericht door vermogende figuren à la Marc Coucke, of het zijn internationale private equityspelers. Groeigeld genoeg dus.
Colruyt en Tessenderlo kunnen volgen
Maar een van de belangrijkste redenen voor het tanende succes van de beurs is de aandelenstructuur van onze bedrijven. Vaak hebben die één of een paar referentieaandeelhouders die een groot deel – tot 75 procent of zelfs meer – van de aandelen in handen hebben, waardoor de vrij verhandelbare aandelen of de ‘free float’ beperkt zijn. Volgens experts zijn beursgenoteerde bedrijven met een lagere free float minder aantrekkelijk voor grote beleggers. Gevolg is dan dat de beurskoers van die bedrijven vaak lager ligt dan vergelijkbare concurrenten met een meer versnipperd aandeelhouderschap. De referentieaandeelhouders – ook vaak families die het bedrijf ooit hebben opgericht – zeggen dan : we gaan van de beurs.
“Dankzij de durfkapitalisten is er groeigeld genoeg”

Op basis van deze criteria kan je bijna voorspellen dat een aantal andere bedrijven de beurs zullen verlaten. Zo gaat warenhuisketen Colruyt vaak over de tong. Er zijn signalen die daarop wijzen. De beurskapitalisatie mag dan wel 4,75 miljard euro bedragen en dus relatief hoog zijn, het feit dat 75 procent van de aandelen in de handen van de familie is, maakt dat dit een klassieke kandidaat voor een delisting is. Via Korys, de familieholding, zijn de Colruyts al een tijd bezig eigen aandelen in te kopen. Neem er nog de niet zo goede resultaten bij – Colruyt moet het steeds meer afleggen tegenover spelers als Albert Heijn en Delhaize – en een vertrek van de beurs lijkt slechts een kwestie van tijd.

Een andere delisting-kanshebber is Tessenderlo, de fusiegroep van weefgetouwenbouwer Picanol en Tessenderlo Chemie. De beurskoers blijft ondermaats presteren. Grote fondsbeheerders hebben hun aandelen verkocht. 80 procent is in handen van topman Luc Tack waarvan bekend is dat hij niet graag communiceert. Nochtans is dat een noodzaak voor een beursgenoteerd bedrijf. Experts verwachten dat Tack zelf vroeg of laat een bod zal doen op de resterende beursaandelen.

foto’s (c) Gazet van Hove.

