door Pieter Vandermoere in ’t Pallieterke .
1 mei 1985, een zoveelste aanslag schrikt Brussel wakker. Een bomauto voor de gebouwen van de werkgeversorganisatie VBO richt enorme schade aan, maar kost ook aan twee brandweermannen het leven. Het is kristalhelder in welke hoek men de daders dient te zoeken. Tussen het puin vindt men resten van een pamflet van de hand van de CCC, Cellules Communistes Combattantes. Deze extreemlinkse terreurorganisatie zaaide toen haat en vernieling, net iets meer dan 40 jaar geleden. Tijd om terug te bladeren naar deze zwarte bladzijde.
Auteur Paul Ponsaers had al de nodige voorsprong qua opzoekingswerk toen hij zich achter het schrijven van dit boek zette. Als journalist (De Morgen) en professor criminologie (UGent) zag hij het dossier voorbijkomen en groeide zijn interesse om de diverse studies en onderzoeken te structureren en van commentaar te voorzien. De titel ‘Bloedrood’ laat aan duidelijkheid niets te wensen over.

De gewapende vijfde kolonne
We schrijven de laatste jaren van de Koude Oorlog. Vergis u echter niet, het communisme was toen nog niet palliatief. De Amerikaanse president Ronald Reagan perste via de wapenwedloop de Sovjeteconomie uit, terwijl het Rode Leger leegbloedde in het Afghaanse gebergte.

Maar in West-Europa huisde een vijfde colonne, die probeerde het militaire overwicht van de NAVO te verlammen. Enerzijds was er de vredesbeweging die via betogingen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten wilde verhinderen. Maar er bestond ook een gewapende arm, die via aanslagen koos voor geweld. De oprichting van de CCC onder leiding van Pierre Carrette past in een traditie van allerhande stalinistische tot anarchistische terreurorganisaties zoals Action Directe en Rote Armee Fraktion.

Gedijen in Belgisch wanbeleid
De communistische organisatie kon gedijen in een land dat in diezelfde periode met de Bende van Nijvel en het Heizeldrama te maken had. Symptomen van een vierkant draaiend land met politiediensten die zonder de nodige coördinatie elkaar negeren en zelfs beconcurreren. Tekenend is hoe vlot de terroristen aan explosieven en valse identiteitskaarten konden geraken.
Ook in het CCC-dossier beschrijft Ponsaers hoe de beide communistische partijen in België verwoede pogingen ondernamen om de andere kant op te kijken. KPB-voorzitter Louis Van Geyt vond dat minister van Justitie Jean Gol moest rekening houden met ‘provocatie’ en dus ‘banden met extreemrechts’ niet mag uitsluiten. Voor het PvdA-blad Solidair was de militaire kennis van de CCC het bewijs dat ze ‘tot het leger behoren’. Het leven in complottheorieën kan toch eenvoudig zijn.

Het boek doorprikt ook de mythe dat de CCC nooit de bedoeling had om te doden. Nogal bizar als men als werkwijze aanslagen en schietpartijen hanteert. Verscheidene publicaties scheppen echter de nodige duidelijkheid : “Het menselijke leven heeft op zichzelf geen absolute, mystieke waarde.” Of nog : “De klasse die een nieuwe wereld wil bouwen (…), moet in de strijd doden om niet gedood te worden.”
Schuld zonder boete
Naar aanleiding van de herdenking van de aanslag tegen het VBO, liet haar topman Pieter Timmermans vallen dat geweld contraproductief werkt en nooit goed te praten valt. Ondanks de vele bruggen tussen de communistische partijen, hun media en diverse terroristische organisaties, deel ik de overtuiging van de auteur dat een ‘Berufsverbot’ het zelfreinigend vermogen van het communisme in de Duitse politiek onmogelijk heeft gemaakt. Het publieke debat over wat hun achterban beroert, wordt daarmee in de kiem gesmoord en is een taboe. De parallellen met de huidige aanpak van het rechtse AfD denkt u er vanzelf bij.
Het is onbeschrijfelijk hoezeer justitie en de overheid er amper in slagen gerechtigheid te doen zegevieren. De eerste wet van de socialistisch-communistische regering Mitterrand was amnestie verlenen, onder andere aan de stichter van Action Directe, Frédéric Oriach. Later zou die de CCC ideologisch inspireren. En ook de CCC-kopmannen Carette en Sassoye konden meermaals de voorwaarden van hun vervroegde vrijlating schenden zonder gevolgen. Ponsaers wijst de lezer op het pijnlijke feit dat geen van hen ooit hun spijt heeft uitgedrukt over hun misdaden. Laksheid of schuldig verzuim vanwege de rechtsstaat, u mag kiezen. Dit boek zorgt ervoor dat de rode terreur in België niet dreigt – al dan niet moedwillig – vergeten te worden.

Paul Ponsaers, ‘Bloedrood – hoe de CCC’ers in de jaren 80 terreur zaaiden en nog steeds actief zijn’, 2025, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, 380 blz., 29,99 euro. ISBN 9789464946727.

foto’s (c) Gazet van Hove.

