door Jan Huijbrechts in ’t Pallieterke .

2030, het jaar waarin België 200 jaar zal bestaan, nadert met rasse schreden. Niet alleen premier Bart De Wever, maar ook de militante vleugel van de Vlaamse Beweging beginnen zich op te maken om dit dubbele eeuwfeest op passende wijze te gedenken. Deze week is het precies 95 jaar geleden dat de IJzerbedevaart uitliep op felle anti-Belgische incidenten die in de historiografie bekend staan als ‘de Stormloop van het jaar dertig’.

De XIe IJzerbedevaart die op 24 augustus 1930 – het jaar waarin België zijn eeuwfeest vierde – in Diksmuide plaatsvond, had een feestelijke editie moeten worden, want de IJzertoren die men in de zomer van 1928 was beginnen bouwen, zou officieel worden ingehuldigd. In de weken die aan de IJzerbedevaart voorafgingen, was in de francofone en belgicistische pers een felle hetze gelanceerd tegen het evenement, dat in de loop der jaren steeds meer radicaal Vlaamsgezind was geworden. De bedevaart werd hierin afgeschilderd als ‘een hoogmis van het separatisme’ en men vond dat ‘de ware oud-strijders paal en perk moesten stellen aan die grote belediging en afgrijselijke heiligschennis’… De regering deed alvast haar duit in het zakje door de twee buitenlandse gastsprekers, Leo Simons – een Nederlandse uitgever met een groot hart voor Vlaanderen – en de Zuid-Afrikaanse J. Bosman de toegang tot het land te ontzeggen. De kerkelijke overheid had dan weer de priesters uit het bisdom Brugge, maar ook alle gewezen legeraalmoezeniers verboden om voor te gaan in de traditionele misviering op de Grote Markt in Diksmuide bij het begin van de bedevaart. 

De bedevaartgangers lieten zich echter niet intimideren. Volgens de schattingen van de rijkswacht waren er die zondagochtend meer dan 100.000 mensen naar Diksmuide afgezakt. Net zoals het jaar daarvoor was er een extra noodbrug over de IJzer aangelegd om deze massa in goede banen te leiden. De bedevaart startte met een bloemenhulde waaraan ook diverse vertegenwoordigers van buitenlandse oud-strijdersverenigingen deelnamen, terwijlde acteur Juliaan Platteau de Psalm van Albrecht Rodenbach uitsprak. Na de toespraak van Filip De Pillecijn namens het Verbond van Vlaamsche Oudstrijders (VOS) richtte de voorzitter van het IJzerbedevaartcomité, Frans Daels, het woord tot de massa en beschreef de IJzertoren als “het tehuis voor de geschonden graven, voor verbrijzelde zerken, voor Vlaamse doden. Het tehuis van de grote Vlaamse trouw tegenover de meineed…”

Klokslag om 12.00 uur volgde het hoogtepunt van deze IJzerbedevaart: de langverwachte inhuldiging van het nieuwe IJzermonument in de vorm van een zegening en het luiden van de klok Nele in de IJzertoren. Terwijl Juliaan Platteau de bedevaarders toesprak, werden twee reusachtige leeuwenwimpels naar de top van de IJzertoren getrokken en vlogen twee door de Vlaamse Toeristenbond ingehuurde tweedekkers in kringen rond de IJzertoren als apotheose voor de inhuldiging. Plots dook er een derde toestel op, waaruit duizenden Belgische vlaggetjes en pamfletten werden gestrooid. Dit toestel, een Farman-eendekker, was twintig minuten daarvoor van de luchthaven van Oostende opgestegen en werd bestuurd door Georges Labrique.

Volgens de schattingen waren er die zondagochtend meer dan 100.000 mensen naar Diksmuide afgezakt

Union des Fraternelles

Deze reserve-luitenant van de luchtmacht was een WOI-veteraan die bestuurslid was van de ultra-belgicistische en met het fascisme flirtende ‘Union des Fraternelles de l’Armée de Campagne’ (UFAC). De UFAC was in 1928 opgericht na de klinkende verkiezingsoverwinning van de in de gevangenis zittende terdoodveroordeelde activist August Borms en was vastbesloten zich met hand en tand te verzetten tegen het separatisme, maar ook tegen het antimilitarisme dat in Vlaanderen werd uitgedragen door VOS en de dienstweigeraarsbeweging. De tartende toon van de uitgestrooide pamfletten was symptomatisch voor het onbegrip van de belgicisten voor de IJzerbedevaarten: “Wij, die alles verloren en opgeofferd hebben opdat België vrij en onverdeelbaar zou blijven, wij verbieden U een vlek te werpen op die herinneringen van eenheid en broederlijkheid die alle Belgen verbonden in de stonde van het gevaar. Wij weigeren U het recht in onze naam te spreken aan de Bormsen die met de vijand feest hielden terwijl brave werklieden met hun hulp weggevoerd de Brabançonne zongen in hun beestenwagens.. Wij weigeren het recht te spreken in onze naam aan deserteurs die naar de vijand overliepen nadat zij de lafste aller daden gepleegd hadden door de plaats aan te duiden waar hun kameraden het gemakkelijkst konden getroffen worden. Achteruit, verraders en deserteurs! Gij hebt het recht niet te spreken in naam van het Vlaamse volk. Hier is enkel plaats voor hen die verstaan en voelen dat wij met onze laatste adem uitroepen: ‘Leve België!’ en ‘Leve de koning !’.”

Deze provocatie kon niet onbeantwoord blijven. Na de afloop van de IJzerbedevaart trokken woedende bedevaarders aan de Minoterie, de oorlogsruïne van de Diksmuidse bloemmolens aan de overkant van de IJzer de Belgische driekleur van de mast. Iets later werden in het centrum van Diksmuide ook de Belgische vlaggen aan de gevel van een bank en de woning van de arrondissementscommissaris afgerukt. Terwijl steeds meer bedevaarders op de Grote Markt en in de aanpalende straten bijeentroepten, besloot de Franstalige bevelhebber van de massaal uitgerukte rijkswacht dat het welletjes was geweest.

Plat van de sabel

Terwijl twee pelotons rijkswachters met de bajonet op het geweer de twee bruggen over de IJzer afgrendelden en zo verhinderden dat er nog meer manifestanten naar het stadscentrum konden afzakken, gaf hij het bevel aan een eskadron rijkswachters te paard om de Grote Markt manu militari schoon te vegen. De rijkswachters voerden verschillende charges uit waarbij duchtig, met het plat van de sabel, op de dichte massa bedevaarders werd ingehakt. Ondanks de chaos en de paniek slaagden de rijkswachters er niet in de mensenmassa op de Grote Markt onder controle te krijgen. Zeker toen deze razendsnel bleek aan te groeien nadat de rijkswachters aan de Hoge Brug onder de voet waren gelopen.

Zeker nadat een paar rijkwachters van hun paarden waren gesleurd en een flink pak rammel hadden gekregen, dreigde heel de zaak volledig uit de hand te lopen. Dit besef begon eindelijk ook bij de rijkswachtcommandant te dagen, die intussen was benaderd door enkele Vlaams-nationale parlementsleden die eisten dat de charges werden stopgezet. Om erger te voorkomen, ging hij daar uiteindelijk, duidelijk tegen zijn zin, op in. De balans van ‘de schermutselingen’ was behoorlijk zwaar: zeven rijkswachters en tachtig bedevaarders raakten gewond, waarvan twee zwaar. Er werden meer dan honderd bedevaarders aangehouden en later werden er twaalf gerechtelijk vervolgd wegens ordeverstoring en het toedienen van slagen en verwondingen.

foto’s (c) Gazet van Hove.