door Redactie Politiek ’t Pallieterke.

Als eerste minister Bart De Wever (N-VA) laat weten dat hij de afscheuring van België door Nederland betreurt, kijken de Franstaligen er elke keer minder van op. Zeker sinds hij vorige week hetzelfde discours hield voor Waalse ondernemers. Het was een boodschap die positief werd onthaald, ondertussen ook door de Franstalige partijen in de regering. De houding van de Franstaligen tegenover de Benelux was vroeger wel even anders.

Het is een opvallende evolutie. In juni werd eerste minister Bart De Wever (N-VA) in de aanloop naar de NAVO-top in Den Haag geïnterviewd door de Nederlandse media. En daar bevestigde hij dat het zijn persoonlijke overtuiging is dat de splitsing der Nederlanden eind 16de eeuw “de grootste ramp is die ons ooit is overkomen”. Wat, zoals bekend, leidde tot verontwaardigde reacties van PS-politici.

“De Benelux werd in wallingantische en radicaal-francofone kringen gezien als een anti-Frans instrument”

Op de HJ Schoo-lezing in Amsterdam op 4 september herhaalde hij dat Heel-Nederlandse credo, eraan toevoegend dat een aantal socialistische kopstukken waaronder Emile Vandervelde, oprichter van de Belgische Werkliedenpartij (BWP), de splitsing van 1830 maar niets vond. Deze toespraak haalde opnieuw de Franstalige pers, maar de verontwaardiging was al aan het afnemen. Er lijkt zich een zekere gewenning te hebben voorgedaan.

Ook Waalse werkgevers zien wat in samenwerking met het Noorden

Meer nog, De Wever begon over het belang van de Benelux tegenover een groep van Waalse ondernemers. Dat was tijdens een causerie in het Waals-Brabantse Limelette. Hij was er uitgenodigd door de Waalse werkgeversorganisatie Akt for Wallonia, het vroegere Union Wallonne des Entreprises (UWE). De eerste minister paste zijn klassieke truc toe. Hij haalde een pro-Benelux-citaat naar boven van iemand die niet direct bekend stond om zijn Heel- of Groot-Nederlandse standpunten. Charles Rogier, een van de vaders van het België van 1830, had het over een “union intime” of “intieme unie” die de Nederlanden hadden kunnen zijn indien het onder Willem I anders was verlopen. Waarna De Wever direct overschakelde naar de actualiteit van een sterke Benelux die ook in het belang van de Waalse ondernemers zal zijn.

“Dat de Benelux-samenwerking nooit verder is gegaan dan vandaag, is net omdat de Franstaligen op de rem stonden”

De Wever haalde gelijk het artikel 350 aan uit het verdrag over de werking van de Europese Unie. Dat artikel laat toe dat Nederland, België en Luxemburg meer samenwerken dan de EU-lidstaten al doen. “De mogelijkheden hier zijn zo groot en cruciaal dat we van het artikel 350 een slogan zouden kunnen maken”, aldus de eerste minister. De zaal bleek naar verluidt akkoord.

Christendemocraten niet wantrouwig tegenover het Noorden

Meer was er voor een aantal journalisten niet nodig om de Franstalige partijen in de federale regering te contacteren en hen te vragen of ze op de lijn van Bart De Wever zaten. Vicepremier David Clarinval van de Franstalige liberalen bleek gewonnen voor meer integratie tussen de Benelux-landen.

Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot (Les Engagés) was eveneens positief : “Ik ben het eens met Bart De Wever dat het belangrijk is om de banden binnen de Benelux te versterken. Ik heb de premier zelf laten weten dat deze structuur, die in het verleden misschien te veel verwaarloosd is, nieuw leven moet worden ingeblazen. Het gaat om een geloofwaardige diplomatieke en economische kern, die al bestond vóór de Europese Unie en heeft bijgedragen tot de oprichting ervan. Daarom ben ik eind augustus ook naar Moldavië en Oekraïne gereisd als lid van een Benelux-delegatie.”

De uitspraak van Prévot hoeft niet de verbazen. De Franstalige christendemocraten zijn altijd voorstander geweest van de Benelux als voorafname voor een diepgaandere Europese Unie.  

zaken doen met het noorden !

Een horrorscenario voor de wallinganten

Maar dat men aan Franstalige kant geen graten ziet in een grotere toenadering met het Noorden, is relatief recent. Dat de Benelux-samenwerking nooit verder is gegaan dan vandaag, is net omdat de Franstaligen op de rem stonden. Zeker voor de wallinganten was dit een horrorscenario. Om te beginnen vreesde men een minorisering van de Franstaligen binnen de Benelux.

In 1969 verscheen het boekje ‘Benelux. 20 millions de Néerlandais ?’ geschreven door een zekere Gallus. Dat bleek het pseudoniem voor de Waalse militant André Patris. Het voorwoord was van de hand van toenmalig FDF-kopstuk Lucien Outers. De stelling van Patris was dat Wallonië niet alleen geminoriseerd zou worden binnen de Benelux. Men vond dat de Europese Unie snel moest verdiepen om de Benelux er in zekere zin in te doen ‘verdrinken’. Men mag niet vergeten dat de Benelux in wallingantische en radicaal-francofone kringen gezien werd als een anti-Frans instrument.

Daarom ook dat de vereniging Wallonie Libre meermaals opriep aan de Waalse politici om de Benelux-raad en alle andere vormen van intergouvernementele samenwerking met Nederland te boycotten.

De pro-Franse oriëntatie is afgezwakt

Daarvoor al, in de jaren 1990, fulmineerden niet alleen het FDF, maar ook het Rassemblement Wallon (RW) tegen elke vorm van samenwerking met het Noorden. Toen in 1964 herdacht werd dat Filips de Goede, hertog van Bourgondië, 500 jaar eerder voor het eerst de Staten-Generaal van de toenmalige Nederlanden bijeenriep, vonden Waalsgezinde politici als Maurice Bologne en François Perin dat maar niets.

Die pro-Franse oriëntatie is er bij veel Franstalige politici nog altijd, maar weegt minder zwaar door en is afgezwakt. We zijn niet meer in het tijdperk van de Franstalige liberaal Jean Gol die voorstander was van een soort van ‘Franstalige natie’.  Georges-Louis Bouchez is té pro-Belgisch om nog te veel naar Parijs te kijken. En ook bij de Parti Socialiste is de oriëntatie op Parijs aanzienlijk afgezwakt, zeker sinds de Franse zusterpartij politiek veel minder zwaar doorweegt.

Ten slotte moeten de Waalse regeringen sinds ze meer bevoegdheden hebben ook uitgebreider samenwerken met Nederland. Een voorbeeld daarvan is de deelname van het Waals Gewest met Vlaanderen, Nederland, Duitsland en Frankrijk aan de Maasverdragen die het beheer van het internationale Maasbekken en zijn water regelen. Niet zo’n opwindend beleidsthema, maar wel noodzakelijk.

foto’s (c) Gazet van Hove.