door Angélique Vanderstraeten in ’t Pallieterke .
Danny Van Assche, voormalig topman van KMO- en zelfstandigenorganisatie Unizo, verkast naar het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO). Hij wordt er in de loop van 2026 nummer twee na Pieter Timmermans. Daarmee blijft de werkgeversorganisatie een duidelijk cd&v-signatuur hebben. Vreemd, want de relatie tussen de christendemocraten en het bedrijfsleven is gespannen.

Op een paar maanden tijd is er sprake van een zelden geziene stoelendans bij de verschillende werkgeversorganisaties. Op Vlaams vlak stopte Hans Maertens als gedelegeerd bestuurder van Voka en werd hij opgevolgd door Frank Beckx, hoofd van het Kenniscentrum. Ingrijpender was de verandering bij KMO- en zelfstandigenorganisatie Unizo. Danny Van Assche, sinds 2018 gedelegeerd bestuurder, nam in februari van dit jaar onverwacht ontslag. Wat de reden is, blijft onduidelijk, maar men maakt gewag van spanningen met de lokale afdelingen. Plus het feit dat Unizo onder Van Assches voorganger Karel Van Eetvelt zijn broek gescheurd heeft aan een verhuis naar een nieuw gebouw vlak bij de Brusselse Kanaalzone. Een financieel probleem dat nog altijd niet zou opgelost zijn.
“Tot ongeveer 2010 werd het sociaal overleg gestut door een alliantie tussen VBO en het ACV”

Ondertussen heeft Danny Van Assche een opvolger : Bart Buysse leidt Unizo. Hij was in een vorig leven de nummer twee van het VBO en tot voor kort baas van Fevia, de federatie van voedingsbedrijven. Buysse vertrok indertijd bij het VBO omdat hij besefte niet snel de plaats van gedelegeerd bestuurder Pieter Timmermans te kunnen innemen. En zie, nu duikt Danny Van Assche (53) op als adviseur-generaal bij de Belgische werkgeversorganisatie. Hij wordt in de loop van 2026 de nummer twee in opvolging van huidig directeur-generaal Monica De Jonghe. En iedereen gaat ervan uit dat Van Assche de gedoodverfde opvolger is van Pieter Timmermans. Pieter Timmermans is 61 jaar en wanneer hij met pensioen vertrekt, zou Van Assche diens plaats innemen, zo wordt in werkgeverskringen bevestigd.
Nieuwe namen, zelfde stal
Met de komst van Antwerpenaar Van Assche blijft het Verbond van Belgische Ondernemingen een duidelijke cd&v-signatuur dragen. Officieel is men neutraal, maar feit is dat verschillende gedelegeerd bestuurders uit de christendemocratische stal komen. Van Assche was jarenlang actief binnen cd&v. In de periode 2000-2010 was hij achtereenvolgens districtsraadslid en districtsschepen in Wilrijk. Hij werkte in de jaren 1990 ook op het kabinet van Vlaams minister van Economie Eric Van Rompuy (CVP). Pieter Timmermans begon zijn carrière in diezelfde jaren 1990 op het kabinet van toenmalig minister van Financiën Herman Van Rompuy. Wijlen Tony Vandeputte die gedelegeerd bestuurder was van 1990 tot 2004, gold ook als een christendemocraat.

Dat het VBO geleid werd door mensen met een CVP/cd&v-stempel, was lange tijd logisch. Ten eerste was er binnen de christendemocratie toen nog een rechterflank. De CVP was ook de staatsdragende partij en een goede relatie met de sociale partners was noodzakelijk en wenselijk. Zelfs toen de CVP van haar pluimen liet, was de link te begrijpen. Tot ongeveer 2010 werd het sociaal overleg gestut door een alliantie tussen VBO en de christelijke vakbond ACV. Zij maakten de grote sociale akkoorden. En indien nodig, kwam de federale regering met geld over de brug om een akkoord te ‘smeren’.
“Ondernemers vinden zich nu meer terug in het programma van de N-VA”
De voorbije 15 jaar is de situatie echter fundamenteel veranderd. Federaal is er geen geld meer om het sociaal overleg vlot te trekken. Ook is cd&v sociaaleconomisch meer en meer naar links opgeschoven. Daarom is het vreemd dat mensen van christendemocratische signatuur nog altijd het mooie weer maken bij het VBO. Het is misschien over een aantal jaren een thema voor een proefschrift van een student economische geschiedenis.
Ondanks gespannen relatie
Want we moeten eerlijk zijn : de relatie tussen het bedrijfsleven en cd&v is gespannen. Ondernemers vinden zich nu meer terug in het programma van de N-VA. Zij ergeren zich aan de vele federale regeringen waar niet alleen Open Vld, maar ook cd&v zich lieten overvleugelen door de PS, een partij die geen oog heeft voor de belangen van de werkgevers.

Een paar voorbeelden uit de voorbij 10 tot 15 jaar tonen aan dat de christendemocraten de ondernemerswereld bij belangrijke beleidskeuzes niet hebben geholpen. Een gemakkelijk voorbeeld is de sabotage van de regering-Michel door vicepremier Kris Peeters. Er is ook het verhaal van 2012 toen de sluiting van Ford Genk werd aangekondigd. Kris Peeters was toen Vlaams minister-president en had wél een pro-werkgeversreflex. Hij zette druk op de federale regering om concurrentie bevorderende maatregelen te nemen voor de bedrijven, onder meer via een hervorming van het systeem van automatische loonindexering. Dat pro-ondernemersbeleid was een blinde vlek in het regeerakkoord-Di Rupo. En eerste minister Elio Di Rupo liet aan de ministers weten hier een ‘geste’ te willen doen als er een meerderheid binnen de regering voorstander was van zo’n hervorming van de index, ook al was de PS zelf geen voorstander. Welnu, net voor de cruciale vergadering liet toenmalig minister van Financiën Steven Vanackere (cd&v) weten dat hij daar ook open voor stond. Tot tijdens de vergadering Di Rupo de tafel rondging en vroeg wat het standpunt was van de partijen. Plots wou Vanackere geen standpunt innemen. Resultaat: geen maatregelen voor meer concurrentiekracht. Alexander De Croo, toen minister van Pensioenen, was terecht woest.

De vraag die je op dat moment moet stellen : wat heeft de ‘band’ tussen cd&v’ers in de regering en bij het VBO recentelijk opgeleverd voor het bedrijfsleven ? Zeer weinig. Het weegt dan ook op de legitimiteit van de werkgeversorganisatie.


