COLUMN – door Jan Denys – www.doorbraak.be
‘De UGent is zonder twijfel de nummer 1 in Vlaanderen qua inzichten uit onderzoek laten terugstromen naar de maatschappij via het publieke debat. Of het nu gaat over onderwijs, politiek, criminologie of ethiek : het is altijd een UGent-prof die het thought leadership heeft. We mogen hier echt fier op zijn. En dat moeten we zelfs.’ Aldus een duidelijk enthousiaste Stijn Baert, zelf ook professor aan de UGent, in De Standaard op 21 september.

Klopt het dat de UGent thought leader is als het over maatschappelijke thema’s gaat ? Daar valt iets voor te zeggen. Bij onderwijs komen bij mij spontaan Wouter Duyck, Pedro De Bruyckere en Dirk Van Damme naar voren. Duyck is professor aan de UGent, Dirk Van Damme heeft er een lang verleden. Inzake filosofie schieten mij Ignaas Devisch, Patrick Loobuyck en Maarten Boudry te binnen, allen gelieerd aan de UGent. Wat economie betreft zijn het de UGent-professoren Gert Peersman, Koen Schoors en Stijn Baert zelf die mijn spontane rangschikking aanvoeren.
Onderzoek
Als het over binnenlandse politiek gaat was Carl Devos (jawel, UGent) vele jaren lang de meest aanwezige prof in de media om duiding te geven. Door privéperikelen, breed uitgesmeerd in de media, is hij een tijd weggeweest, maar in de tussenperiode heeft nog niemand de open ruimte ingevuld. Uit dit kort persoonlijk overzicht komt de UGent als ‘winnaar’ naar voren. Maar dit is een persoonlijke, en dus per definitie heel beperkte, oefening. Valt het ook op een meer wetenschappelijke manier te duiden ?
Echt wetenschappelijk onderzoek is er niet en lijkt ook niet gemakkelijk te realiseren. Alle universiteiten zouden erbij betrokken moeten worden en ik kan me voorstellen dat er alleen al over de methodologie, hoe thought leadership te meten, heel lang zou geredetwist worden, zeker als naast louter kwantitatieve ook kwalitatieve indicatoren zouden gebruikt worden.
Er bestaat in de academische wereld nogal wat weerzin tegenover optreden in de media.
De legendarische tussenkomst van professor Senelle (UGent) op tv over de ongrondwettelijkheid van de wapenexportvergunningen van de Waalse regering droeg in 1991 bij aan de val van Martens IX. Dat weegt zwaarder dan een gemoedelijk praatje in De Afspraak. Bovendien bestaat er in de academische wereld nogal wat weerzin tegenover optreden in de media. In de media (social media inbegrepen) is er voor genuanceerde en vooral ingewikkelde redeneringen geen plaats. Voor veel proffen is optreden in de media een verraad aan de wetenschap.
Daartegenover staat de redenering dat proffen betaald worden met gemeenschapsgeld en dus verantwoording verschuldigd zijn aan de gemeenschap, bijvoorbeeld via media-optredens. En er is ook een derde groep die geen principiële bezwaren heeft maar het tijdsargument inbrengt. Om een academische loopbaan uit te bouwen zijn vooral publicaties in toptijdschriften relevant. Dat valt moeilijk te combineren met soms zeer arbeidsintensieve media-optredens. Voor alle drie de visies kan begrip worden opgebracht.

Torfs
In 2019 werd door het communicatiebureau Finn eenmalig toch eens de oefening gemaakt. Rik Torfs (KULeuven) kwam als globale winnaar uit de bus – voor Stijn Baert, Herman Van Goethem en Geert Noels. Uit dit overzicht bleek dat de UGent als universiteit inderdaad de sterkste aanwezigheid kon voorleggen, tenminste als we vergelijken met de andere Vlaamse universiteiten. De belangrijkste vaststelling van het lijstje was dat thought leaders vaker uit de niet-academische dan uit de academische wereld kwamen. Ze kwamen dikwijls ook uit denktanks (Itinera) of privébedrijven.
Eens men iemand gevonden heeft die ‘het goed kan uitleggen’, is de neiging groot om opnieuw een beroep te doen op de betrokkene.
Om thought leader te zijn moet je wetenschappelijke expertise koppelen aan maatschappelijke relevantie en vervolgens combineren met uitstekende communicatieskills. Die combinatie is eerder zeldzaam. Elke journalist met enkele jaren op de teller zal horrorverhalen kunnen vertellen over geleerde professoren die er niet in slaagden een redenering te verwoorden in een bepaald tijdslot. Het is meteen de reden waarom zo dikwijls dezelfde gezichten opduiken, zeker op tv en radio. Eens men iemand gevonden heeft die ‘het goed kan uitleggen’, is de neiging groot om opnieuw een beroep te doen op de betrokkene.
Dan blijft de vraag waarom de UGent in dezen de toon aanvoert. De posities inzake thought leadership zeggen voor alle duidelijkheid niks over de wetenschappelijke output van de betrokken universiteit. In de meeste rankings scoort de KULeuven op dat vlak namelijk hoger dan de UGent.

Er was een tijd
Maar er was wel een tijd dat de KULeuven sterker aanwezig was in het maatschappelijk debat. Denk aan de legendarische professor arbeidsrecht Roger Blanpain, de politicoloog Wilfried Dewachter, de rechtssocioloog Luc Huyse, en vooral aan de Leuvense economen (Paul De Grauwe, Theo Peeters, Paul Van Rompuy, Wim Moesen …) die met hun tijdschrift Leuvense Economische Standpunten een sterke bijdrage leverden aan publieke discussies en ze niet zelden initieerden.
Denk ook aan de legendarische studies over de Vlaamse transfers en de waarschuwingen tegen de invoering van de euro. De maatschappelijke betrokkenheid van de RUG situeerde zich toen vooral bij de filosofen, met Jaap Kruithof en Etienne Vermeersch als belangrijkste. Waarom zakte de KULeuven sindsdien weg en gebeurde het omgekeerde in Gent ?

Heeft het met de linkse media te maken ? Matcht Gent beter met dit profiel ? Het lijkt aannemelijk – tot we het specifieke profiel van de betrokken academici die veel in de media komen analyseren. Duyck, Baert, Devos, Peersman, Boudry … kunnen bezwaarlijk als links gecatalogeerd worden. Het mysterie blijft.

Jan Denys : Volgt sinds 1983 de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Eerst op de KULeuven als wetenschappelijk medewerker, later bij Randstad en sind eind 2024 als zelfstandig expert. Hij is sinds 2015 lid van de Hoge Raad voor Werkgelegenheid.
Foto’s (c) Gazet van Hove.

